Tussen Verleden en Toekomst

Deel 3

 

De Ontmoeting

Julie legt de laatste hand aan het collier van haar moeder. Nadat ze hem had schoongemaakt en de setting had gecontroleerd zou ze hem weer opbergen. Ze vroeg zich af voor welke gelegenheid zij dit collier ooit zou kunnen dragen. Veel gelegenheden kwamen er niet voor in haar leventje, maar daar was zij grotendeels ook zelf schuldig aan. Na haar studie had ze menig keer een receptie of uitnodiging voor een gala afgeslagen en zodoende werd haar naam in het wereldje niet meer gehoord. De zoektocht naar de herkomst van het collier was op niets uitgelopen. Ze was er niet achter kunnen komen van wie dit exemplaar ooit afkomstig moet zijn geweest. De enige die haar dat zou kunnen vertellen is de eigenaar, maar ook daar liep het spoor dood.

Plotseling hoort ze de winkelbel en verwacht dat Elsje elk moment binnen zou komen lopen, maar dan realiseert ze zich dat het daar nog even te vroeg voor is en op hetzelfde moment hoort ze haar naam roepen: ‘Julie…, Julie…’

Ze herkent de stem van Andreas en loopt naar de winkel. ‘Hallo,’ begroet ze hem.

‘Hallo Julie…,’ even is het stil en kijken ze elkaar zwijgend aan.

Andreas draait zich om en dan ziet Julie een vrouw achter hem staan. ‘Lieverd, dit is Julie. Julie, dit is mijn vrouw Isabella.’

Julie groet haar vriendelijk en Bella steekt vriendschappelijk haar hand uit, die Julie aanpakt.

‘U heeft een fantastische winkel. U heeft in het verleden voor één van mijn vriendinnen een poppenhuis gerestaureerd en mijn verbazing was groot toen Andreas mij vertelde dat u de antieke armband voor hem…’

‘Dat poppenhuis, dat weet ik nog goed,’ onderbreekt Julie haar. ‘Dat was één van mijn leukste werken, het gaf mij zoveel voldoening toen ik zag hoe enthousiast uw vriendin reageerde na afloop. Komt u verder. Kan ik iets te drinken voor u inschenken.’

‘Ik zou heel graag een kopje thee lusten,’ antwoordt Bella.

‘Natuurlijk kom verder,’ zegt Julie en gaat ze voor naar het atelier. ‘Neemt u plaats, dan zet ik alvast de ketel op.’

Andreas kijkt onderzoekend van de één naar de ander. De twee vrouwen die zo ongedwongen met elkaar overweg kunnen, terwijl hij weet dat Bella altijd eerst de kat uit de boom kijkt.

‘Ik zal intussen even de armband uit de kluis halen,’ richt Julie zich tot Andreas, die haar toeknikt.

Intussen loopt hij naar haar werkplek waar het collier van haar moeder onder de loep ligt. Bewonderend bekijkt hij het en vraagt zich af van wie het afkomstig is. Ergens heeft hij het gevoel het al eens eerder te hebben gezien.

‘Tante Julie, ik ben thuis…,’ horen ze roepen en zien plots een klein meisje het atelier binnenstormen.

‘Oh sorry, ik wist niet dat tante Julie bezoek had.’

‘Maar kind dat geeft toch niet. Hoe heet jij,’ vraagt Bella?

‘Elsje,’ antwoordt de kleine.

‘Hallo Elsje, ik ben Bella en die mijnheer daar is Andreas.’

‘Aangenaam,’ antwoordt Elsje beleeft. ‘Waar is tante Julie?’

‘Elsje, je bent er al,’ hoort ze achter zich en verlegen kruip Elsje achter de rug van Julie.

‘Je hoeft niet zo verlegen te zijn. Kom maar, wil je ook thee?’ Elsje knikt en gaat op een krukje zitten. Julie overhandigd Andreas de box met de armband en gaat voor hen allen een kop thee inschenken.

Het wordt een ongedwongen uurtje en na afloop spreken de twee vrouwen af dat ze elkaar zeker nog eens willen zien.

 

Veel tijd om over het bezoek na te denken heeft Julie niet, want op dat moment stopt er een politieauto voor haar deur. De agenten komen haar winkel binnen en kijken haar beduusd aan. Julie krijgt een vreemd voorgevoel en begrijpt dat hetgeen ze haar gaan vertellen geen goed nieuws is. Elsje die achter haar aan is komen lopen observeert de agenten en Julie richt zich liefdevol naar haar en fluistert: ‘Schat, ga jij maar even naar het atelier, ik kom zo bij je.’

De agenten kijken haar dankbaar aan en dan richt de vrouwelijke agent zich tot haar.

‘Bent u Julie Verstraten?’

‘Ja, dat ben ik.’

‘Wij hebben helaas geen goed nieuws.’

‘Nee, daar was ik al bang voor,’ antwoordt Julie.

‘De moeder van de kleine meid…,’ gaat de agente verder. ‘De moeder is op weg naar haar werk betrokken geraakt bij een ernstig ongeval. Een vrachtwagen wilde uitwijken voor een stel jonge kinderen, maar zag de vrouw over het hoofd. Zij is zwaargewond in het ziekenhuis opgenomen en daar hebben zij al het mogelijke gedaan om haar te redden.’

