Tussen verleden en toekomst
Deel 7
Even naar huis
Een dag voor oudejaarsdag besluit Julie om een dag naar haar eigen huis te gaan om de post en haar planten te verzorgen. Omdat Julian haar had opgehaald is ze genoodzaakt om te vragen of zij zijn auto zou mogen lenen. Dat is geen probleem en hij stelt voor om gedurende haar afwezigheid op Elsje te passen, zodat ze in haar eentje naar haar huis kan gaan. Omdat de kleine inmiddels al zo gewend is om bij haar opa te zijn, stemt Julie daar zonder veel moeite mee in. Ferdy was inmiddels weer aan het werk gegaan en bracht de avonduren in zijn eigen huis door. Soms vroeg Julie zich af wat er werkelijk in hem omging. Nog steeds had ze het gevoel dat er iets was wat hij haar niet wilde vertellen, maar als ze ernaar vroeg, ontweek hij telkens haar vraag. Ze hoopte dat er een moment zou komen dat hij haar over hetgeen hem dwars zat, in vertrouwen nam. Misschien lag het aan haar, misschien was ze te gewoon voor hem. Ten slotte vertoefde hij vaak in veel hogere kringen. Zeker nu hij zijn functie als adoptieadvocaat had opgegeven en zich volledig op de financiële facetten van de advocatuur had geworpen. Behendig bestuurde ze de auto van haar vader en ze moest toegeven, deze luxe auto met al zijn foefjes, beviel haar wel. Gelukkig was er voor haar woning voldoende parkeerruimte beschikbaar, zodat ze de auto daar kon parkeren. Toen ze de deur opendeed raapte ze de post en de vele reclamefolders van de vloer en liep naar boven. Allereerst zetten ze de ramen open om het huis van frisse lucht te voorzien. Ze controleerde de vriezer of er nog iets lag dat zij zou kunnen opwarmen of zou ze even naar de supermarkt lopen om verse producten te kopen. Ze besloot straks toch maar even naar de supermarkt te gaan en zo de tijd voor zichzelf te nemen. Na een half uurtje vond ze het toch wel een beetje te kil worden, sloot de ramen en zetten de verwarming hoog. De post had ze op tafel gesorteerd om die later op de dag door te nemen. Nu zou ze eerst naar de supermarkt gaan om verse groente en wat fruit in te slaan.
Buiten voelt ze de koude wind door haar jas heen snijden en wikkelt haar das nog even extra om haar hals. In de supermarkt is het aangenaam druk en er heerst een opgewekte sfeer. Hier en daar staat er een vertegenwoordiger zijn of haar product aan te prijzen, die volgens hem of haar oudejaarsavond een extra boost zou geven. Julie werd door enkele ouders herkent en maakte even een praatje met ze.
‘Tante van Elsje…, hoort ze opeens een jongentje roepen. ‘Waar is Elsje?’
‘Hallo Jordy, ben je hier alleen?’
‘Nee, mama is daar,’ antwoordt hij en wijst met zijn handje naar de groenteafdeling.
‘Ik mag van mama een zak chips voor morgenavond uitzoeken, maar u heeft mij nog niet vertelt waar Elsje is.’
‘Elsje is bij haar opa. Heb jij een fijn kerstfeest gehad?’
‘Ja en ik heb ook een kerstcadeau gekregen.’
‘Mag ik weten wat je hebt gekregen?’
‘Ja, ik heb een brandweerauto van lego gekregen en die heb ik samen met papa in elkaar gezet.’
‘Julie, wat een verrassing. Zijn jullie alweer terug,’ hoort Julie opgewekt vragen?
‘Hallo Grietje, hoe gaat het?’
‘Goed, dank je. Echt het gaat heel goed met ons. Mijn man heeft sinds kort een nieuwe baan en binnenkort hopen we te kunnen verhuizen.’
‘Oh, dat is goed nieuws. Blijf je wel in de omgeving of vertrek je naar elders?’
‘We gaan even buiten de stad wonen. Daar zal ik wel even aan moeten wennen, maar we hebben er een mooie woning gekregen en voor de kinderen is er meer ruimte. Sinds wanneer ben je weer terug?’
‘Ik ben alleen even terug om mijn post en de planten te verzorgen. Elsje is nog bij opa.’
‘Hoe gaat het met haar?’
‘Goed, ze doet het heel goed.’
