tussen verleden en toekomst
Deel 5
Enkele maanden later
De herfst doet zijn intreden en kleurt het blad van de bomen goudgeel. Toch heeft de zon zijn kracht nog niet verloren en is het nog volop genieten van het prachtige weer. Nee over het weer hadden ze deze afgelopen zomer niets te klagen gehad en daar hadden ze dan ook volop van genoten.
Het deed haar denken aan de zomers van vroeger, als ze met het hele gezin gingen kamperen. Typisch ze zou er nu niet meer aan moeten denken om met een tent erop uit te gaan, maar vroeger had ze het fijn gevonden om in de zomermaanden in de bossen te kamperen en rond te struinen.
Julie kijkt op haar horloge en ziet dat ze nog ruimschoots de tijd heeft om nog even op een bankje in het parkje, dat zich tegenover de basisschool bevond, te gaan zitten.
Ze koestert zich in de zon en mijmert over de afgelopen zomermaanden. De maanden waarin ze een indruk had gekregen van haar biologische vader en ze begreep nu waarom moeder zo van deze man had gehouden. In tegenstelling tot haar vader, was deze man warm en gemakkelijk in omgang. Julian had haar veel over haar moeder vertelt en soms had ze het idee alsof moeder weer even heel dicht bij haar was. Even was ze bang geweest dat Bella haar zou gaan…, ja wat eigenlijk?
Nee Bella was, net als haar vader gelukkig met het feit dat zij elkaar hadden ontmoet. Tot nu toe ging het boven verwachting goed met Bella en ze stond erop dat ze elk weekend bij hen zou komen logeren om de verloren tijd in te halen. En als ze aan het eind van de zondag weer samen met Elsje thuiskwam, voelde ze een gemis. Ook Andreas was altijd blij met haar komst en niet alleen omdat hij dan even de zorg voor zijn vrouw zou kunnen delen, maar ook omdat ze het inmiddels goed met elkaar konden vinden. Als Bella in de middaguren ging rusten zat ze samen met Julian in de tuin en op een dag, toen haar moeder ter sprake kwam, had hij gevraagd of ze even met hem mee wilde lopen. Hij wilde haar graag iets laten zien. Ze liepen naar zijn atelier, dat zich achter in de tuin bevond en Julie kon haar bewondering voor de ruimte niet voor zich houden.
‘Wat een prachtige ruimte. Hier moet u zich als een vis in het water voelen.’
‘Dat klopt, ik ben hier heel graag. Niet zoveel als vroeger, maar toch.’
Julie draait om zich heen en bewonderd al de instrumenten, die een vermogen moeten hebben gekost. Door de grote schuifpui is de lichtinval prachtig en mocht die storend worden dan kan de ruimte worden verduisterd. De ruimte is in een L-vorm opgebouwd, zodat aangrenzend aan de werkruimte, een zitruimte is ingericht. Die ruimte is groot en er staat een comfortabele bank, een klein keukentje en een prachtig oud eiken bureau met daarachter een wand met kunstboeken.
‘Kind, ga even zitten. Ik wil je graag iets laten zien.’
Julie doet wat haar wordt gevraagd en Julian haalt uit een enorme kast een doos en gaat naast haar zitten. Als hij de doos opent ziet Julie dat er een boek in zit, die hij zorgvuldig uit de doos haalt en het aan haar overhandigt. Ze pakt het boek aan en streelt met haar vingers over de kaft. Haar hart gaat als een razende tekeer en begrijpt dat dit niet zomaar een boek is. Op de voorkant staat in sierlijke letters gegraveerd:
Eindeloze liefde
De letters zijn met hetzelfde handschrift geschreven als al de brieven die hij haar moeder stuurde. Vragend kijkt ze hem aan en hij knikt en zegt zacht: ‘Toe maar. Wees niet bang, kijk er gerust in.’
Als ze het opent kijkt haar moeder haar glimlachend aan. ‘Wat is ze jong.’
‘Ja liefje, jong en mooi.’
Ze bladert voorzichtig door het boek, bang dat ze hem zou beschadigen. Haar blik valt op een foto en dan vraagt ze: ‘Was ze hierop zwanger?’