‘Maar dat betekent dat het ongeluk vanmorgen al heeft plaatsgevonden,’ onderbreekt Julie haar.

Dat klopt, maar vanmiddag kwamen we er pas achter wie zij was. Ze vonden haar tas bij het bergen van de vrachtwagen, dat is ook de reden dat wij u niet eerder konden verwittigen. Wij wisten eenvoudig weg niet wie zij was. Al die tijd was zij niet aanspreekbaar en helaas stierf zij op de operatietafel aan een hartstilstand.’

Julie wankelde even en zocht houvast aan de schommelstoel van haar moeder. ‘Hoe vertel ik dat in hemelsnaam aan dat kleine meisje,’ fluisterde ze.

‘Wilt u dat ik u hiermee help?’

‘Dat is erg lief van u, maar ik ben bang dat dat traumatischer zou zijn dan dat ik het haar zelf vertel.’

‘Bent u familie van haar?’

‘Nee, ik ben een goede vriendin en heb haar nota bene gestimuleerd om die opleiding te gaan volgen. Had ik dat maar niet gedaan, dan had Elsje ten minste haar moeder nog gehad.’

‘Dat weet u niet, het gebeurde nadat zij de kleine naar school had afgezet. Waarschijnlijk fietste ze dagelijks die route. Het heeft geen zin om u daarover schuldig te voelen. Had het slachtoffer, naast haar dochter, nog andere familieleden?’

‘Nee, haar echtgenoot is twee jaar geleden overleden en van haar kant is niemand meer in leven. Ik weet zeker dat zij absoluut niet zou willen dat de kleine naar de familie van haar man zou moeten vertrekken. Die hebben nog nooit enige moeite gedaan om haar met wat dan ook te helpen en geld valt er niet te halen.  Ik zal alles doen om ervoor te zorgen dat ze bij mij kan blijven. Hier voelt ze zich thuis.’

‘Ik zal u mijn kaartje geven en daar noteer ik ook mijn privénummer op. Mocht u vragen hebben of mocht ik u ergens mee kunnen helpen bel mij dan. Ik adviseer u een notaris of advocaat in te schakelen voor een adoptieprocedure als u inderdaad besluit het meisje te willen houden. Sterkte.’

Julie pakt het kaartje aan en vraagt zich af hoe zij dit afschuwelijke nieuws aan Elsje moest vertellen.

De begrafenis

De regen valt loodrecht naar beneden en de druppels, die op de kist vallen, maken een vreemd ritmisch geluid. Stapje voor stapje loopt Julie samen met Elsje over het pad naar het pas heropende graf. Het graf waar het kleine meisje twee jaar geleden ook haar vader had moeten begraven.

Julie drukte het meisje stevig tegen haar zij. Niet alleen om haar te beschermen tegen de regen, maar ook om haar te laten voelen dat zij bij haar welkom is.

‘Tante Julie, zou mama nu al bij papa zijn?’

‘Ik denk het wel. Misschien kijken ze nu beiden naar beneden om te zien hoe flink jij je wel niet houdt. Maar ze zullen heus niet boos zijn als je huilt. Weet je ik denk dat zij ook verdrietig zijn omdat ze jou moesten achterlaten. Maar eens, en hopelijk heel veel jaren later, zul je ze weer zien.’

‘Mag ik dan wel al die tijd bij jou blijven?’

‘Daar gaan wij ons best voor doen. Ik laat jou niet van mij afpakken.’

Haar kleine armpjes houden haar stevig vast en dan fluistert Julie: ‘Kom lieverd, nu moeten we mama naar papa brengen.’

Elsje knikt en houdt stevig de hand van Julie vast. Bij het graf staan ze stil en kijken toe hoe alles in gereedheid wordt gebracht om de kist over enkele minuten te laten zakken.

De ondernemer vraagt of er nog mensen zijn die een afscheidsrede willen brengen.

Elsje kijkt Julie aan en die knikt haar bemoedigend aan.

Als het kleine meisje naar voren treedt houden de weinige omstanders, die de moeite hebben genomen om naar het afscheid van Janny te komen, hun adem in.

‘Lieve mama,

Ik ga je heel erg missen, maar ik weet dat jij nu bij papa bent en ik weet ook dat jij papa heel erg miste.

Maak je om mij maar geen zorgen, tante Julie heeft beloofd dat ze voor mij zal zorgen.

Mama ik beloof je dat ik heel goed mijn best zal blijven doen op school en later als ik groot ben en ooit zelf een klein meisje krijg dan zal ik haar Janny noemen.

Maak maar veel plezier met papa daarboven.

Dag lieve papa, dag lieve mama.’

 

Ze pakt het bosje fresia’s, dat Julie in haar handen heeft, en legt ze boven op de kist. Haar kleine handjes brengt ze naar haar mond en drukt er een kus op die ze richting de kist blaast.

Julie knikt naar de begrafenisondernemer die vervolgens langzaam de kist laat zakken.

Samen met Elsje loopt Julie het pad af en aan het eind draait Elsje zich nog éénmaal om en zwaait naar het geopende graf van haar ouders.

