Tussen verleden en toekomst
Deel 2
De volgende dag
Het is 11.00 uur als Julie wakker schrikt van vuurwerk dat nog hier en daar te horen is. Nog even draait ze zich om om toch nog even na te doezelen. Maar dan komt er een onrust in haar naar boven, want om na elven nog in je bed te liggen, dat klopt voor haar gevoel niet. Even moet ze lachen om haar eigen idiote gedachten. Ze pakt haar ochtendjas en trekt deze snel aan. In de keuken vult ze de waterkoker en maakt een ontbijt voor zichzelf klaar. Met een tevreden gevoel denkt ze terug aan de vorige avond. Wat hadden ze het gezellig gehad met zijn drieën. De tijd was omgevlogen en voor ze er erg in hadden was het middernacht en hadden ze elkaar een gelukkig nieuwjaar gewenst. Toen Jannie en Elsje om ongeveer twee uur vertrokken had zij nog even de boel opgeruimd en na nog even een appje te hebben verzonden naar haar familie om ze een gelukkig nieuwjaar te wensen, was ze naar bed gegaan.
Vandaag zou ze een begin maken met het opruimen van haar magazijn. Allereerst zou ze uitzoeken welke producten ze in de uitverkoop zou kunnen doen. Daarna zou de ruimte moeten worden schoongemaakt. Jannie had aangeboden om haar daarmee te helpen en dat aanbod had ze dankbaar aangenomen, want het was al enige tijd geleden dat daar eens grondig de bezem was doorgehaald.
Na het ontbijt gaat ze naar beneden en begint ijverig aan het karwei. Enkele dozen worden gevuld met spullen die mogelijk geschikt waren voor de uitverkoop en die stapelt ze op in een hoek van de winkel. De overige spullen zet ze aan één kant van het magazijn, maar niet voordat ze die kant zorgvuldig had schoongemaakt. Plots valt haar blik op de verhuisdoos die zij had gevuld met de spullen van haar moeder uit het tuinhuisje. Die doos was haar helemaal ontgaan. Ze had hem bij de verhuizing in het magazijn gezet om deze later in alle rust te kunnen uitzoeken. Merkwaardig, dat ik daar helemaal niet meer aan heb gedacht, mijmert ze. Als ik straks naar boven ga en een kop thee zet, moet ik deze doos echt gaan uitzoeken en de inhoud een plekje geven.
Na een half uur hoort ze in de verte de kerkklok drie uur slaan en besluit dat het werk voor vandaag wel genoeg is geweest. Ze neemt de doos mee naar boven en zet eerst een pot sterke thee. Nu zou ze eigenlijk best trek hebben gehad in een stukje van die heerlijke chocoladecake die Elsje, gisteren had gemaakt. Het meisje was er zo trots op geweest dat zij het stuk wat nog over bleef, had meegegeven. Julie rommelt nog even door de kast en vindt een pak gevulde koeken. ‘Ook lekker,’ fluistert ze.
In de huiskamer zet ze de thee op de eettafel en neemt plaats. Ingedachte kijkt ze naar de doos en voelt een onrust in zich opkomen. Ben ik misschien bang voor de herinneringen, die de doos met zich mee zal brengen, vraagt ze zich af. ‘Kom op meid, eens moet je hier doorheen,’ spreekt ze zichzelf moed in en begint met het openen van de doos.
Secuur rangschikt ze diverse borduursels en vraagt zich af of er ooit een tijd zal komen dat zij deze werkelijk zou gaan gebruiken. Moeder zou willen dat ik dat deed, maar ik kan het niet. Toch moet ik er iets mee. Misschien moet ik een selectie maken van wat ik nog even zou willen bewaren en wat ik zou kunnen gebruiken. Ja, dat is wat ik ga doen. Zorgvuldig weegt ze af welke stukken zij zeker voorlopig zou willen bewaren en legt ze wederom opzij.
Dan stuit ze op het kistje dat ze op de dag van de verhuizing in het kastje van haar moeder had gevonden. Opnieuw bewondert ze de ingegraveerde sierlijke letters met haar geboortenamen.
Juliette Leonore Nadine
Het kistje is gesloten en ze vraagt zich af waar moeder indertijd het sleuteltje zou hebben bewaard.
Dan valt haar blik op het mandje waar ze haar borduuraccessoires in bewaarde. Het zou toch niet zo eenvoudig zijn, vraagt ze zich in gedachten af?
Het doosje met borduurzijde staat voor haar op de tafel en ze haalt de zijde eruit. Ze bekijkt het doosje van alle kanten en dan ontdekt ze onder in een klein minuscuul haakje. Het is zo klein dat als je er geen erg in hebt, het je niet eens opvalt. Ze schuift het haakje op zij en voelt dat er beweging in de bodem zit. Behoedzaam schuift ze deze open en dan valt er een goudkleurige sleutel uit. Gespannen raapt ze hem van de grond op en even vraagt ze zich af of ze hier wel mee door moet gaan. Waarom al die geheimzinnigheid, wat had moeder te verbergen? ‘Wel dat zal je nooit weten, tenzij je de sleutel gebruikt,’ spoort ze zichzelf aan.