‘Ja, ze was zwanger van jou en we konden ons geluk niet op.’
‘Is er dan geen moment geweest waarop jullie hebben gedacht om samen verder te gaan?’
‘Dat hebben we wel eens overwogen, maar vooral gedroomd. Maar dat was onmogelijk. We hadden beiden verplichtingen thuis. Zij had je vader, je broers en zusters en ik mijn vrouw en de verplichtingen rondom de organisatie. Daarbij kwam we hadden beiden geen hekel aan onze partners. Er was dan wel geen liefde meer in het spel, maar toch. Mijn vrouw was afstandelijk, net als jouw vader en dat was ook iets wat je moeder en ik gemeend hadden. Al moet ik wel bekennen dat mij dat minder boeide dan jouw moeder. Weet je, als wij bij elkaar waren voelde dat goed en waren we gelukkig en op den duur vonden we het wel fijn zo samen.’
Julie bladert verder in het boek en dan komt ze een foto tegen van haar, en nog één, en nog één. Ze ziet een foto waarop zij samen met haar moeder op een zeiljacht zit. De volgende foto is van Julian, die op een steiger de lijnen oprolt. De boot heeft de naam ‘Juliette’.
Verbaast kijkt ze ernaar en roept verbaast: ‘Dit herinner ik mij!’
‘Dat kan. Als baby en kleuter nam je moeder je mee, maar toen je wat groter werd zijn we daarmee gestopt. Het zou te complex worden. Je zou vragen gaan stellen en we waren, sorry, ook bang dat onze affaire zou uitkomen.’
‘Zijn ze er nooit achter gekomen?’
‘Ja wel. Mijn vrouw kwam erachter en heeft toen jouw vader ingelicht.’
‘Echt waar?’
‘Ja, dat gaf een hoop gedoe. Je vader verbood je moeder om nog contact met mij te hebben, maar dat heeft niets uitgehaald.’
‘Nee…?’
‘Nee…, je moeder heeft hem gezegd dat als hij haar zou verbieden mij te zien, zij hem zou verlaten en dat kon je vader niet aan.’
‘Maar dat moet dan toch verschrikkelijk zijn om bij iemand te blijven die niet van je houdt.’
‘Oh…, maar zo was het niet. Weet je, jouw moeder en ik hielden wel degelijk van onze partners, maar wat wij met elkaar hadden was anders. Onze partners hielden vooral van zichzelf en het gemak die wij onze partners boden. Nadat mijn vrouw erachter was gekomen trad er in de houding van mijn vrouw naar mij toe, geen verandering op. Datzelfde gold voor de relatie tussen jouw ouders.’
‘Ik weet niet of ik dat zou kunnen,’ zucht Julie.
‘Weet je kind, het waren toen ook hele andere tijden. Tegenwoordig zijn de vrouwen veel zelfstandiger dan vroeger.’
‘Hallo Julie, hoe gaat het met je,’ wordt ze uit haar gemijmer gerukt. Ze kijkt in het lachende gezicht van Grietje, die zij had ontmoet tijdens het leeghalen van het huisje van Jannie.
‘Grietje, wat leuk om je te zien. Hoe gaat het met je?’
‘Prima, dit is Paultje. De belhamel weet me in de nacht aardig bezig te houden.’
‘Wat een schatje. Het is een flink kereltje, houdt hij je uit je slaap?’
‘Ja…, maar weet je die periode gaat vanzelf weer over. Hoe gaat het met Elsje?’
‘Goed, ik ben op weg naar school om haar aftehalen. Loop je mee?’
‘Nee helaas, ik moet met deze jongen naar het consultatiebureau, maar misschien kunnen we een andere keer nog wat bijkletsen?’
‘Dat zou ik fijn vinden en ik denk dat Elsje het ook leuk zou vinden om je weer eens te zien.’
‘Goed, dan moeten we maar eens snel afspreken, maar ik moet nu gaan anders kom ik te laat.’
De twee vrouwen groeten elkaar en Julie kijkt Grietje na en loopt dan weer verder om zelf ook niet te laat bij de school aan te komen.