‘Ik kan niet geloven dat het alweer bijna een jaar geleden is dat Jannie is verongelukt,’ zegt Grietje somber.
‘Ja, het gaat inderdaad snel. Grietje ik vind het heel fijn om je te zien, maar ik moet helaas verder.’
‘Ja, natuurlijk. Ik moet ook gaan want er ligt nog een berg werk op mij te wachten.’
‘Veel succes met de verhuizing en laat me weten wat je nieuwe adres wordt.’
‘Dat doe ik, geef Elsje een knuffel van mij.’
Julie knielt nog even en geeft Jordy een kus op zijn voor hoofd. ‘Ik zal Elsje zeggen dat je naar haar hebt gevraagd en ik vertel haar ook hoe blij je bent met je brandweerauto.’
Blij pakt hij haar vast en geeft haar een kus op haar wang. ‘Dag tante van Elsje.’
‘Dag Jordy.’
Ongemerkt is het alweer een uur later als Julie na het winkelen naar huis loop. Ze besluit om allereerst een boterham te eten, want daar is ze wel aan toe en ze realiseert zich dat ze vanmorgen maar weinig had gegeten.
Thuis overvalt haar de stilte en beseft dat ze de drukte van de kinderen om zich heen mist. Gedurende de gehele dag blijven haar gedachten bij de andere en als ze beneden in haar atelier komt realiseert ze zich dat ze zelfs haar vader mist. De uurtjes die ze met hem doorbrengt in zijn studio en de gezamenlijke brainstormsessies over het ontwerpen van nieuwe juwelen hebben haar meer gedaan dan dat ze ooit voor mogelijk zou hebben gehouden. Misschien moet ik er toch serieus over na denken om bij hem in te trekken, piekert ze. Als ze door haar winkeltje loopt blijft ze voor de schommelstoel van haar moeder staan. Ze streelt de armleuning en fluistert: ‘Mam, wat moet ik doen?’
De volgende dag stapt ze opgewekt in de auto en maneuvreert hem behendig de straat uit. De afgelopen avond had ze alle voor en tegens overwogen om op het aanbod van haar vader in te gaan. De beslissing om bij hem in het grote huis te komen wonen lokte meer dan ze had verwacht. Ze was de afgelopen maanden van haar nieuwe gezinsleden gaan houden en vond het prettig om bij hen te zijn. Haar enige angst was dat ze later misschien spijt zou krijgen van haar keuze, maar gold dat niet voor elke beslissing die een mens nam in het leven, had ze gemijmerd. Ze kon haar huis gerust voorlopig aanhouden en later beslissen wat ze ermee zou kunnen doen. Er ruste nog nauwelijks een hypotheek op, dus die kosten kon ze dragen. Zorgen over geld hoefde ze zich niet te maken, ze verdiende immers genoeg om zichzelf en Elsje te onderhouden. Dus mocht het ooit nodig zijn, dan kon ze altijd nog teruggaan naar haar eigen woning. Geen mens weet wat de toekomst voor hem of haar in petto heeft. Ze had zich voorgenomen om allereest met Elsje over haar beslissing te praten. Ook zij zou zich moeten aanpassen, ook al had Julie het idee dat de kleine meid er totaal geen probleem mee zou hebben om bij haar opa en de andere te wonen. Voordat ze er erg in heeft draait ze de oprijlaan in en ziet ze Elsje en de jongens op het grasveld met een bal in de weer. Haar blik valt op de auto van Ferdy en haar hart gaat sneller slaan. Als ze de auto parkeert komen de kinderen haar tegemoet en stort Elsje zich in haar armen. ‘Mam, ik ben zo blij dat je er weer bent.’
Julie knuffelt haar en realiseert zich dat ze haar mam heeft genoemd. ‘Ik ben ook blij om weer bij jullie te zijn.’
Ook de jongens begroeten haar en Andy houdt haar net iets langer vast dan de jongste en ze ziet in zijn ogen een trieste blik. ‘Dag schat, gaat het,’ vraagt ze bezorgt?
Even knikt hij en ze neemt hem nog even in haar armen en wrijft zacht over zijn rug. Hij geeft haar een kus op haar wang en fluistert: ‘Dank je tante Julie.’ Ze glimlacht naar hem en dan rent hij weer naar de andere. Julie kijkt hem na en neemt zich voor om extra op deze jongen te letten.