Met trillende vingers steekt ze de sleutel in het sleutelgat en voorzichtig draait ze deze om. Als ze de deksel opent valt het haar op dat de binnenkant bekleed is met het allerfijnste fluweel. In het kistje liggen stapeltjes brieven die met verschillende kleuren linten zorgvuldig zijn gesorteerd. Ieder jaar had moeder een andere kleur gebruikt en zo te zien was de correspondentie al heel wat jaartjes aan de gang. Verbijsterd pakt ze het kistje op en gaat op de bank zitten. ‘Wat moet ik hiermee. Is dit wel verstandig dit geheim te ontrafelen of…?
Enkele dagen later
Vermoeid zitten Julie en Jannie op de bank en drinken een glaasje witte wijn. Het schoonmaken van het magazijn bleek achteraf een flinke klus te zijn en terwijl ze bezig waren besloten ze om meteen de muren te voorzien van een nieuwe verflaag. Beide vrouwen waren best tevreden over het resultaat en morgen zouden ze de allerlaatste klusjes in de winkel verrichten, zodat Julie over een paar dagen haar winkel weer zou kunnen openen.
‘Wat denk je, zal ik straks wat pizza’s voor ons bestellen,’ vraagt Julie?
‘Nee, dat kan ik niet van je aannemen. Je hebt al zoveel voor ons gedaan,’ antwoordt Jannie.
‘Doe niet zo gek. Ik heb schandelijk misbruik van je gemaakt. Zonder jou zou ik dit alles niet voor elkaar hebben gekregen. Nee, ik sta erop dat jullie mee-eten. Hoe laat komt Elsje thuis?’
‘Die verwacht ik elk moment terug. Ze was vanmorgen zo opgewonden en blij dat ze door haar klasgenootje was uitgenodigd voor haar partijtje.’
‘Nou niet alleen vanmorgen, dat was gisteren ook al zo en je had haar gezichtje moeten zien toen ze het cadeautje, dat ze voor haar vriendin had gemaakt, afhad.’
‘Ja, ik hoop maar dat dat in goede aarde is gevallen.’
‘Natuurlijk wel. Je wilt niet weten hoeveel kinderen ik in de winkel krijg die maar wat graag zo’n presentje willen hebben. Maak je geen zorgen, dat is heus wel goed gegaan.’
‘Mama, mama…,’ horen ze de kleine meid opgewonden roepen.
‘Ja lieverd, ik ben met tante Julie in de huiskamer,’ antwoordt haar moeder.
Elsje komt vrolijk binnen huppelen en ratelt aan één stuk door om haar belevenissen van deze middag te delen. Dankbaar kijkt Jannie haar vriendin aan, want dat haar kleine meisje tegenwoordig zo gelukkig is, is voor een groot deel de verdiensten van Julie.
‘Wel meiske, zal ik maar eens een glaasje prik voor je inschenken,’ vraagt Julie.
‘Lekker, mam wat eten we?’
‘Tante Julie bestelt een pizza voor ons.’
‘Echt waar, dat is mijn lievelingseten,’ gapt de kleine meid.
De pizza’s worden besteld en na het eten gaan moeder en dochter weer terug naar hun eigen huis.
‘Dag tante Julie, bedankt voor de pizza en voor u hulp.’
‘Graag gedaan liefje, tot gauw.
Na het vertrek van moeder en dochter is het stil in huis en Julie besluit nog een kopje koffie in te schenken. Er wacht haar nog een taak waar ze al dagen tegenop ziet. Nog steeds weet ze niet wat ze met de inhoud van het kistje moet doen. Mag ze zich wel verdiepen in de geheimen die haar moeder, naar het laat aanzien, al jaren met zich had meegedragen. Maar waarom had ze ze dan verstopt in haar werkplaats. Was ze misschien bang dat de andere het kistje zouden vinden of had ze gewild dat juist zij dit geheim zou ontdekken?
De geur van de koffie doet haar goed en ze besluit aan de eettafel te gaan zitten. Voor haar staat het kistje en heel behoedzaam opent ze hem. Eén voor één haalt ze de stapeltjes eruit en sorteert ze op jaar. Het zijn er tweeëndertig en een vierkant doosje, een doosje met een heel bijzonder sieraad. Julie kan zich niet herinneren dat haar moeder dit sieraad ooit gedragen had. Ze bewondert de aparte steen die rondom is afgezet met roze diamantjes. De zetting en het Collier zijn vervaardigd van dezelfde techniek. Ondanks haar grote kennis van juwelen is het haar een raadsel wie of waar dit sieraad ooit is vervaardigd. Voorzichtig streelt ze over het juweel en vraagt zich af hoe vaak haar moeder deze op dezelfde manier had gestreeld. Wie zou haar ooit dit geschenk hebben geschonken en wat is de geschiedenis hierachter? ‘Wel meid daar kom je alleen achter door het lezen van deze brieven,’ fluistert ze. Waar moet ik in hemelsnaam beginnen, vraagt ze zich af en besluit om naar de laatste schrijven te zoeken. Ze doorzoekt het losse stapeltje en probeert aan de hand van de poststempels de laatste brief te vinden. Buiten het poststempel is er niet te achterhalen wie de afzender is en ze hoopt dat ze dit door het lezen van de brief kan uitvinden. Het blijkt dat de briefwisseling negen maanden voor het overlijden van haar moeder is gestopt. Met een diepe zucht haalt ze de brief uit de envelop en ze voelt haar hart als een razende tekeer gaan. Zonder nog maar één woord te hebben gelezen bewondert ze het sierlijke handschrift.