Op het schoolplein ziet ze de moeders al bij elkaar staan en één voor één komen de kinderen naar buiten. Braaf gaan ze aan de kant staan totdat ze van de juffrouw toestemming krijgen om naar de ouders te gaan. Julie ziet dat Elsje naar de juffrouw loopt en opgewekt in de richting van Julie wijst. De juffrouw knikt en geeft haar toestemming om naar Julie te gaan. Julie zwaait nog even naar de juffrouw die haar lachend groet.
‘Kijk eens tante Julie. Kijk wat ik heb geschreven.’
‘Maar lieverd, wat fantastisch. Je hebt je naam geschreven.’
Trots kijkt de kleine meid haar aan en spelt hardop de letters van haar naam. ‘Goed hè,’ roept ze trots.
‘Zeker, erg goed,’ antwoordt Julie. ‘Kom laten we gaan, dan gaan we eerst wat eten en daarna naar het park.’
‘Gaan we naar het park, wat fijn. Dan neem ik een emmertje mee om eikels of kastanjes en takjes te zoeken. Dan kan ik daarna een mooi herfstukje maken. Wil jij mij dan helpen?’
‘Natuurlijk schat,’
Het voornemen om een herfstukje te maken valt volkomen in duigen als blijkt dat in het park ook het merendeel van haar klasgenootjes zijn te vinden en er al snel andere activiteiten worden verzonnen. Julie voegt zich bij de andere moeders, die haar met veel enthousiasme ontvangen. Voordat ze het doorhebben is het alweer tijd om op huis aan te gaan en teleurgesteld kijkt Elsje naar het lege emmertje.
‘Het is wel jammer dat we geen spulletjes hebben om een herfstukje te maken, maar het was best een leuke middag toch,’ oppert ze.
‘Zeker, het was een hele leuke middag en weet je wat, laten we volgende week opnieuw hiernaar toekomen en materiaal zoeken om alsnog een herfststukje te maken.’
‘Oké, maar nu heb ik wel honger gekregen. Wat eten we vanavond,’ vraagt Elsje?
‘Wat denk je van pannenkoeken met appeltjes erin.’
‘Lekker,’ roept de kleine en loopt huppelend voor Julie uit.
‘Laten we volgende week opnieuw hiernaar toekomen en materiaal zoeken om alsnog een herfststukje te maken,’ hoort Julie zichzelf in gedachte zeggen. Maar er komt misschien geen volgende week voor hen. Morgen zal ze zich in de rechtbank moeten melden waar de rechter uitspraak zal doen over de adoptieprocedure. De grootouders waren stellig in hun houding om de voogdij over de kleine te krijgen en Julie was bang dat ze daarin geslaagd waren. Ferdy had haar gewaarschuwd dat zij geen enkele kans hadden om de procedure een andere wending te doen opgaan. Alle argumenten die hij had aangevoerd werden verworpen. ‘Je moet je erop voorbereiden dat je haar zal moeten afstaan, hoe triest het ook is. Het enige wat we er misschien uitkunnen halen is een bezoekregeling, maar zelfs daar kunnen ze een stokje voor steken. Ze zijn vermogend genoeg en bezitten huizen over de gehele wereld.’
‘Ik ben haar kwijt hè,’ had ze zacht gefluisterd.
‘Ja schat, ik ben bang van wel. Ik zou het zo graag anders zien, maar…’
‘Jij kan er ook niets aan doen, zo is de wet nu eenmaal.’
‘Kijk tante Julie, oom Ferdy staat op ons te wachten,’ hoort ze Elsje roepen.
De kleine meid rent op hem af en hij neemt haar liefdevol in zijn armen. Onderzoekend kijkt hij Julie aan, maar die komt hem glimlachend tegemoet.
Kan ze nu zo goed haar echte gevoelens verbergen of ben ik zo’n slechte advocaat, vraagt hij zich af.
Julie schudt even met haar hoofd en hij begrijpt dat ze niet wil dat de kleine de onrust, waar zij mee worstelt, meekrijgt. Ongemerkt knikt hij, als teken dat hij haar begrijpt.
‘Wat fijn dat je ons komt opzoeken. Eet je met ons mee,’ vraagt Julie.
‘Dat ligt eraan wat we eten,’ antwoordt hij.
‘Pannenkoeken met stukjes appel,’ roept Elsje
‘Oh, maar dat vind ik wel lekker. Natuurlijk blijf ik.’