Ze loopt naar de achteringang en ziet dat haar vader en Ferdy in de keuken druk in de weer zijn. Haar vader ontdekt haar als eerste en omarmt haar. Ferdy spoelt snel zijn handen schoon en dan neemt ook hij haar in zijn armen. Even droomt ze weg, maar dan realiseert ze zich dat ze midden in de keuken staan. ‘Sorry, ik vergat even dat je bezig was. Wat zijn jullie aan het doen?’
Maar voordat iemand antwoordt kan geven komen de kinderen binnenrennen. ‘Opa…, opa… ga je al oliebollen bakken,’ vraagt Nicky?
‘Pa…, bak jij oliebollen?’
‘Lieverd dat doe ik elk jaar. Dat is hier in huis, al jaren een traditie.’
‘Ma, bakte ook altijd op oudejaarsdag oliebollen.’
‘Dat weet ik en ze begon daarmee om twee uur. Elk jaar weer.’
Verbaast kijkt ze haar vader aan. ‘Hoe weet je dat?’
‘Dat hebben we samen ooit eens afgesproken. In die uren voelden we ons aan elkaar verbonden en weet je wat zo gek was. Soms voelde het inderdaad alsof we heel dicht bij elkaar waren.’
Julie schut even met haar hoofd alsof ze wil zeggen: ‘Mensen doen gekke dingen als ze van elkaar houden.’ De kinderen gaan geduldig aan de keukentafel zitten om straks als eerste een oliebol te mogen proeven. Ferdy wenkt haar en vraagt of ze een wandeling kunnen gaan maken omdat hij haar iets te vertellen heeft. Even kijkt Julie haar vader aan. ‘Ga maar, ik red het hier wel met de kinderen?’
Verontrustend kijkt ze Ferdy aan en iets in haar maakt haar onrustig en vraagt zich af wat hij haar te vertellen heeft. Zou er een ander zijn, nee dat kan niet. Hij had haar immers zojuist innig begroet. Ze pakt haar jas, die ze zo even had opgehangen, alweer van de kapstok en wikkelt een dikke das rondom haar nek. Samen lopen ze de deur uit. De koude wind strijkt langs haar gezicht en verontrustend kijkt ze naar de lucht die er grauw en grijs uitziet. Onder hun voeten knisperen de losse steentjes en zwijgend lopen ze het pad af, richting het bos, dat zich naast het huis bevindt en is afgegrensd door een hekwerk. Ferdy opent met een elektronische sleutel de deur dat hen toegang geeft tot het bos. Enige tijd lopen ze nog steeds zwijgend naast elkaar, elk verzonken in hun eigen gedachten.
‘Julie, enige tijd terug vroeg je mij of er iets met me aan de hand was,’ opent Ferdy het gesprek.
‘Dat klopt en telkens ontweek je mijn vraag of blik. Ben je ziek?’
‘Nee schat, ik ben niet ziek, maar er is wel iets dat voor een grote verandering gaat zorgen. Inmiddels weet je dat ik met een, zeg maar ongezonde perfectie mijn werk doe.’
‘Daar zal je mij niet over horen klagen, daar heb ik wel begrip voor,’ onderbreekt Julie hem.
Even kijkt hij haar lachend aan. ‘Dat weet ik, maar wat ik je ga vertellen heeft ook gevolgen voor jou. Ik heb een aanbieding gekregen om voor minstens een jaar naar New York te gaan om orde op zaken te stellen voor één van onze cliënten. Ik heb er lang over getwijfeld, maar ben tot de conclusie gekomen dat ik het aanbod aanneem.’
‘Je gaat dus weg, wanneer?’
‘Eind januari en ik hoop eigenlijk dat je meegaat als mijn vrouw.’
‘En als ik dat niet wil?’
‘Ik hoop dat je het wel doet, maar de keuze is aan jou en als je besluit om hier te blijven zal ik daar ook begrip voor hebben.’
Julie loopt zwijgend door en wordt heen en weer geslingerd door haar gevoelens voor hem, maar er is meer. Wat zou ze daar moeten doen. Hoe had hij zich dat voorgesteld. Nee, ze had er totaal geen behoefte aan om alles wat zij hier had opgebouwd te niet te doen. Daarin verschillen zij van elkaar. Hij was veel avontuurlijker, terwijl zij het liefst in haar vertrouwde omgeving verblijft. Ze was er zeker van dat dat op een gegeven ogenblik zou botsen als ze met hem mee zou gaan. Hij had haar gevraagd om mee te gaan als zijn vrouw, maar dat was te praktisch. Zou hij haar ook vragen zijn vrouw te worden als hij hier zou blijven. De twijfels en vragen in haar hoofd worden meer en meer ingewikkelder.