Mijn allerliefste Nicolien,
Het doet mij pijn om te lezen dat het slechter met je gaat en dat het tijd is om onze dierbare correspondentie te moeten beëindigen. Het liefst zou ik direct naar je toe willen komen om je te beschermen tegen… Ja, tegen wat?
Ik zal altijd tot in de eeuwigheid van je blijven houden en zolang mijn herinneringen dat toe laten zal ik onze uren die we samen zijn geweest blijven koesteren. Was het indertijd maar anders gelopen, dan had ik je nu bij kunnen staan, maar laten we ons daar nu maar niet meer om bekommeren. Niet nu je laatste jaren, die zo onzeker voor jou zullen zijn, zijn aangebroken.
Je schrijft dat onze dochter een enorme steun voor je is en dat het je spijt dat je nooit in staat bent geweest om haar ons geheim te vertellen. Wees gerust mijn lief, als Julie er ooit achter komt dan zal ik haar opvangen en haar ons verhaal vertellen.
Ik zou je nog zoveel willen schrijven, maar dat laat mijn verdriet om jou niet toe. Liefje je zult elke dag en nacht in mijn hart voortleven.
Mijn liefste ik hou van je Julian
Sprakeloos staart Julie naar de brief, de brief die haar leven op slag veranderd. Hoe is het mogelijk dat moeder dit geheim heeft kunnen houden? Tranen branden in haar ogen en niet veel later vloeien die over haar gezicht. Verloren staart ze voor zich uit en voelt opnieuw de pijn die ze na het verlies van haar moeder had gevoeld. Waarom heeft ze mij dit niet vertelt, waarom moet ik er op deze manier achter komen? Nooit, maar dan ook nooit had ze gemerkt dat er tussen haar ouders een geheim stond. Wist pa hiervan? Nee, pa zou haar nooit met een ander hebben willen delen. Sterker nog, hij zou het haar nooit vergeven.
Haar ouders stonden bekend om hun liefdevolle relatie en ondanks hun drukke werkzaamheden waren ze in staat geweest om hun relatie in stand te houden. Menigeen had bewondering voor hen gehad. Was dat dan allemaal maar schijn geweest?
De herinneringen vliegen door haar hoofd en ze kan er geen één aanwijzen waaruit zou blijken dat er iets mis was tussen de relatie van haar ouders.
Haar blik valt op de stapel brieven en weet even niet meer wat ze moet doen. Wie is die Julian en wat zou moeder willen dat ik nu zou doen?
Ze begrijpt dat er maar één manier is om daarachter te komen en dat is het lezen van meer brieven. Maar dat staat haar enorm tegen. Dat zou betekenen dat ze zich zou moeten gaan verdiepen in het liefdesleven van haar moeder en daar misschien een heel ander beeld zou kunnen krijgen van de mensen die zij liefhad.
De kerkklok slaat drie uur en Julie kijkt vermoeid op. Behoedzaam stopt ze de brieven weer in het kistje. Ze besluit het collier in de kluis te bewaren omdat ze het niet verstandig vindt om deze zomaar in het kistje te laten zitten. Ze begrijpt niet goed waarom moeder er niet zorgvuldiger voor was geweest. Was zij dan zo angstig geweest dat zij haar geheim zouden kunnen ontdekken? Ondanks het late uur besluit ze toch nog een glaasje wijn voor zichzelf in te schenken.
De brieven hadden haar een beeld gegeven van de relatie die haar moeder met haar minnaar had gehad. Ze waren teder en vol passie, maar tegelijkertijd worstelde beiden met het bedrog dat ieder in zijn eigen huwelijk meebracht.
Julie voelt een enorme leegte in zich opdoemen en een tiental vragen schieten door haar hoofd, maar vooral wie was ze nu eigenlijk? In haar jeugd had ze zich afgevraagd van wie zij die donkere lokken had geërfd. Al haar broers en zussen waren blond en in tegenstelling tot de groene ogen waar zij de wereld mee inkijken, waren die van haar blauw. ‘Je hebt de ogen van mijn moeder, net zo blauw als de middellandse zee,’ had haar vader altijd trots geroepen. Niemand in de familie bezat enige creativiteit, maar ma vertelde haar dan dat oma net zo kunstzinnig was geweest als zij. Toch had ze zich altijd een buitenbeentje gevoeld. Niet dat ze daar ongelukkig om was, in tegendeel. Ze genoot van haar gaven en haar omgeving prees en bewonderde haar er om. Maar toch…? Plots voelt ze de vermoeidheid en als ze op de klok kijkt ziet ze dat het inmiddels half vijf is en ze besluit om naar bed te gaan.
De volgende morgen wordt ze wakker met een behoorlijke hoofdpijn en na het douchen maakt ze een flinke pot sterke thee. ‘Hopelijk voel ik me straks iets beter,’ fluistert ze met een diepe zucht. Rusteloos gaat ze na het ontbijt weer aan het werk en aan het eind van de middag besluit ze een flinke wandeling te maken in de hoop dat ze door de buitenlucht haar verwarrende gevoelens onder controle zou kunnen krijgen.
Vier weken later
‘Tante Julie, mag ik vanmiddag bij u komen. Mama heeft een afspraak en ik wil niet naar de buitenschoolse opvang.’
‘Natuurlijk, als mama het goed vindt, mag je wat mij betreft hier komen.’
‘Ik ga het haar vragen,’ roept de kleine meid, maar voordat ze kan wegrennen komt haar moeder binnen. ‘Mama, tante Julie wil vanmiddag op mij passen. Mag dat?’