Na het eten zit het drietal in de huiskamer en besluit Julie dat het tijd is om de kleine voor te breiden op hetgeen misschien komen gaat.
‘Elsje…, ik heb je toch verteld dat jouw opa en oma willen dat je bij hen komt wonen.’
Elsje kijkt haar verschikt aan en buigt haar hoofdje. Ferdy houdt zijn adem in en in zijn hart voelt hij een steek van pijn. Bewonderend kijkt hij naar Julie. Julie die hij met heel zijn hart liefheeft, daar was hij inmiddels wel achter. Maar de hele procedure had hem op een afstand gehouden en dat zou hij blijven doen totdat deze misère voorbij zou zijn. Maar stel, stel dat het inderdaad niet goed zou aflopen, zou Julie dan in staat zijn om zijn liefde te beantwoorden. Soms zou hij willen dat hij haar in andere omstandigheden had ontmoet, maar aan de andere kant. Zou ze hem dan zijn opgevallen? Waarschijnlijk niet, zo ambitieus was hij ook wel. Hij leefde voor zijn werk en sinds kort hadden zijn compagnons hem voorgesteld dat hij zich meer op de financiële richting van zijn vak zou moeten richten. Mogelijk zouden ze hem binnenkort benaderen voor een functie elders.
‘Moet ik bij hen gaan wonen,’ hoort hij Elsje verdrietig vragen en kijkt smekend zijn richting op.
‘Oom Ferdy, moet ik weg?’
Ferdy moet even slikken en knikt: ‘Dat weten we morgen. Dan gaat een wijze man, die we rechter noemen beslissen wat de beste oplossing voor jou is. Tante Julie en ik hebben er alles aangedaan om jou hier te laten wonen, maar we weten niet wat die wijze man gaat beslissen.’
‘Maar ik hou van jullie, niet van opa en oma. Ik ken ze niet. Hoe kan die wijze man dan zeggen dat ik bij hen moet gaan wonen?’
‘Ik begrijp jouw verdriet, maar misschien ga je net zoveel van opa en oma houden als dat je van ons doet.’
‘Daar geloof ik niets van,’ snikt de kleine en stort zich in de armen van Julie.
De kleine meid blijft snikken totdat ze uiteindelijk uitgeput in slaap valt en Julie besluit haar naar haar bedje te brengen. Vannacht zou ze de kleine goed in de gaten houden. Misschien moest ze haar bij zich in bed nemen om nog éénmaal over haar te waken.
‘Laat mij haar maar naar haar bedje brengen,’ oppert Ferdy en Julie laat dankbaar de kleine van zich overnemen.
Als Ferdy weer beneden komt vraagt Julie hem of de kleine nog steeds slaapt? Hij knikt geruststellend en vraagt of het goed met haar gaat.
‘Vreemd genoeg wel,’ antwoordt ze. ‘Weet je, al die maanden heb ik die druk met me meegedragen maar nu het zover is, komt er een rust over me heen. Morgen om deze tijd heb ik zekerheid en of deze nu goed of slecht afloop. Ik moet door en Elsje heeft er niets aan als ook ik mij deze laatste dag door verdriet laat overmannen. Nee, dat doe ik wel in stilte, in mijn eentje.’
‘Je weet dat je niet alleen bent, toch?’
‘Ik weet dat ook jij er moeite mee hebt en dat het ons beide aangaat.’
‘Meen je dat, dat het ons beide aangaat?’
‘Natuurlijk weet ik dat, ik ben niet van steen. Ik heb heus wel in de gaten wat je voor mij voelt en ik weet ook dat je de situatie niet complexer wil maken, dan hij al is.’
Ferdy staat aarzelend op en loopt op haar af, nog steeds niet helemaal gerust op het feit dat zij hem waarschijnlijk zal afwijzen. Toch neemt hij haar in zijn armen en deze keer laat ze zijn liefkozingen toe.
Ondanks de beladenheid van deze avond komt er nog iets goeds uitvoord en beiden vergeten voor een paar uurtjes de zorgen die zij morgen onder ogen zullen moeten zien.