 

Met een zwaar gevoel in haar maag staat Julie voor de tweede maal in 1 jaar tijd voor de opgave een huis te ontruimen na een sterfgeval. Gisteren had ze samen met Elsje door het huis gelopen en gevraagd of wat zij graag zou willen bewaren. De kleine had rondgestruind door het huis en samen hadden ze wat dozen gevuld met spullen die zij wilde bewaren. Julie had haar geholpen om enkele zaken te scheiden en in aparte dozen te stoppen. De spullen in haar kamertje zouden zo wie zo worden overgebracht naar haar nieuwe kamertje bij Julie thuis. Het kamertje hadden ze behangen met de door Elsje uitgekozen behang en geverfd in een bijpassende kleur. De vloer werd voorzien van een mooi warm vloerkleed en samen hadden ze haar nieuwe bed in elkaar gezet. Haar oude bedje was te klein geworden en zou eventueel door de kringloopwinkel, samen met de spullen die ook weg konden, worden opgehaald. Het meisje hield zich flink, maar Julie voelde het verdriet dat aanwezig was. Ze probeerde zoveel mogelijk bij het kind te zijn en vermeed het niet om haar mama ter sprake te brengen. Daar fleurde het kind dan enorm van op.

Gelukkig had Janny haar administratie altijd keurig in orde gehouden en was het niet moeilijk om alle zaken af te handelen. Julie had ook het adres van de familie van haar overleden man gevonden en enkele dagen geleden had ze telefonisch contact met hen opgezocht en hen medegedeeld dat hun schoondochter was overleden. Toen Julie Elsje ter sprake bracht werd haar op een koude wijze medegedeeld dat ze niets met het kind te maken wilde hebben en dat zij maar moest zorgen dat zij ergens werd ondergebracht. Julie had hen gevraagd of zij er bezwaar tegen hadden dat zij de kleine meid zou adopteren. ‘Als dat is wat u wilt, moet u dat maar doen. Als wij er maar geen last van hebben en het ons geen cent gaat kosten,’ was het antwoordt geweest.

Ze had hen gezegd dat er geen sprake was van geldelijk gewin, maar dat haar bedoelingen puur liefdevol waren. Na afloop van het telefoongesprek was Julie misselijk en ziek van verdriet geweest. Hoe kon iemand zo koud en kil zijn, ze was blij dat zij de kleine meid kon opvangen en dat zij niet door deze mensen zou worden grootgebracht. Ze begreep dat zij nu op zoek zou moeten gaan naar een goede adoptie advocaat. Ze had nog éénmaal via de mail contact gezocht met de grootouders, maar ook daarin deelde ze haar mede dat ze het kind maar zelf moest opvoeden of haar aan de kinderbescherming moest overdragen.

Plotseling wordt ze uit haar gepieker gehaald door haar telefoon. Als ze deze uit haar tas haalt ziet ze een onbekend nummer. ‘Nee hè, toch niet nog meer onheil.’

‘Hallo met Julie Verstraten.’

‘Hallo Julie, met Isabella. We hadden afgesproken nog eens contact met elkaar op te nemen, dus ik dacht…’

‘Hallo Isabella, hoe gaat het?’

‘Ach, wat zou ik zeggen..’

‘Ben je ziek?’

‘Weet je Julie, daar wil ik het een andere keer over hebben.’

‘Ik zou je willen vragen of je eens bij ons langs zou willen komen, ik wil je iets laten zien.’

‘Isabella, dat zou ik heel graag willen, maar momenteel zit ik midden in het afhandelen van… Ja, wat moet ik zeggen. Je hebt Elsje toch ontmoet, toen je bij mij was.’

‘Ja, dat leuke meisje. Hoe is het met haar?’

‘Net toen jullie de deur uitgingen kwam de politie mij vertellen dat haar moeder was verongelukt. Ze is nu bij mij en ik wil haar graag bij mij houden en daar ga ik ook voor vechten. Ik moet dus een goede advocaat zien te vinden.’

‘Wat triest, heeft ze geen vader meer?’

‘Nee, twee jaar geleden heeft ze ook haar vader al verloren en de familie van haar vader wil niets met haar te maken hebben en Jannie, haar moeder had geen familie meer. Dus je begrijpt dat ik een strijd moet aangaan om het kind uit de handen van de kinderbescherming te houden.’

‘Ja, ik begrijp het en je hebt nog geen advocaat gevonden?’

‘Nee, ik ben opzoek naar goede reverenties.’

‘Stop maar met zoeken, ik weet een goede. De broer van Andreas is een adoptie advocaat en zeer succesvol. Zondag komt hij ons opzoeken, dus kom naar ons toe en neem de kleine meid mee. De jongens zullen haar geweldig vinden.’

‘Ik weet het niet, weet je zeker dat hij mij zou willen helpen.’

‘Natuurlijk wil hij jou helpen. Kom zondag naar ons toe en dan stel ik je aan hem voor.’

‘Dat zou mij…,’ maar Julie kan haar zin niet meer afmaken omdat de tranen in haar ogen branden en ze een brok in haar keel krijgt.

Even is het stil aan de lijn omdat Bella haar even de tijd wil gunnen om weer bij zinnen te komen.

‘Ben je er nog,’ vraagt ze?