‘Julie zeg iets, het zou betekenen dat we samen kunnen zijn.’
‘Ik weet het niet. Je zou dagelijks uren aaneen aan het werk zijn en ik geloof niet dat ik mij daar thuis zou voelen. Als het maar voor een jaar is, dan komen we daar toch wel overheen. We zouden toch zo af en toe heen en weer kunnen vliegen. New York ligt niet aan het eind van de wereld. Heb je in het geheel ook aan Elsje gedacht?’
‘Kinderen zijn flexibel, natuurlijk heb ik ook aan haar gedacht. Er zijn daar prima scholen.’
‘Ik moet er over nadenken, het spijt me maar ik ben er niet enthousiast over. Laten we teruggaan.’
In de keuken is Julian nog druk bezig met bakken en de kinderen melden vol plezier aan dat zij de eerste oliebol al hebben geproefd. ‘Wat is dat nou, hebben jullie niet eens op ons gewacht,’ vraagt Julie met gespeelde verontwaardiging.
‘Oh, maar opa…,’ begint Andy verontschuldigend.
‘Grapje lieverd, en zijn ze lekker?’
‘Ja, erg lekker.’
Haar vader kijkt haar vragend aan, maar ziet aan de houding van Ferdy dat deze niet het gewenste antwoordt heeft gekregen, dat hij wenste. Even voelt Julian een opluchting, ook al weet hij dat hij er geen enkele zeggenschap in heeft.
‘Pa, ik ga even naar Bella. Denk je dat je het redt, of moet ik de kinderen meenemen?’
Maar voor haar vader kan antwoorden zegt Andy dat hij ook naar huis wil.
‘Oké, dan neem ik jullie mee en komt opa later met de oliebollen.’
‘Prima, doe dat. Ik zie jullie bij het avondeten,’ antwoordt Julian.
‘Mam…, pap…, kijk eens wie er weer is,’ roept Andy als ze thuiskomen.
‘Ik zie het, lieverd. Pap en ik zagen jullie al aankomen lopen,’ antwoordt Bella.
Julie geeft Andreas een kus en knuffelt Bella. De kinderen verdwijnen naar de speelkamer en zo blijven de drie volwassenen alleen achter.
‘Hoe gaat het,’ vraagt Julie.
Andreas kijkt Bella aan: ‘Vertel jij het, of moet ik….’
‘Nee lief, ik vertel het wel. Julie, we hebben gisteren een gesprek gehad met de artsen en we hebben een datum afgesproken voor de euthanasie.’
‘Ik had de hoop dat deze nog heel ver weg zou zijn, maar als ik het goed begrijp komt die steeds naderbij,’ antwoordt Julie.
‘Ja, ik heb elke dag meer en meer pijnstilling en zuurstof nodig en het wordt ondragelijk. Ik wil niet dat de kinderen straks zich een moeder herinneren die door de pijnstilling weg zakt of erger nog stikt in hun aanwezigheid. Andreas en ik maken plannen voor de allerlaatste dag. De euthanasie zal gaan plaatsvinden op tien januari om drie uur.’
Julie moet even slikken en kijkt hulpzoekend naar Andreas, maar die wendt zijn hoofd af. Stil blijven ze tegenover elkaar zitten. ‘Weten de kinderen het al?’
‘Nee, alleen pa. De kinderen vertellen we het een dag of drie van tevoren. Ik hoop dat jij nog even bij ons kunt blijven om ons te steunen?’
‘Natuurlijk blijf ik hier om jullie te steunen,’ antwoordt Julie. ‘Ik heb een gesprek met Ferdy gehad en daar ben ik een beetje door van slag. Sorry, het gaat hier niet om mij.’
Plots ziet ze dat Andreas zijn blik vragend op haar richt en ze begrijpt direct dat hij van Ferdy’s plannen op de hoogte was. ‘Wist jij dat hij die plannen had?’
‘Ja, maar ik had hem beloofd jou er niets over te vertellen, dat wilde hij zelf doen. Wat ga je doen?’
‘Ik heb geen idee, maar ik sta niet te springen om naar New York te gaan en dat heb ik hem gezegd.’