Jannie kijkt Julie vragend aan. ‘Het hoeft echt niet hoor, ze kan ook naar de naschoolse opvang.’
‘Ze kan hier komen. Ik begrijp dat jij een afspraak hebt.’
‘Ja, ik heb een afspraak bij het UWV. Ze hebben mij aangeboden om een opleiding te gaan volgen.’
‘Maar, dat is toch geweldig,’ antwoordt Julie enthousiast. ‘Waarom kijk je dan zo bezorgt?’
‘Ik weet niet of dat kan, ik weet niet goed hoe ik dat moet regelen met Elsje.’
‘Elsje, dat is toch geen probleem, die komt gewoon na schooltijd naar hier. Nee, kijk jij nou maar wat ze jou te bieden hebben en grijpt deze kans met beiden handen aan.’
‘Echt, zou je dat voor ons willen doen?’
‘Ja natuurlijk, denk eens aan het vooruitzicht. Een opleiding en later een vaste baan. Gewoon doen, Elsje is hier in goede handen. Heus, doe het.’
‘Dank je, als ik ooit eens iets voor jou kan doen,’
‘Dan ben jij de eerste die ik om hulp vraag,’ antwoordt Julie.
Jannie kijkt haar bezorgt aan en vraagt: ‘Zou je dat echt doen?’
‘Ja, als dat nodig zou zijn, dan doe ik dat.’
‘Zou je mij niet willen vertellen waar je de laatste tijd zo mee worstelt?’
‘Is dat zo duidelijk?’
‘Ja, je piekert en bent vermagerd.’’
‘Als de tijd daar is wil ik je dat wel vertellen, maar dat lukt mij nog niet zo goed.’
‘Is er echt niets wat ik zou kunnen doen?’
‘Nee echt niet, maak je geen zorgen.’
‘Oké, ik ga die kleine meid van mij naar school brengen. Dus jij vangt haar na schooltijd voor mij op?’
‘Dat doe ik en veel succes vanmiddag.’
‘Dank je, tot vanmiddag.’
Vertederend kijkt Julie Elsje na en even moet zij denken aan haar eigen jeugd. Een jeugd die heel wat onbezorgder was dan dat van deze kleine meid en ze hoopt maar dat het Jannie lukt om voor haar en de kleine meid een toekomst op te bouwen. Als dat zou betekenen dat zij er een steentje aan zou kunnen bijdragen dan zou ze dat zeker doen. Ze was van de kleine meid gaan houden en haar aanwezigheid voelde niet als een last, absoluut niet.
Ze draait zich om en gaat aan het werk. Eén van haar cliënten had haar opgedragen een antieke broche te herstellen. De broche was in de loop van de jaren verwaarloosd en het had haar meer uren gekost om alle oneffenheden te egaliseren dan ze had gepland. Gelukkig was de groene smaragd niet aangetast en zou het geheel er na de restauratie weer als nieuw uit zien. Plots hoort ze de winkel bel en legt ze haar werk zorgvuldig neer.
‘Hallo,’ hoort ze een mannenstem.
‘Goede middag, waarmee kan ik u van dienst zijn,’ begroet ze hem.
‘Ik zie dat je mij niet meer herkent,’ vraagt hij?
Julie kijkt hem aan en dan herkent ze de man, die haar een aantal weken geleden behoorlijk van slag had gebracht. ‘U bent de eigenaar van de galerie in Amsterdam,’ antwoordt Julie ‘Sorry, maar u bent de laatste die ik hier zou verwachten.’
‘Was ik zo bot tegen u?’
‘Nee, dat valt wel mee. Ik geloof dat ik ook nogal bot reageerde.’
‘U had mij u kaartje gegeven en eerlijkheidshalve moet ik u op biechten dat ik hier en daar naar u heb geïnformeerd. Het blijkt dat u onder enkele van mijn kennissen bekend staat als zeer talentvol en betrouwbaar. Nu zou ik u willen vragen of u één van mijn objecten, die ik graag wil toevoegen aan mijn collectie, wilt restaureren?’
Uit zijn binnenzak haalt hij een langwerpige box die hij haar overhandigt. Julie pakt de box aan en als ze hem opent worden haar ogen groot van bewondering.
‘U wilt dat ik dit prachtige exemplaar restaureer, weet u dat wel zeker?’
‘Zo zeker, als ik hier sta. Ik heb enkele door u vervaardigde ontwerpen gezien en ik was erg onder de indruk. Ik twijfel er dan ook niet aan dat u deze opdracht in volle tevredenheid kan afronden.’
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ antwoordt Julie verlegen.
‘U hoeft niets te zeggen, neem de opdracht gewoon aan. Ik heb alleen één vraag. Waar bewaart u hem, als u er niet aan werkt?’
‘Ik heb een kluis, maakt u zich daar maar geen zorgen over en elk stuk, dat ik restaureer is verzekerd.’
‘Prima, kan ik hem bij u achterlaten?’
Julie knikt en vraagt hoeveel tijd zij voor de restauratie kan uittrekken.
‘Dat laat ik geheel aan u over. Ik zie dat u nog veel meer doet dan het restaureren van oude juwelen.’
‘Juwelen, daar werk ik het liefst mee, maar zoals u ziet doe ik nog veel meer en eigenlijk met net zoveel passie.’