‘Ja sorry, maar het werd me even te veel.’

‘Geeft niet schat, ik zie je zondag en dan kan je je zorgen in de handen van Ferdy leggen.’

‘Dank je, tot zondag,’ groet Julie zacht.

 

De buurtjes kwamen één voor één het huisje van Jannie binnen en Julie begroete ze met een kopje koffie of thee. Ze had besloten dat ze allereerst de buurtjes zou vragen of zij belangstelling hadden voor de meubeltjes die zij zou moeten laten afvoeren door de kringloopwinkel. Daarom had zij deze middag de deur voor hen opengesteld. Jannie had haar er zo nu en dan op gewezen dat er veel verborgen armoede in het straatje heerste. En daarom wilde ze dat de meubeltjes, wasmachine, koelkast of wat zij ook maar konden gebruiken een tweede leven zouden krijgen bij deze mensen. Het kamertje van Elsje was inmiddels leeggehaald. Het enige wat er nog staat is het oude bedje van Elsje, waar ze inmiddels was uitgegroeid.

Julie ziet één van de vrouwen, die hoogzwanger is, naar het bedje staren.

‘Hallo, gaat het,’ vraagt Julie?

‘Ja, het gaat wel. Weet je ik kan mij nog goed herinneren dat Jannie dit bedje voor Elsje kocht. Elsje was uit haar wiegje gegroeid en toen Jannie dit bedje zag was zij verkocht. Ze was er zo blij mee. Ik was pas getrouwd en nog niet zwanger van de eerste en nu 3 jaar later sta ik hier naar hetzelfde bedje te staren en moet daaraan denken.’

‘Zou je het willen hebben,’ vraagt Julie?

‘Ja, maar dat kan toch niet. Dat kan ik toch niet aannemen?’

‘Waarom niet? Elsje past er niet meer in en de afgelopen dagen hebben we alles meegenomen wat maar enigszins belangrijk voor haar zou zijn. Weet je wat ze zei?’

‘Geen idee,’ antwoordt de vrouw.

‘Ze zei, misschien wil tante Grietje het bedje wel hebben. Zij krijgt immers een tweede kindje.’

‘Zei ze dat echt?’

Julie knikt en fluistert: ‘Heus neem het mee en koester het. Zo zal Jannie toch nog een beetje bij jou en de nieuwe baby zijn.’

‘Dank je, Julie. Dank je dat je er voor Elsje bent. Kleine Jordy zal maar wat blij zijn met dit bedje en dan kan ik zijn oude bedje gebruiken voor de nieuwe baby.’

 

De middag is geslaagd en veel meubeltjes krijgen een tweede leven bij de buurtjes. De volgende dag zal de kringloopwinkel de overige spullen meenemen en weer een dag later zou Julie de sleutel aan de woningbouwvereniging moeten overdragen.

Het bezoek

‘Tante Julie, ik ben een beetje bang. Misschien vinden de jongens mij helemaal niet aardig.’

‘Natuurlijk wel lieverd, waarom zouden ze jou niet aardig vinden?’

‘Ik weet het niet,’ antwoordt Elsje bedroefd.

Julie neemt de kleine in haar armen en knuffelt haar. ‘Weet je lieverd, je hoeft echt niet bang te zijn dat ze je niet aardig vinden. Er is niemand op deze hele aarde die niet van jou kan houden. Je hebt Isabella toch al eens ontmoet, zij is de moeder van de jongens en denk jij dat zij het zou toestaan dat ze jou kwaad zouden doen. Echt, je zult zien dat je een hele leuke middag krijgt.’

‘Denk je echt,’ vraagt Elsje zacht?

‘Ik weet het wel zeker. Kom laten we de leukste kleren voor je uitzoeken, zodat niemand meer om je heen kan.’

‘Oh maar dan weet ik al wat ik aan wil trekken.’

‘Nou laten we dat dan maar snel gaan doen. Daarna eten we nog een boterham en dan kunnen we vertrekken.’

Vol nieuwe energie rent de kleine naar haar kamer om haar mooiste outfit uit te zoeken. Julie helpt haar met aankleden en ongemerkt corrigeert ze de kleine met haar keuze. Even moet ze af en toe glimlachen om de opmerkingen van de kleine die haar soms zulke volwassen antwoorden kan geven.

‘Nu moeten we inderdaad maar eerst even een boterham gaan eten,’ oppert de kleine. ‘Het zal best wel een eindje rijden zijn en we kunnen ons niet veroorloven om uitgehongerd aan te komen. Als we dat doen, dan nodigen ze ons nooit meer uit.’

‘Denk je echt,’ vraagt Julie lachend?

‘Dat denk ik niet alleen, maar dat weet ik gewoon,’ antwoordt ze wijs.

‘Nou dat kunnen we niet hebben, toch?’

‘Nee, zo denk ik er ook over.’

 

Na de lunch stappen ze in de auto en Julie zorgt ervoor dat Elsje, achter in de auto goed in de veiligheidsriemen zit. Ze tikt het adres in haar navigatiesysteem en dan gaan ze op weg.

Na 20 minuten rijden ze een bosrijke omgeving in en Julie geniet van de omgeving. Wat moet het fijn zijn om hier te kunnen wonen, gaat het door haar heen.