Verbeelde ze zich het of zag ze een opluchting in zijn ogen. Eén ding is haar duidelijk, de twee broers verschillen hemelsbreed van elkaar, gaat het door haar heen.
‘Maar genoeg over ons. Laten we ervoor zorgen dat de kinderen een fijne avond krijgen. Kan ik jou nog ergens meehelpen Bella.’
‘Zou je me, net als op kerstdag weer willen helpen met aankleden en ook mijn haar weer willen op steken.’
‘Je krijgt van mij weer de hele behandeling opnieuw aangeboden,’ grapt Julie.
‘Ik hoor het al, ik ben hier overbodig. Ik ga even naar de kinderen kijken,’ oppert Andreas.
‘Julie…, wat ben ik blij dat je er weer bent. Je was maar een dag weg, maar oh wat heb ik je gemist.’
‘Geloof het of niet, maar dat geldt ook voor mij. Het was zo stil in mijn huis. Vreemd…, dat je zo snel aan die drukte van de kinderen kan wennen.’
Bella pakt de handen van Julie vast en fluistert zacht: ‘Ik zou willen dat ik je zo veel langer bij mij kon houden. Zou je willen beloven dat je mijn mannen een beetje in de gaten zult houden als ik er niet meer ben.’
Verdrietig kijkt Julie haar aan en voelt een traan over haar wang lopen, die Bella met haar zakdoek wegveegt. ‘Ik beloof je dat ik op ze zal passen en voor ze zal zorgen zolang ze mij nodig denken te hebben,’ antwoordt Julie.
De uren vliegen die avond voorbij en voordat men er erg in heeft is het vijf voor twaalf en worden de champagne en de glazen klaargezet. Voor de kinderen is er kinderchampagne en uitgelaten tellen ze af.
Er wordt geen gelukkig nieuwjaar of de beste wensen geroepen, maar er wordt geproost op het leven.
Twee dagen later
Het knisperende geluid van de houtblokken in de openhaard vult de ruimte in de ruime zitkamer. Nu de kinderen naar bed zijn en Andreas en Bella zich hebben teruggetrokken in hun slaapkamer zitten Ferdy en Julie op de comfortabele bank dicht tegen elkaar. Zonder dat ze er zichzelf van bewust zijn zijn beide in gedachten met hetzelfde probleem bezig. De volgende morgen zal Ferdy voor een paar dagen weer aan het werk moeten om er zijn voorbereidingen voor zijn vertrek naar New York te hervatten. Van Julie had hij nog steeds geen antwoord gekregen op zijn vraag of zij hem wilde vergezellen en dat stelde hem enigszins teleur. Niet dat hij het niet begreep, maar toch had hij gehoopt dat ze zijn enthousiasme zou delen om met hem mee te gaan.
Hij staakte een diepe zucht: ‘Julie…,’ begint hij voorzichtig. ‘Julie, heb je nagedacht over mijn voorstel?’
Even gaat er een schok door haar heen, maar begrijpt ook dat ze haar beslissing niet kan uitstellen en hem moet vertellen dat zijn droom om haar mee te nemen, niet haar droom is. Ze gaat rechtop zitten en neemt een slok van de wijn, die hij voor haar had ingeschonken.
‘Het spijt me schat, maar ik zal je niet vergezellen naar New York. Ik hou van je, maar dit kan je niet van me verlangen. Ik weet dat ik met mijn beslissing een risico neem en je misschien op den duur zal verliezen.’
‘Ik had gehoopt dat je terug zou komen op je beslissing om niet met me mee te gaan. Maar dat betekent niet dat ik minder van je zal houden. We moeten zien dat we het jaar zonder elkaar doorkomen. In deze moderne tijd zijn er mogelijkheden genoeg om dagelijks met elkaar in contact te komen, we komen er wel uit en wat is nu een jaar.’
‘Meen je dit echt?’
‘Ja, ik kan je moeilijk in een koffer stoppen en ontvoeren. Ik begrijp het wel. Misschien is het goed om enige tijd van elkaar gescheiden te zijn. De tijd zal het leren, maar dat wil niet zeggen dat ik er geen moeite mee heb.’