‘U kunt mij op dit nummer bereiken als u mij nodig heeft of als de opdracht is voltooid,’ antwoordt hij en geeft zijn kaartje af.
Julie pakt het kaartje aan waarop in sierlijke letters zijn naam staat vermeld.
“Andreas van Zadelen”
“Galleryhouder”
Even blijven ze elkaar zwijgend aankijken en de stilte voelt ongemakkelijk aan.
‘Tot ziens,’ hoort ze hem zeggen.
‘Tot ziens,’ fluistert Julie en het spijt haar dat hij alweer weg is. Oh, had ze hem nou maar gevraagd of hij iets had willen drinken. Veel tijd om over hem te piekeren heeft ze niet want een opgewekte Elsje komt binnenhuppelen.
Andreas loopt naar zijn auto die verderop in de straat staat geparkeerd en gaat achter het stuur zitten. Door zijn lichaam voelt hij een vreemde sensatie vloeien. Een sensatie die hij al heel lang niet had gevoeld en die hem in verwarring brengt. Om die onrust in hem wat te doven besluit hij om even een wandeling te gaan maken, zodat hij zijn gedachten kan ordenen.
Even heeft hij spijt van het feit dat hij haar de opdracht heeft gegeven. Ik had moeten weten dat deze gevoelens opnieuw naar boven zouden borrelen. Tenslotte was ik na haar bezoek aan de galerie ook al een paar dagen van slag geweest. Wat kan ik met die gevoelens, toch niets sukkel, maant hij zichzelf in gedachten. Heb je thuis al niet genoeg zorgen. Nee, als zij de opdracht heeft voltooid, moet dat ook direct de laatste keer zijn dat hij haar ziet.
Stevig stapt hij door en neemt het pad dat naar het park leidt. Daar gaat hij op een bankje zitten en staart voor zich uit. De koude februari wind doet hem niets en menig wandelaar kijkt de man op het bankje bezorgt aan. Plots schrikt hij op door de ringtoon van zijn iPad.
‘Met Andreas.’
‘Hallo papa, opa vraagt hoe laat je thuiskomt?’
‘Ach liefje, dat is waar ook. Opa en ik hebben een afspraak vandaag. Ik kom naar huis, over ongeveer een uurtje ben ik thuis.’
‘Fijn, opa maakt voor vanavond een pastaschotel, lekker toch?
‘Zeker liefje, erg lekker. Tot straks.’
Andreas moppert even op zichzelf. Kom op man, verman je en ga naar je gezin. Zij hebben je nodig.
Tussen al haar andere werkzaamheden door kost het Julie een paar weken om de armband met de nodige zorgvuldigheid te restaureren en te documenteren. Deze opdracht had haar goed gedaan en had de liefdesbrieven aan haar moeder naar de achtergrond doen verdwijnen. Inmiddels had ze ze allemaal gelezen en meer begrip gekregen voor de twee geliefde. Soms voelde ze zich een indringer als ze één van zijn brieven las. Intussen had ze begrepen dat haar moeder veel van haar gezin had gehouden en ook haar minnaar was gelukkig met het leven dat hij met zijn vrouw beleefde. In geen van de correspondentiebrieven was Julie meer over hem te weten gekomen dan dat zijn voornaam Julian was en dat zij in het geheim naar hem vernoemd was. De brieven waren voorzien van een poststempel ergens aan de grens van Duitsland, maar verder dan deze aanwijzing kwam ze niet. Geen enkele aanwijzing had hij prijsgegeven, behalve dan het feit dat hij op de één of andere manier net zo creatief zou moeten zijn als zij. Geen enkele foto, niets. Misschien waren er wel foto’s geweest, maar hadden zij deze digitaal uitgewisseld. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom moeder haar indertijd had gevraagd of zij haar de kneepjes van het internet wilde bijbrengen.
Even komt er een glimlach rond haar mond als ze aan die periode denkt. Hoe gefrustreerd moeder indertijd kon reageren als het haar niet lukte om een mail te verzenden. Het ging beter toen zij zich had aangesloten bij een platform voor ouderen. Julie twijfelde er niet aan dat de twee geliefde, naast de brieven ook via de mail met elkaar in contact stonden.
Het verdriet om te ontdekken dat haar vader niet haar biologische vader was, was inmiddels naar de achtergrond geraakt. Hij was altijd vol begrip en lief voor haar geweest en ja, ze was nieuwsgierig naar haar biologische vader maar dat stond los van de vader die haar had grootgebracht. Soms vroeg ze zich af of haar vader werkelijk niet op de hoogte was geweest van het feit dat zij zijn dochter niet was. Misschien was het ook wel beter zo. Ten slotte was hij best wel een veeleisende man geweest en had maar weinig begrip als de andere een andere mening hadden dan die van hem. Julie had goed met die karaktereigenschap overweg gekund, dit in tegenstelling tot haar broers en zusters. Zij konden met hun mening lijnrecht tegenover die van hun vader staan en menig keer was dat uitgelopen op een ruzie. Ongetwijfeld zou dit ook één van de reden kunnen zijn dat de één na de ander zijn grenzen verlegden naar het buitenland. Toch had vader het ze nooit kwalijk genomen, nee hij wist heel goed dat hij soms nogal autoritair over kon komen. Misschien was dat ook wel de reden dat moeder van een ander was gaan houden. Het huwelijk van haar ouders was harmonieus, maar ze kon zich niet herinneren dat zij ooit enige intimiteit tussen hen had gezien. Vreemd dat dit alles nu ook op zijn plaats valt, piekert ze.