Het navigatiesysteem navigeert haar keurig naar haar bestemming en plots zegt de stem: ‘U heeft u bestemming bereikt’. Julie kijk bewonderend naar het sierlijke smeedijzeren hekwerk. Even weet ze niet wat te doen, maar dan openen plotseling de deuren van het hek zich en hoort ze via de intercom de stem van Isabella. ‘Hallo Julie, rij maar door. Ik zie je zo dadelijk.’

Ze rijdt de prachtige oprijlaan in en parkeert haar auto aan de zijkant naast de andere. Zorgvuldig haalt ze Elsje uit de auto en samen kijken ze bewonderend naar de prachtige bomen die volop in de bloei staan. Ze voelt dat Elsje tegen haar aankruipt en gemoedelijk slaat ze een arm om haar heen.

‘Lieverd, niet bang zijn. Vind je het niet mooi hier?’

‘Ik mag straks toch wel weer met jou mee naar huis,’ vraagt ze angstig.

‘Maar natuurlijk, was je bang dat ik je hier zou achterlaten?’

Verdrietig schut Elsje met haar hoofd en Julie ziet de angst in haar ogen.

‘Ik laat jou niet achter, maar weet je. Daarbinnen ontmoeten we straks een meneer die ons gaat helpen om je bij mij te laten wonen.’

Julie haalt een zakdoekje uit haar tas en droogt de tranen die inmiddels stilletjes over de wangen van de kleine meid druppelen.

Bella komt op hen aflopen en kijkt Julie vragend aan, maar die schudt zachtjes met haar hoofd alsof ze wil zeggen: ‘Vraag maar even niets?’

‘Hallo, wat fijn dat jullie er zijn. Dag Elsje, wat zie je er prachtig uit,’ begroet Bella het tweetal.

Elsje kijkt glunderend naar Julie en fluistert: ‘Zie je wel dat ze het mooi vindt.’

Julie begroet Bella vriendelijk en kijkt haar argwanend aan. Verbeeld ik mij of ziet ze er slechter uit dan de vorige keer. ‘Dag Bella, hoe gaat het,’ vraagt ze bezorgd?

Bella geeft geen antwoordt op haar vraag en begeleid het tweetal naar binnen. Daar komen de twee jongens al direct naar het bezoek toe rennen en nieuwsgierig kijken ze Elsje aan.

‘Jongens dit is nou Elsje,’ zegt hun moeder. ‘Elsje, dit zijn Andy en Nicky.’

Beleeft geeft Elsje beide jongens een hand en dan is het ijs gebroken. Opgewonden vragen de jongens of zij mee wil bouwen aan hun legodorp en Elsje vraagt Julie enthousiast of dat mag?

‘Natuurlijk lieverd ga maar.’

‘Gaan jullie maar naar de speelkamer, straks roep ik jullie als we thee gaan drinken,’ zegt Bella en dan richt ze zich tot Julie. ‘Kom verder, Ferdy is er nog niet. Andreas haalt hem van het vliegveld op, dus wij hebben even tijd om wat bij te kletsen. Hoe gaat het nu met de kleine meid?’

‘Redelijk, ik probeer er zoveel mogelijk voor haar te zijn, maar ik kan haar niet al haar angsten doen vergeten. Ondanks het feit dat ze het wel leuk vindt om naar hier te komen, kwam ik erachter dat ze bang was dat ik haar hierachter zou laten. Ik hoop dat die verlatingsangst in de toekomst geen probleem voor haar gaat worden.’

‘Ik begrijp het, we moeten ervoor zorgen dat het één en ander snel geregeld wordt. Kom ga zitten dan maak ik een kop thee. Wil je hier in de woonkamer plaatsnemen of ga je mee naar de keuken?’

‘Ik loop met je mee naar de keuken. Wat een prachtig huis hebben jullie. Schitterend,’ antwoordt Julie.

‘Ja we zijn er ook erg blij mee. We hebben het geheel laten verbouwen en een deel laten aanbouwen. Het is een fijn huis en gelukkig dicht in de buurt van mijn vader. Helaas kan je deze vandaag niet ontmoeten omdat hij op reis is, maar ik weet zeker dat je hem aardig vindt.’

Julie bewonderd de moderne keuken, die van alle gemakken zijn voorzien. De lichte kleuren geven de ruimte een extra warme uitstraling en de grote familietafel biedt genoeg ruimte voor wel 12 personen.

‘Ik ben sprakeloos, heb je zelf het huis ingericht of…?’

‘Ja, maar wel met hulp van Andreas die daar oog voor heeft.’

 

Plots horen ze de jongens aankomen rennen die beide opgewonden roepen: ‘Mam, papa en oom Ferdy komen eraan. Mogen wij ze buiten begroeten?’

‘Dat is goed jongens, maar pas goed op Elsje.’

‘Ja mam,’ roepen de jongens in koor en Elsje rent achter de jongens aan.

‘Pap…, pap…, dit is Elsje,’ roept Andy.

‘Dat weet ik toch,’ antwoordt Andreas en richt zich naar de kleine meid. ‘Hallo Elsje, deze meneer is mijn broer en hij gaat jou en Julie helpen.’

Ferdy gaat door zijn knieën en geeft Elsje zijn hand, die ze verlegen aanpakt.