Het is al ver na middernacht als Ferdy naar huis rijdt. Hij had Julie beloofd dat hij haar de volgende morgen zou ophalen om samen naar Amsterdam te rijden. Hij had met Julian afgesproken dat hij Elsje onder zijn hoede zou nemen. Ze waren het erover eens dat de kleine niet bij de zitting aanwezig zou moeten zijn. Een zitting waar hij als een berg tegenop zag. Van alle adoptiezaken die hij in het verleden had behandeld, was dit de zwaarste die hij zich kon herinneren. Waarschijnlijk was hij er te veel bij betrokken geraakt en in een ander geval had hij allang aan een collega gevraagd de zaak over te nemen, maar deze keer kon hij dat niet. Er zou altijd een twijfel aanwezig zijn of hij misschien iets had gemist.
Het kost hem moeite om zijn aandacht op de weg te houden en is dan ook blij als hij eindelijk zijn auto voor zijn huis kan parkeren. Als hij het huis in loopt voelt hij een leegte in zich opkomen. Een leegte die hij maar wat graag zou willen opvullen en hij weet best met wat. Hij hangt zijn jas aan de kapstok en zet zijn aktetas op zijn bureau. Als hij zijn overhemd losknoopt ruikt hij de geur van de parfum van Julie. Even sluit hij zijn ogen en voelt haar zachte huid tegen die van hem. De afgelopen uren waren als een droom aan hem voorbijgegaan. Al zijn twijfels waren verdwenen als sneeuw voor de zon. Geen van hen beiden wilde de afgelopen uren denken aan datgeen wat hen morgen te wachten stond. Zorgvuldig zoekt hij alle documenten voor de volgende dag bij elkaar en voelt dan dat de vermoeidheid hem parten gaat spelen en besluit om nog even voor een paar uur naar zijn bed te gaan.
De uitspraak
Zwijgend lopen Ferdy en Julie het gerechtsgebouw in. Even strijkt Ferdy liefkozend over haar arm en ze voelt de warmte van zijn hand door haar huid dringen.
‘Denk je dat je het aankunt,’ vraagt hij?
Geruststellend knikt ze hem toe. Ze weet dat ze sterk moet zijn en besluit om te zwijgen, zodat hij niet die trilling in haar stem zou horen, die haar gemoedstoestand zou verraden.
In de rechtszaal nemen ze plaats op de hun aangewezen plek. In een waas hoort ze haar naam en die van de grootouders en even gaat er een huivering door haar heen.
Naast haar hoort ze Ferdy de vragen van de rechter beantwoorden. De rechter meldt dat de zitting niet lang zou duren, omdat hetgeen er speelt voor hem wel duidelijk is. De uitslag zou, wat hem betreft, in het voordeel van de grootouders uitvallen en Julie verzameld al haar moed om zich te sterken.
‘Edelachtbare, het spijt me dat ik u zitting verstoor, maar ik heb hier bewijzen die uw beslissing zou kunnen beïnvloeden. Mag ik u verzoeken deze te delen met mijn collega Van Bodegraven?’
Julie en Ferdy kijken verbaast naar de man die zich op het laatste moment van de zitting tot de rechter richt en met een verzoek komt.
‘Als u denkt dat dit belangrijk is voor deze zaak dan stel ik voor dat u even naar voren komt en mij uw bezwaar uitleg.’
‘Dank u,’ antwoordt de man en overhandig de rechter een ordner. Fluisterend overlegt de rechter met de man.
‘Heb jij enig idee wie deze man is,’ vraagt Julie zacht.
Ferdy knikt en antwoordt: ‘Hij is een oude studiegenoot van me, maar ik heb er geen idee van, wat voor informatie hij zou kunnen hebben.’
De rechter neemt opnieuw het woord en vertelt de aanwezige dat hij, gezien de nieuwe informatie die hij zojuist heeft gekregen, de zitting voor een half uur wil opschorten.
‘De heer De Groot overhandigt u zo dadelijk aanvullende gegevens waar u een half uur de tijd voor krijgt om deze te bestuderen.’ De rechter staat op, neemt zijn papieren mee en verlaat de zaal.
Ferdy en de advocaat van de grootouders krijgen de documenten toegereikt en als Ferdy het document opent is zijn verbazing van zijn gezicht af te lezen.