De zoektocht naar haar biologische vader had ze nog niet opgegeven. Ze vermoedde dat het collier de enige aanwijzing zou kunnen zijn om hem te vinden. Ze had besloten om het collier te restaureren en te documenteren. Telkens als ze ernaar keek dan vroeg ze zich af of er enige betekenis of geschiedenis achter het collier zat. Aan wie had het toebehoord en had zij er wel recht op. Het moet toch te achterhalen zijn aan wie dit prachtige collier eens toebehoorde. Allereerst zou ze de archieven en historische publicaties gaan doorzoeken om te kijken of er vergelijkbare objecten te vinden zouden zijn. Als daar niets uit voortkwam zou ze altijd nog haar kennissenkring kunnen raadplegen, misschien zou één van hen haar kunnen helpen met deze zoektocht.
Met moeite kan ze zich losmaken uit haar gedachten en met een diepe zucht pakt ze haar mobiel en toetst het nummer in. Gespannen wacht ze af, maar dan hoort ze een voicemail.
‘U luistert naar de voicemail van Andreas van Zadelen. Momenteel kan ik u oproep niet beantwoorden. Spreek u naam en telefoonnummer in, zodat ik later contact met u op kan nemen.’
Enigszins teleurgesteld spreekt ze haar naam en telefoonnummer in en legt haar mobiel naast zich neer. Teleurgesteld, maar aan de andere kant ook…, ja wat ook, gaat het door haar heen. Ondanks het feit dat ze hem niet heeft kunnen spreken, haalt ze opgelucht adem, omdat zij bang is dat haar gevoelens, na afloop van het gesprek wederom overhoop worden gehaald. Nee, het zou het beste zijn als ze hem na deze opdracht snel zou vergeten.
‘Hallo,’ hoort ze plots achter zich.
Julie draait zich om en ziet een lachende Jannie staan. ‘Jij was ver weg zeg?’
‘Sorry, ik was even elders met mijn gedachten,’ antwoordt Julie. ‘Heb je nieuws?’
‘Ja, ik ben aangenomen.’
‘Maar dat is toch geweldig, waarom hoor ik dan een twijfel?’
‘Elsje, ik ben zo bang dat ik in de toekomst te weinig tijd voor haar zal hebben.’
‘Elsje is een heel slim meisje en ik weet zeker dat ze heel trots op je zal zijn. Heb je het er met haar al overgehad?’
‘Nee, nog niet.’
‘Wil je dat ik erbij ben als je met haar praat?’
‘Dat kan ik toch niet van je vragen.’
‘Natuurlijk wel, we hebben toch afgesproken dat zij hier van harte welkom is als jij werkt of studeer. Heus, ze zal er heus niet slechter van worden. Integendeel, ik denk dat zij er veel sterker uitkomt.’
‘Denk je?’
‘Ja, dat denk ik niet alleen. Dat weet ik. Stel je toch eens voor, samen met mama huiswerk maken. Gezellig toch.’
‘Jij bent altijd zo positief, van wie heb je dat?’
‘Geen idee, misschien van mijn biologische vader.’
‘Wat bedoel je,’ vraagt Jannie verbaast?
‘Ik ben er kortgeleden achter gekomen dat mijn vader, niet mijn vader is.’
‘Weet je dan wel, wie het is?’
‘Nee, dat weet ik niet. Het enige dat ik van hem weet is dat hij Julian heet en de enige aanknoping is een collier, dat hij ooit mijn moeder eens heeft geschonken.’
Julie laat haar het collier zien dat Jannie met bewondering bekijkt ‘Wat prachtig, denk je dat je er ooit achter kan komen waar of het vandaan komt?’
‘Ik weet het niet, ik hoop van wel.’
Isabella
‘Andreas, wat een verrassing. Gaat het niet goed met Bella?’
Andreas loopt naar de schouw en kijkt zijn schoonvader somber aan. ‘Bella is uitbehandeld, het enige wat ze nog voor haar kunnen doen is de pijn voor haar draagbaar te laten zijn.’
‘Maar, hoe kan dat nou. De vorige scan was toch hoopvol?’
‘Ja, dat dachten we, maar nu blijkt dat er meerdere uitzaaiingen zijn in haar lever, longen, nieren en hersenen.’
‘Wat nu,’ vraagt zijn schoonvader?
‘Ik weet het even niet pa. Hoe moeten we dit in hemelsnaam de kinderen vertellen. We kunnen er nauwelijks zelf mee dealen.’
‘Vanzelfsprekend zal ik je steunen, dat weet je.’
‘Dat weet ik pa, daar ben ik je ook erg dankbaar voor.’
‘Zal ik een borrel voor ons inschenken?’
‘Graag, daar ben ik aan toe.’
Terwijl zijn schoonvader een borrel voor hen inschenk gaat zijn blik rond door de kamer en hier en daar blijft hij rusten op één van de kostbare stukken die in de kamer staan opgesteld. Het meest bewondert hij het bijzondere schilderij waar de grootmoeder van zijn schoonvader op staat afgebeeld. Met respect volgt hij de technieken waarmee de schilder de prachtige patronen, die in de japon zijn verwerk, met zoveel precisie heeft weten te vertolken. Pa had hem wel eens verteld dat het portret zo sprekend en levendig was geschilderd en dat hij soms wel eens het idee had dat ze er elk moment uit zou kunnen stappen. Zelfs de ijskoude blik, die altijd in haar ogen stond, zijn met een grote nauwkeurigheid afgebeeld. De blik die zijn schoonvader altijd deed terugdenken aan zijn liefdeloze jeugd. Zelfs na haar dood leek ze nog grip op hem te hebben.