‘Hallo, ik ben Ferdy. Jij bent dus Elsje.’

Elsje knikt en fluistert beleeft: ‘Aangenaam, denkt u echt dat u ons kunt helpen?’

‘Dat denk ik niet alleen, dat weet ik gewoon. Maak je maar geen zorgen. Waar is je tante?’

‘Bij mama in de keuken,’ roept Nicky.

‘Laten we dan maar gauw naar de keuken gaan,’ oppert Ferdy.

 

In de keuken wordt hij hartelijk begroet door zijn schoonzus en even verschijnt er een bezorgde blik op zijn gezicht. Die blik valt Julie op, die nu vrijwel zeker weet dat er iets met Bella aan de hand moet zijn.

‘Ferdy, dit is Julie.’

Ferdy richt zich nu tot haar en kijkt Julie indringend aan. Die blik doet Julie denken aan die zondag in Amsterdam, toen ze voor het eerste keer kennis maakte met zijn broer.

‘Aangenaam,’ fluistert hij.

Er valt een stilte die Julie niet goed weet op te vangen en moet even een paar keer slikken.

‘Weet je, trek je het maar niet aan hoor. Dat effect heb ik wel vaker bij vrouwen, dit in tegenstelling tot mijn broer,’ lacht Ferdy.

‘Sorry het was niet mijn bedoeling om je zo aan te staren.’

‘Dat geeft niet, maar het is wel goed voor mijn ego.’

‘Ferdy, hou op. Ze wordt er verlegen van,’ roept Andreas zijn broer tot de orde.

‘Hallo Julie, leuk je weer eens te zien. Trek je maar niets van mijn broer aan hoor. Daar wen je wel aan. Hoe gaat het, nog interessante voorwerpen gerestaureerd?’

Het contrast kon niet groter zijn tussen twee broers, denkt Julie, dankbaar dat hij haar te hulp schiet. ‘Ik heb inderdaad nog iets in de kluis liggen en volgens mij wil de eigenaar deze na de restauratie te koop aanbieden, dus ik hou je op de hoogte.’

 

Elsje en de jongens kunnen het goed met elkaar vinden en de sfeer is die middag goed. Ferdy en Julie hebben een gesprek over de te volgen procedure en voor het eerst krijgt Julie een beetje hoop op een goede afloop. Andreas had zich, samen met Bella teruggetrokken in de huiskamer om de twee niet te storen.

‘Denk je dat het Ferdy gaat lukken,’ vraagt Bella zacht?

Andreas kijkt haar bedenkelijk aan en antwoordt: ‘Ik hoop het, maar je weet het nooit zeker. Het zou voor het meisje goed zijn als ze bij Julie zou mogen blijven.’

Bella kijkt zwijgend voor zich uit en Andreas kijkt haar bezorgt aan. ‘Is dit alles niet te veel voor je vandaag?’

Bella knikt, maar wil niet dat ze de rest van de dag anders gaan inplannen. ‘Ik wil Julie nog iets vragen. Iets wat erg belangrijk voor mij is.’

‘Oh, en dat is?’

‘Dat wil ik je liever niet vertellen. Niet nu ten minste, maar als mijn tijd hier te kort blijkt te zijn moet je me dat maar vergeven.’

‘Weet je zeker dat je niet even wil gaan rusten?’

‘Misschien straks, na mijn gesprek met Julie.’

‘Zal ik kijken of het haar schikt om nu even met je te praten?’

‘Ja, doe dat maar.’

Andreas gaat naar de keuken waar Ferdy en Julie nog druk in gesprek zijn, maar als Andreas binnen komt vraagt Ferdy of alles goed is. Andreas vertelt hem dat Bella erg moe is en dat zij graag nog even met Julie wil praten.

‘Maar natuurlijk, Julie en ik kunnen ons gesprek morgen voortzetten. Ten slotte heb ik nog enkele papieren van haar nodig. Zullen we dat afspreken,’ vraagt hij aan haar.

‘Prima, zal ik dan nu maar naar Bella gaan?’

‘Graag,’ antwoordt Andreas somber.

 

Als Julie de woonkamer binnen komt zit Bella in één van de comfortabele fauteuils bij de openstaande deuren die een fantasierijke blik werpen op de tuin. ‘Bella, ik begrijp dat je mij wil spreken?’

‘Ja, ga even tegenover mij zitten. Ik wil je om een gunst vragen.’

‘Mij een gunst?’

‘Ja… Misschien heb je wel in de gaten dat het niet helemaal goed gaat met mij.’

‘Ja, ik heb mij inderdaad vanmiddag afgevraagd of er iets met je aan de hand was.’

‘Ik ben terminaal. De kanker is te ver uitgezaaid en deze keer kunnen we er niets meer aan doen. We hebben ertegen gevochten, maar het heeft geen zin meer.’

‘Zijn de kinderen hiervan op de hoogte,’ vraagt Julie bezorgt?

‘Ja, ze zijn er inmiddels al aangewend dat ik diverse chemokuren heb ondergaan, maar genoeg is genoeg. Een nieuwe kuur zou mijn tijd voor hoogstens drie maanden verlengen, maar dat wil ik niet meer. Ik wil helder afscheid kunnen nemen van Andreas en de kinderen en natuurlijk van al mijn vrienden en pa.’