Dat half uurtje wordt uiteindelijk een uur en als de zitting opnieuw wordt geopend neemt de rechter het woord.
‘Gaat u rustig weer zitten,’ maant hij de aanwezige. Zijn blik gaat naar de grootouders die hij indringend aankijkt. ‘Het is niet mijn gewoonte af te wijken van een rechtszitting, maar in dit geval maak ik een uitzondering. Een uitzondering voor een klein meisje, die ik nog nooit gezien heb, maar waar ik veel bewondering voor heb. De tegenpartij heeft mij verzocht om een getuigen te horen, omdat er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen. Ik roep de heer Jack Talsma op.’
Van achter in de zaal is het schuiven van een stoel te horen en langzaam loopt Jack naar voren om plaats te nemen in de getuigenbank. Nadat de eed is afgelegd vraagt de rechter Ferdy of hij de getuigen wil horen.
Statig staat Ferdy op en loopt langzaam naar Jack, die even zijn blik op Julie laat rusten. Julie begrijpt er niets van. Daar zit de man, waar zij ooit haar leven mee had te willen delen. Angstig kijkt ze hem aan. Had ze zich indertijd dan zo in hem vergist. Had de liefde, die zij ooit met elkaar deelde dan niets voor hem betekent en hoe ironisch is het dat hij nu juist Ferdy tegenover zich heeft.
Even blijft Ferdy voor Jack staan en kijkt hem doordringend aan. ‘Mijnheer Talsma wilt u ons in u eigen woorden uitleggen wat u met deze zaak te maken heeft?’
‘Dat wil ik,’ is het antwoordt van Jack en dan valt er een stilte.
‘Gaat u verder,’ vraagt Ferdy?
‘Ik ben hier om iets recht te zetten. Het kleine meisje waar het hier omgaat is mijn dochter en niet dat van de zoon van de eisers. Jannie, de moeder van Elsje, en ik waren al bevriend vanaf de basisschool. Na de middelbare school gingen we ieder zijn eigen weg, maar het toeval wil dat ik haar jaren later, opnieuw ontmoeten. Tot mijn verbazing woonde ze zelfs niet eens zover van mijn toenmalige verloofde vandaan.’
‘Is u toenmalige verloofde aanwezig in deze zaal,’ vraagt Ferdy?
‘Ja, zij is degene die na de dood van Jannie haar dochter Elsje heeft opgevangen.’
‘Wilt u ons vertellen of u kunt bewijzen dat Elsje uw dochter is.’
‘Ja, dat kan ik. Mijn naam staat op haar geboorteakte. Zij is verwekt via kunstmatige inseminatie. Thijs had in zijn jeugd testiscarcinoom beiderzijds. Gelukkig genas hij daarvan, maar helaas bleek hij wel onvruchtbaar te zijn. Zij wilde heel graag een kind, maar dat was onmogelijk. Jannie en Thijs vroegen mij of ik donor zou willen zijn en in eerste instantie voelde ik daar niets voor. Ik had een relatie met Julie en met haar wilde ik een toekomst opbouwen. Ook al was de relatie nog heel pril, hij betekende veel voor mij, maar toen werd de moeder van Julie ziek en ging haar aandacht naar haar uit. Jannie en Thijs vroegen mij nogmaals of ik er serieus over na wilde denken en uiteindelijk heb ik toegestemd, maar wel met het verzoek dat zij mijn naam op de geboorteacte zouden vermelden.
‘Wisten de ouders van Thijs dat hij onvruchtbaar was,’ onderbreekt Ferdy zijn verhaal.