Julie kijkt hem bedenkelijk aan en vraagt zich af of ze wel de juiste beslissing heeft genomen. Zal ook deze man uit haar leven verdwijnen omdat zij haar eigen gevoelens en verplichtingen vooropstelt. Even heeft ze de neiging om toch maar toe te geven, maar dan denkt ze plots aan haar ervaring die ze had opgedaan tijdens de vakantieperiode die ze met haar familie had doorgebracht in New York. Waar de andere zo opgetogen door de straten van New York hadden gelopen, had zij zich afschuwelijk gevoeld. Natuurlijk zou het haar aan niets ontbreken daar in die grote stad. Nee, daar hoefde ze niet bang voor te zijn. Hij zou ervoor zorgen dat ze een prinsessenbestaan zou leiden, maar wat weegt dat op tegen datgeen wat haar het liefste was. Ze verlangde naar een gezinsleven en dat was niet wat hij haar daar kon bieden, integendeel. Hij zou dagelijks vele uren aan het werk zijn en ze zou hem nauwelijks zien. Dat zou haar toekomst zijn en als ze daaraan toegaf, waar bleven haar ambities dan. Haar dromen, haar werk en haar wens een gezin te stichten.
‘Het spijt me echt, maar ik kan het niet. Misschien ben ik te burgerlijk, maar ik hou van het leven dat ik hier leid.’
‘Ik begrijp je best, waarschijnlijk meer dan je denkt. Toen ik het aanbod kreeg, heb ik er even over nagedacht om hem naast me neer te leggen, maar mijn ambities zijn net zo groot als die van jou. Ik neem het je niet kwalijk,’ fluistert hij en kust haar innig.
De volgende morgen neemt ze twijfelend afscheid van hem, maar hij zegt haar nogmaals dat hij haar begrijpt. ‘Ik zie je over een paar dagen. Er staat ons hier nog een trieste tijd te wachten.’
Als hij in zijn auto stapt worstelt Julie nog steeds met haar gevoel en ze begrijpt dat dit gevoel de komende periode niet zomaar zal verdwijnen. Hij draait zijn auto en rijdt de laan af. In zijn achteruitrijspiegel ziet hij haar naar hem zwaaien en is hij blij dat ze zijn tranen, die hij nu niet meer in kan houden, ziet.
Langzaam loopt Julie naar het huis waar Andreas haar in de keuken een kop koffie voorzet.
‘Gaat het,’ vraagt hij bezorgt?
Julie haalt haar schouders op en barst in tranen uit. Andreas pakt een stoel en plaatst deze naast die van haar en laat haar rustig uithuilen.
‘Sorry, ik moet jou hier niet mee lastig vallen,’ fluistert ze.
‘Geeft niet, nu kan ik op mijn beurt jou ook eens bijstaan. Hij komt heus wel weer terug.’
‘Denk je?’
‘Ja, dat denk ik en zo niet dan is hij jouw liefde niet waard.’
‘Nee Andreas, zo zwart-wit is het niet. Het ligt ook aan mij. Dit is al de tweede keer dat ik de man waarvan ik hou loslaat.’
‘Je laat hem toch niet los. Hij gaat voor een jaar naar New York.’
Julie kijkt hem aan en vraagt: ‘Ben je zo naïef, New York. Ben je daar al eens geweest?’
‘Ja, vaak genoeg. Maar ik geef toe het is niet mijn stad. Misschien heb je gelijk, de tijd zal het leren.’
‘Ja, de tijd zal het leren,’ fluistert Julie.
Ze zien Julian de tuin in komen en opgewekt binnenkomen. ‘Zag ik Ferdy weggaan,’ vraagt hij?
‘Ja, die moet weer aan het werk. Over een paar dagen komt hij weer terug,’ antwoordt Andreas.
Julie staat op en gaat zich opfrissen, ze wil niet dat haar vader ziet dat zij er even doorheen zit.
Maar hij had wel degelijk gezien dat ze gehuild had en kijkt vragend Andreas aan.
‘Komt wel weer goed, pa.’
Nadat ze zich heeft opgefrist gaat Julie naar Elsje, die met de jongens druk in de weer is met de treinbaan van de jongens. Ze besluit met haar te praten over haar plan om bij haar vader in het grote huis te gaan wonen.
‘Lieverd, wil je even komen. Ik wil heel graag even met je praten.’
‘Heb ik iets verkeerds gedaan,’ vraagt het meisje?
‘Heb je dat dan?’
‘Nee…’
‘Nee, dat is het niet. Kom maar even mee, dan zal ik het je vertellen.’