‘Ik begrijp het,’ fluistert Julie verslagen. ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’

‘Ik ben voor de kinderen een persoonlijke herinneringsbox aan het maken en ik heb voor elk van de jongens een sieraad uitgezocht dat ik hen graag wil nalaten. Alleen moet er wel hier en daar wat aan worden veranderd. Zou jij dat voor mij willen doen.’

‘Natuurlijk wil ik dat, ik ben erg dankbaar dat je mij dit toevertrouwd. Had je zelf een ontwerp ingedachte?’

‘Ja, zou je mij dat doosje, daarboven op de kast willen aangeven?’

Julie staat open pakt het doosje van de plank en geeft het aan haar. Bella legt uit wat zij graag aan de sieraden zou willen veranderen en willen toevoegen. Ze had het al tot in de puntjes uitgewerkt. Ook voor Andreas had zij een ontwerp gemaakt en dat zou de grootste uitdaging worden voor Julie, maar ze heeft er alle vertrouwen in dat ze deze liefdevolle opdracht tot in de puntjes zou kunnen uitvoeren.

‘Over de prijs worden we het wel eens, ik ben je erg dankbaar dat je dit voor mij wil doen,’ zucht Bella.

‘Bella, ik doe het graag voor je en ik wil niet dat je me daarvoor maar één cent betaalt. Maar nu moet je even gaan rusten, ik zorg de rest van de dag voor de jongens en maak je over het eten geen zorgen.’

‘Weet je het zeker,’ vraagt Bella.

‘Ja, ik weet het zeker. Ik breng je zo nog een kopje thee en dan ga je even rusten.’

 

In de keuken zijn Andreas en Ferdy druk in gesprek en de kinderen vermaken zich in de tuin. Nadat Julie Bella een kopje thee heeft gebracht gaat ze zoals afgesproken, naar boven om wat te rusten. Julie kijkt om zich heen en vraagt zich af hoe het mogelijk is dat juist dit gezin deze tragedie moet treffen.

 

De volgende dag kijkt Julie met een dankbare blik terug op het bezoek aan het gezin van Andreas. Ondanks het verdriet dat het gezin overkomt proberen zij positief te blijven. Bella had haar de doos met de juwelen en de ontwerpen meegegeven en Julie nam zich voor om te zorgen dat zij de opdracht zo snel mogelijk zou verwerken. Gisteravond had ze nauwkeurig de ontwerpen bekeken en geïnventariseerd wat zij aan materiaal in huis had, of wat zij zou moeten bestellen. Als zij in de avonduren zo nu en dan een uurtje zou werken moest het haar lukken om over een week of drie de klus te hebben geklaard.

Bella zou dan zelf de kostbaarheden in de box kunnen stoppen. Verdrietig staart Julie door het raam en ziet niet dat er een oude grijze Volkswagen voor haar deur stopt. Plots hoort ze de deurbel en gaat ze naar beneden. Als ze de deur opent doet ze van verbazing een stap achteruit. Voor haar staat haar ex-verloofde die eruitziet alsof hij zichzelf al in geen weken had gewassen.

‘Hallo schoonheid, kan er geen kusje van af,’ begroet hij haar. Hij zwabbert op zijn benen en zijn adem stinkt naar de alcohol.

‘Pardon, wat kom je doen,’ vraagt Julie.

‘Nou…, nou, begroet je zo je verloofde.’

‘Doe niet zo gek, die titel heb je jaren geleden al verspeeld. Ik raad je aan om te vertrekken, want wij hebben elkaar niets meer te zeggen.’

‘Dat dacht ik niet, dame,’ sist hij en grijpt haar stevig bij haar arm vast.

‘Laat me los,’ waarschuwt Julie.

‘Laat mijn mama met rust,’ hoort ze plots achter zich en voor ze de kleine kan vragen om naar boven te gaan rent ze naar voren en schopt haar ex-verloofde tegen zijn schenen.

Woedend laat hij Julie los en kijkt het meisje vernietigend aan. Julie voelt zich hulpeloos en vraagt zich af wat zij moet doen. Allereerst moet ze zien te voorkomen dat hij Elsje iets aandoet, maar voordat zij iets kan onder nemen komt er plots een man op haar af.

‘Hallo schat,’ begroet hij haar. Neemt haar in zijn armen en kust haar innig. ‘Dag liefje, hoe was het op school,’ vraagt hij Elsje die in de gaten heeft wat Ferdy aan het doen is.

‘Goed papa, ik heb een tekening voor je gemaakt.’

‘Die moeten we dan maar gauw gaan bekijken,’ is het antwoord van Ferdy.

Dan draait hij zich naar de man en vraagt: ‘Mag ik vragen wat u komt doen?’

‘Sorry, ik ben op het verkeerde adres,’ antwoordt hij.

‘Kan gebeuren, maar ik raad u aan om mijn vrouw en dochtertje in de toekomst met rust te laten.’

‘Nogmaals sorry, het zal niet meer gebeuren,’ antwoordt de ex-verloofde. Nederig stapt hij in zijn auto en rijdt weg.