‘Maar waarom hang je hem dan niet elders op,’ had hij gevraagd.
‘Misschien, ja misschien doe ik dat nog wel eens een keer.’
Nadat beiden heren hun whisky zwijgend hadden opgedronken, staat Andreas op en neemt afscheidt van de man die weet dat hij over een tijdje zijn enige dochter gaat verliezen.
Vermoeid loopt Andreas naar het aangrenzende huis, dat sinds zijn trouwen ook zijn thuis was. Hij herinnert zich nog hoe ze samen dit huis hadden laten verbouwen, aanbouwen en hadden ingericht. Even blijft hij staan en verschijnt het oude vervallen huisje, dat het ooit was, op zijn netvlies. Het was een oude rentmeesters woning geweest, Bella had van meet af aan haar zinnen op dit pand gezet en niet alleen omdat het naast haar ouderlijkhuis stond. Enthousiast had ze hem haar plannen uitgelegd en ondanks zijn sceptische houding ging hij gaandeweg mee in haar enthousiasme. Het huis werd verbouwd en er werd een vleugel aan toegevoegd. In de vleugel bevinden zich nu de slaapvertrekken en badkamers en ook de tuin werd grondig aangepakt. Het uiteindelijke resultaat was een plaatje en Andreas kon zich nu geen mooiere woonplek bedenken dan deze woning. Zal hij straks als Bella er niet meer zou zijn, zich hier nog net zo fijn voelen. Alles hier doet hem aan haar denken, zou hij het aankunnen als ze er niet meer zou zijn? Je hebt geen andere keuze, ook de jongens zullen hun moeder gaan missen en het verdriet moeten verwerken, piekert hij.
Hij trekt zijn kraag omhoog want de koude oostenwind snijdt flink door zijn jas en onder zijn schoenen hoort hij het laagje sneeuw, dat zich gestaag over het pad verspreidt, knappen.
Hij hangt zijn winterjas op en wandelt naar de woonkamer, waar de open haard zijn warmte verspreid.
Bella zit aan de ronde eettafel in een fotoalbum te bladeren en kijkt hem liefdevol aan.
‘Sorry schat, ik ben langer weggebleven dan de bedoeling was,’ zegt Andreas en kust haar teder.
‘Dat geeft niet, hoe is het met pa?’
‘Je kent pa, hij houdt zich goed en wil ons sparen.’
‘Ja, daarom maak ik mij ook zo zorgen om hem. Morgen zal ik met hem praten.’
‘Dat lijkt mij een goed idee, wat ben je aan het doen?’
‘Ik wil voor onze kinderen een herinneringsbox maken en zoek wat foto’s uit die een speciale betekenis voor mij hebben. Nu is de tijd daar dat ik dit moet doen. Stel je voor dat ik daar te lang mee wacht en er niet meer aan zou kunnen beginnen. Ik wil dat ze mij in positieve zin blijven herinneren.’
‘Liefje, ik moet nog wat werken als je zover bent om naar bed te gaan…’
‘Natuurlijk schat, ga maar naar je werkkamer. Als ik de foto’s heb uitgezocht kom ik naar je toe,’ antwoordt Bella.
Hij kust haar voorhoofd en gaat naar zijn werkkamer. Daar neemt hij plaats achter het zware eiken bureau waar op de ongeopende post van de afgelopen dagen ligt. Een diepe zucht komt over zijn lippen en de moed zinkt hem in zijn schoenen. Nog nooit was er een dag voorbijgegaan waarin hij zijn post niet had geopend. Ook zijn mailbox liep vol met berichten en even weet hij niet waar te beginnen.
‘Met de post dan maar,’ fluistert hij.
Hij verdeeld zijn post in urgentie en rekeningen en zo krijgt hij weer wat grip op zijn bezigheden. Allereerst controleert hij de rekeningen en handelt deze af. Ongeveer twee uur later staat Bella voor hem en legt hij zijn werk opzij.
‘Ben je zover,’ vraagt ze?
‘Ik loop achter op de zaken, maar morgen is er weer een dag. Voor vandaag is het genoeg. Laten we naar bed gaan. En jij, heb je gevonden wat je zocht?’
‘Ja, ik heb voor beide een serie foto’s gesorteerd en hopelijk krijgen we genoeg tijd om er nog heel veel te maken.’
‘Liefje, daar gaan we voor. We gaan nog mooie herinneringen maken. Morgen ga ik uitzoeken hoe ik zoveel mogelijk thuis kan zijn.’
‘Maar Andreas, dat kan toch niet. Daar zou je werk enorm onder gaan leiden.’
‘Daarom ga ik uitzoeken wie mij voorlopig in de zaak kan vervangen en de rest doe ik vanuit mijn werkkamer. Ik hoef echt niet dagelijks in de zaak aanwezig te zijn.’
‘Beloof me dan dat je, als het nodig is je wel naar de zaak zult gaan.’
‘Dat beloof ik, kom nu gaan we naar bed het is al veel te laat geworden.’