Elsje huppelt achter haar aan naar de slaapkamer. Julie aait haar over haar bol en een overweldigend gevoel gaat door haar heen. Even denkt ze aan Jannie, die dit kleine meisje had gebaard en een groot geheim met zich had moeten meedragen. Een geheim dat helaas op een trieste manier boven water was gekomen, maar oh wat was ze dankbaar voor het feit dat dit op het allerlaatste moment ervoor had gezorgd dat zij haar kon adopteren.
‘Liefje, opa heeft gevraagd of wij bij hem in het grote huis willen komen wonen. Wat zou jij ervan vinden als we dat zouden doen?’
‘Bij opa wonen, hier,’ vraagt de kleine verbaast? ‘En ons huis dan en school?’
‘Ons huis blijft voorlopig ons huis en je zou naar dezelfde school kunnen als waar Andy en Nicky gaan.’
‘Kan dat?’
‘Dat moeten we zien te regelen.’
Vrolijk klapt ze in haar handen en roept: ‘Dat wil ik wel, maar kunnen we dan wel zo af en toe naar ons eigen huis om mijn oude vriendjes te kunnen zien?’
Julie lacht en knikt. ‘Natuurlijk kan dat.’
‘Mag ik het aan Andy en Nicky vertellen?’
‘Zullen we het allereerst aan opa vertellen, die zit beneden in de keuken en daarna mag je het de jongens vertellen.’
Voordat Julie er erg in heeft rent de kleine meid naar de keuken waar opa van zijn koffie zit te genieten.
‘Opa…, opa…, mam en ik komen bij jou wonen,’ roept ze door de keuken.
Julian en Andreas kijken de kleine verbaast aan en richten hun blik naar Julie, die de keuken in komt.
‘Sorry, ik had het anders willen brengen, maar ze rende al naar beneden.’
‘Is het waar, schat. Trek je bij mij in,’ vraagt haar vader?
‘Ja, als je er tenminste geen bezwaar tegen hebt en er de ruimte voor hebt.’
‘Ruimte meid, ruimte genoeg al moet ik zelf in mijn atelier gaan wonen. Ik vind het geweldig dat je besloten hebt om hier te komen wonen.’
‘Nou pa, dat is dan geregeld. Misschien kunnen we straks samen de kamers gaan uitzoeken waar Elsje en ik ons zouden mogen vestigen.
Later die middag loopt Julie samen met Elsje en haar vader door zijn huis. Omdat Julian zelf de rechtervleugelzijde bewoont, is het vanzelfsprekend dat Julie en Elsje de linkerzijde in gebruik gaan nemen.
‘Schat je mag de vleugel geheel naar jouw eigen wens inrichten en hetgeen wat je niet wil, kunnen we naar de zolder verhuizen.’
Julie schuift de zware gordijnen opzij en opent hier en daar een raam om wat frisse lucht de kamers in te laten stromen. Bewonderend kijkt ze naar de prachtige meubels die in de kamers staan opgesteld.
‘Pa, het is hier prachtig. Buiten dat ik een gemakkelijke bank, een tv en een nieuw bed wil plaatsen, denk ik niet dat ik hier echt iets wil veranderen. Ik denk er niet over om dit prachtige linnenbehang te vervangen en de gordijnen kunnen door de stomerij worden gereinigd.
‘Opa…, opa…, ik zou best deze kamer willen. Mag dat?’
Julie en haar vader lopen naar de kleine meid, die opgewonden in haar handjes staat te klappen en in één van de slaapkamers staat. Het blijkt een oude kinderkamer te zijn, waar hier en daar nog wat oud speelgoed staat. ‘Wat een prachtige kamer, pa weet je wel zeker dat je deze wilt opofferen?’
‘Natuurlijk offeren we hem op. Er komt eindelijk weer wat leven terug in het huis. Maak er iets moois van voor die kleine, doe er mee wat je wilt’
Julie omhelst haar vader en spontaan lopen er tranen over haar wangen.
‘Maar schat, wat is dat nou?’
‘Sorry pa, maar ik word hier zo gelukkig van.’
‘Fijn, dat is ook de bedoeling. Maar vergeet niet dat er best nog veel werk moet worden verricht, voordat je hierin kan trekken.’
‘Ik denk dat dat best wel meevalt,’ sust Julie hem. ‘Ik zal ervoor zorgen dat je er geen last van zult hebben.’