‘Ik denk niet, dat je in de toekomst nog last van hem zal hebben. Je moet me straks vertellen wat jouw relatie met deze man is.’

Nog totaal in de war van zijn omhelzing en bijbehorende kus, kijkt ze hem aan en vraagt zacht of hij verder wil komen. Julie ziet niet de pretlichtjes in zijn ogen en de knipoog die hij terloops aan Elsje geeft. Hij bukt zich voorover en fluistert in haar oor: ‘Dat hebben we goed gedaan, toch?’

In de huiskamer vraagt Julie of hij iets wil drinken en hij antwoordt dat een kopje koffie er wel in zal gaan.

Terwijl Julie naar de keuken gaat, laat Ferdy zijn blik onderzoekend door de kamer gaan. Hij komt tot de ontdekking dat de kamer met veel zorg en warmte is ingericht. Hij vraagt aan Elsje of zij hem haar kamertje wil laten zien en dat laat ze zich geen tweede keer zeggen. Trots laat ze hem haar domein zien en tevreden keert Ferdy terug naar de woonkamer.

‘Goed gekeurd,’ vraagt Julie?

‘Ja, je zorgt prima voor haar. Het ontbreekt haar aan niets.’

‘Denk je dat…, nou ja. Ik ben wel single, denk je dat zij haar aan mij toe zullen wijzen?’

‘Dat kan een probleem opleveren. Zijn er in het verleden gebeurtenissen die tegen je gebruikt kunnen worden?’

‘Niet dat ik weet.’

‘En die man, die zojuist voor je deur stond?’

‘Dat was mijn ex-verloofde. Tijdens onze verlovingstijd ontmoete hij een ander waar hij enkele maanden later mee trouwde. Ik had hem al jaren niet meer gezien, behalve dan op de begrafenis van mijn moeder en toen heb ik hem al verteld dat het over en uit was tussen ons en dat er ook nooit meer iets zou zijn. Die liefde is over.’

‘Ik hoop dat de boodschap van zoeven is overgekomen, anders ben ik alsnog genoodzaakt met jou in het huwelijk te treden.’

Verbaast kijkt Julie hem aan en vraagt: ‘Ga jij voor elke cliënt zo ver?’

‘Nee, alleen als ze aantrekkelijk is en heel snel van slag is,’ grijnst hij.

Julie besluit om hem maar geen antwoordt te geven en gaat aan de eettafel zitten waar zij haar papieren, die hij mogelijk nodig heeft, had gesorteerd. Terwijl hij zo nu en dan een slok van zijn koffie neemt werpt hij een blik op haar papieren en bewondert haar organisatietalent. Alles wat hij nodig heeft voor de te vervolgen procedure ligt voor hem.

‘Waar is Elsje, als jij aan het werk bent?’

‘Bij mij in mijn atelier of in de tuin die eraan grenst. Heel soms gaat ze naar de naschoolse opvang, maar alleen als ik haar niet kan opvangen omdat ik elders een afspraak heb.’ Verder is er altijd één van mijn vrienden die haar eventueel kunnen opvangen.

‘Kan ik je atelier zien?’

‘Ja vanzelfsprekend, volg mij maar.’

In het atelier kijkt hij met een kritische blik naar, met name het feit of deze de veiligheid van Elsje waarborgen. Iets waar de kinderbescherming zich zeker op zal richten. In een hoekje van het atelier blijft hij staan en kijkt vragend naar Julie. ‘Dat is haar hoekje,’ verklaart Julie. ‘En als het mooi weer is dan kunnen de deuren open en speelt ze in de tuin, soms ook met wat vriendjes van school.  Ik heb mijn werkzaamheden zoveel mogelijk aangepast aan de schooltijden, zodat ik er voor haar ben als ze thuis is.’

‘Zover ik het kan beoordelen heb je alles goed geregeld.’ Zijn blik glijdt over haar werk en vraagt waar ze momenteel mee bezig is. Julie laat hem een oud herenhorloge zien en vertelt hem dat de eigenaar er graag een inscriptie in wil laten graveren voor zijn kleinzoon.

‘En dit collier?’

‘Dat was van mijn moeder, maar de werkelijke herkomst is mij onbekend. Tot nu toe is het mij nog niet gelukt om te achterhalen aan wie het ooit heeft toebehoord.’

‘Heeft je moeder je dat dan nooit verteld?’

‘Nee, ik vond het pas na haar dood. In een doos met oude brieven.’

Ferdy bekijkt het collier aandachtig en heeft het gevoel dat….

‘Oh sorry, ik heb helaas nog een afspraak. Elsje moet naar balletles, maar als je zin hebt kan je met ons mee.’

‘Misschien een andere keer. Er ligt nog een hoop werk op mij te wachten. Wat denk je, zie ik je zondag weer. Misschien kunnen we bij Andreas en Bella gaan BBQ, jij zou ons daar dan heel goed bij kunnen helpen.’

‘Als zij er geen bezwaar tegen hebben, heel graag.’

‘Goed, tot zondag. Ik mag je zeker niet nogmaals kussen?’

Julie slaat verlegen haar blik neer en hij kijkt haar glunderend aan. ‘Het was maar een grapje,’ fluistert hij.

Einde Deel -3 –

error: Content is protected !!