De volgende morgen worden ze gewekt door twee opgewekte jongens die hun kamer komen binnen stormen. Andreas kijkt liefdevol naar zijn twee jongens die sprekend op hem lijken, maar qua karakter een mix van Bella en hem zijn. Snel stapt hij uit bed en schiet de badkamer in. Hij hoort de jongens de trap afrennen en in de keuken de boel onveilig maken. Glimlachend kijkt hij in de spiegel en even vergeet hij zijn zorgen. Dit is zijn favoriete moment van de dag. Het moment dat zijn hele gezin om de ontbijttafel zit. Als hij beneden komt zijn de jongens druk bezig de tafel te dekken en Bella is drukdoende de lunchtrommeltjes van de jongens in orde te maken. ‘Pap, je moet niet vergeten dat je mij vanmiddag op tijd van school moet komen ophalen. Ik moet vandaag om vier uur echt op het hockeyveld zijn,’ maant Nicky hem.
‘Nee lieverd, ik zal het echt niet vergeten. Je hockeyspullen liggen al klaar in de auto,’ antwoordt hij.
‘Andy, wat ben je stil,’ vraagt Bella? ‘Ben je ziek?’
‘Nee, maar ik ben vergeten mijn huiswerk rekenen te maken,’ antwoordt hij.
‘Tja, dat is pech. Misschien kan je de juf uitleggen hoe het komt dat je het vergeten bent.’
‘Ik zal het proberen en als ik straf krijg moet ik deze maar voor lief nemen.’
‘De juf weet heus wel dat je het niet expres bent vergeten. Je doet immers altijd keurig je huiswerk en als ik je ergens mee kan helpen, moet je het zeggen.’
‘Ja mam, maar nu moet ik gaan,’ roept hij en springt van tafel, grijpt zijn rugtas en gaat naar de garage om zijn fiets op te halen.
Bella en Andreas ruimen de ontbijttafel af en dan verdwijnt Andreas naar zijn werkkamer om zijn achter liggende zaken verder af te handelen.
Als zijn bureau weer leeg is gaat hij aan de slag met de mailberichten. In zijn mobiel ziet hij een voicemailbericht staan van Julie. Hij besluit dat hij eerst de andere berichten afwerkt en als laatste contact met haar zal opnemen.
Na de lunch vraagt Bella of hij nog veel werk te doen heeft en of hij nog heeft nagedacht over een oplossing voor de zaak.
‘Daar ben ik nog niet aan toegekomen, maar ik moet nog één telefoontje plegen en dan ben ik aardig op weg om mijn achterstand in te lopen.’
‘Heb je vader gevraagd of hij je eventueel wil helpen met de zaak?’
‘Nee, denk je dat hij dat zou willen?’
‘Niet dagelijks, maar één dag in de week zal hij wel willen helpen, denk ik. Wil je nog een kopje thee?’
Andreas knikt en vraagt of ze er bezwaar tegen heeft dat hij een telefoontje pleegt.
‘Nee natuurlijk niet, moet ik even weggaan?’
‘Nee lief, blijf maar gewoon zitten.’ Andreas toets het nummer van Julie in.
‘Julie Verstraten,’ hoort hij zijn oproep beantwoorden.
‘Hallo Julie, met Andreas. Sorry dat ik niet eerder contact met je opnam.’
‘Hallo Andreas, dat geeft niet. Ik wilde je laten weten dat de opdracht is volbracht en vroeg mij af wanneer je het sieraad zou kunnen komen ophalen.’
‘Momenteel heb ik het erg druk, maar wil je dat ik je een dag opgeef?’
‘Nee, kijk maar, ik ben alleen op zondag en woensdagmiddag gesloten.’
‘Dank je, tot snel.’
‘Tot gauw,’ antwoordt Julie.
‘Wie was dat,’ vraagt Bella?
‘Dat was Julie Verstraten. Weet je nog dat ik enkele maanden geleden op de veiling die prachtige armband heb gekocht?’
‘Ja, dat weet ik nog, maar wat heeft zij ermee te maken?’
‘Julie heeft hem voor mij gerestaureerd. Ik ontmoette haar in onze galerie en ze vertelde mij dat ze oude sieraden herstelde. Ze gaf mij haar kaartje en heb aan enkele collega’s gevraagd of haar naam hen bekend voorkwam. Het blijkt dat ze erg talentvol is en daarom besloot ik haar de opdracht te geven om deze armband te restaureren.’
‘Julie Verstraten, ik heb Brigitta wel eens over haar horen vertellen. Ten minste als we het over dezelfde persoon hebben. Brigitta had een oud poppenhuis van haar oma, die zij fantastisch heeft hersteld. Zo mooi, zelfs de kroonluchters in het huisje heeft ze weten op te knappen.’
‘Ik denk dat we het over dezelfde persoon hebben. Naast haar atelier heeft ze namelijk ook nog een heel klein winkeltje waar je je terug in de tijd waant.’
Even is het stil en zijn beiden diep in hun eigen gedachten verzonken.
‘Wanneer ga je de armband ophalen,’ vraagt Bella?
‘Misschien overmorgen,’ antwoordt Andreas.
‘Zou je het heel erg vinden als ik je vraag of we dan samen kunnen gaan?’
‘Natuurlijk kun je mee, ik denk dat Julie het zelfs leuk zou vinden om je te leren kennen.’
‘Denk je?’
‘Ik denk het wel.’ Antwoordt Andreas.
Einde deel 2