‘Ach, dat komt wel goed. Als het mij te veel wordt kan ik altijd naar mijn atelier vluchten. Ik kijk er ook naar uit om daar samen met jou te werken.’
‘Ik ook pa, ik ook.’
De volgende dag verwijderd Julie de overgordijnen uit enkele kamers en brengt ze naar de stomerij, die haar garanderen dat zij ze weer als nieuw terugkrijgt. Ze had besloten dat ze de prachtige kanten vitrages zelf met zorg zou wassen. De prachtige parketvloer zou ze door een bedrijf laten reinigen en opnieuw in de was laten zetten. De vloerkleden zouden naar zolder kunnen omdat ze wilde genieten van de motieven die in de houtenvloer waren vastgelegd. In haar slaapkamer zou de meeste verandering gaan plaatsvinden. Het enorme houten ledikant en de bijpassende linnenkast zouden naar zolder worden verbannen. Ze was er zeker van dat de kamer dan een zee van licht zou voortbrengen. De badkamer zou ze grondig schoonmaken en laten zoals hij was. Ten slotte werkte alles prima en waarom zou je iets vervangen dat nog uitstekend werkte. Met nieuwe accessoires zou ze een vernieuwend aangezicht creëren. Elsje was vol van haar kamertje en dat kon Julie best begrijpen. Met het prachtige oude poppenhuis en de oude poppen die er staan, was het een echt meisjeskamer. De brede vensterbank diende zich bij uitstek voor een plek waar meisjes weg kunnen dromen. Het behang aan de muur blijkt na het verwijderen van het oude bed en de donkere kast prachtig en de fleurige figuurtjes maakte dat het geheel compleet.
Julie werd nieuwsgierig naar de persoon die deze kamer in het verleden had gestoffeerd.
Met haar vingers strijkt ze over het linnenbehang en om het geheel te bekijken doet ze een stap achteruit. Ze probeert het patroon te ontcijferen en dan ontdekt ze dat het een oude mythe voorstelde. Een mythe die ze ooit eens had gelezen in één van haar oude studieboeken. Julie vraagt zich af of haar vader dit was opgevallen.
‘Julie, kan je je losmaken uit je dromen,’ hoort ze plots vragen?
Als ze zich omdraait ziet ze dat Andreas in de deuropening staat. ‘Het is prachtig, werkelijk prachtig Andreas.’
‘Ja, ik weet het. Dit huis kent vele mysteries en fantastische spullen. Het is dat pa erin woont anders zou je er een museum van kunnen maken. Ga je er veel aan veranderen?’
‘Nee, absoluut niet. Er wordt niets veranderd. Ik maak het zorgvuldig schoon en gelukkig heb ik daar verstand van, anders zou ik deze kostbaarheden nog verminken.’
‘Ik denk dat je nog wel even bezig ben met het bewoonbaar maken.’
‘Dat valt best wel mee. De grootste klus, de vloer, wordt uitbesteed.’
Andreas loopt naar voren en raakt licht haar arm aan. ‘Ik ben blij dat je besloten hebt om naar hier te verhuizen. Ik hoop alleen dat je deze beslissing ook voor jezelf hebt genomen.’
‘Twijfel je daaraan?’
‘Ik weet het niet, jij hebt de neiging om jezelf weg te cijferen.’
‘Niet doen Andreas, ik wil hier graag zijn. Het is een win-win situatie, waren dat niet jouw woorden?’
‘Ja, dat is zo. Ik ben in ieder geval blij met je besluit. Die broer van mij is een idioot.’
‘Nee, dat is hij niet. Hij is anders dan jij. Dat blijkt maar uit de verschillende beroepen die jullie hebben gekozen. Jij de rust en de klassieke filosofie, hij de hectiek van de huidige maatschappij met zijn financiële gevaren.’
‘Je hebt gelijk, maar toch…,’
Julie kijkt hem aan en vraagt zich af wat er nu eigenlijk werkelijk in hem omgaat. ‘Ik denk dat ik voor vandaag wel genoeg heb gewerkt hier. Zullen we naar de overkant gaan en een lekker glas wijn drinken,’ oppert Julie.
‘Dat was de reden waarom ik je kwam halen. Pa en Bella vroegen zich af of je hier in slaap was gevallen.’
‘Ja laten we maar gaan,’ antwoordt ze en graait haar jas van de stoel. Samen lopen ze naar de overkant.
Einde Deel 7