‘Ja, daar waren ze wel degelijk van op de hoogte. Thijs werd zelfs om deze reden door hen verstoten, omdat hij zo wie zo geen nageslacht zou kunnen voortbrengen die de familienaam zou kunnen voortzetten. Toen hij verliefd werd op Jannie was de maat helemaal vol. Zijn ouders accepteerde geen vrouw uit de onderklasse. Thijs heeft toen alle banden met hen verbroken. Na zijn dood had ik nog zo nu en dan contact met Jannie om te vragen of zij zich kon redden. Helaas kon ik niet veel voor haar doen omdat ik indertijd midden in een scheiding was beland en het niet goed met mij ging. Inmiddels heb ik mijn draai weer gevonden en ben ik hertrouwd en het gaat goed. Toen ik erachter kwam dat de ouders van Thijs de kleine wilde opeisen en bij Julie wilde weghalen, vond ik dat ik de waarheid naar voren zou moeten brengen. Elsje voelt zich veilig bij Julie en ik weet dat ze bij haar goed zal worden verzorgd en geliefd is. Ik hoop dat zij de voogdij krijgt over mijn dochter. Om mijn verhaal kracht bij te zetten heb ik mijn DNA laten bepalen en als u nog niet overtuigd bent, dan kunt u mijn DNA vergelijken met die van Elsje.’
Er valt een stilte en Ferdy kijkt de ex-verloofde van zijn geliefde ernstig aan. ‘Dank u, voor u verhaal. Ik ben klaar,’ zegt Ferdy en knikt naar de rechter die hem bemoedigend aankijkt.
De rechter richt zich tot de advocaat van de grootouders, maar die laat weten dat hij geen vragen heeft en dat zijn opdrachtgevers zich terugtrekken.
‘Goed, in dit geval is het duidelijk. Ik zal het voogdijschap toekennen aan mevrouw Julie Verstraten. Dan is bij deze de zitting gesloten.’
Verdoofd staat Julie op en kijk verbaast naar Ferdy die haar lachend feliciteert.
‘Ik weet niet wat me overkomt,’ fluistert ze.
Ferdy draait zich om en ziet zijn oude studiegenoot aan het eind van de zaal. ‘Een ogenblik Julie, ik ben zo terug.’ Hij loopt naar Jack en Max de Groot die nog wat staan te praten. ‘Max,’ groet Ferdy.
‘Ferdy, wat vond je ervan. Dat was nog eens een binnenkomer, dat moet je me nageven,’ groet hij. Ferdy bedankt hem voor zijn hulp en beide zien ze Jack naar Julie lopen en Max zegt: ‘Hij zag er echt wel tegen op, maar bedankt dat je hem niet het vuur aan de schede hebt gelegd.’
‘Dat was nergens voor nodig. Man je weet niet half hoe blij ik met hem was.’
‘Hallo Julie,’ fluistert Jack.
‘Jack…, ik weet niet wat ik zeggen moet. Al die jaren…, ik begrijp nu zoveel meer. Het spijt me.’
‘Dat hoeft niet, ik ben gelukkig nu. Uiteindelijk ben ik erachter gekomen dat ik een veel ouder persoon nodig heb die mij beter begrijpt. Ik ben bonus vader van kinderen die bijna mijn eigen leeftijd hebben en we hebben het goed samen. Sorry dat ik je in een dronkenbui hebt lastiggevallen, maar aan de andere kant was dat ook wel een wake up call.’
‘En dan te bedenken dat je een schop hebt gehad van je eigen dochter,’ oppert Julie vrolijk.
‘Ach ja, dat was ook wel aandoenlijk.’
‘Wil je een rol spelen in het leven van je dochter?’
‘Nee, voorlopig niet. Later, als ze groter is en de tijd daar rijp voor is.’
‘Dank je Jack, het ga je goed.’
‘Jou ook lieverd, jou ook.’
Kerstmis
Moe maar voldaan neemt Julie plaats aan de eettafel en kijkt naar buiten waar inmiddels de lichtjes van de bomen in de straat zijn aangegaan. Een half uurtje geleden had ze Elsje naar haar bedje gebracht en zoals gewoonlijk was de kleine meid al snel in slaapgevallen. Soms viel ze al tijdens het voorlezen in slaap en dan dekte Julie haar liefdevol toe en verliet ze zachtjes de slaapkamer.
Over drie dagen zou de kleine haar eerste kerstmis zonder haar moeder moeten doormaken en hoe anders zou deze zijn, dan de voorgaande jaren. Ze denkt terug aan de vorige kerst, die ze samen met Jannie en Elsje had doorgebracht. Elsje, die uiterlijk steeds meer en meer op haar moeder gaat lijken. Soms kon ze haar net zo aankijken als Jannie dat indertijd had gedaan en als ze dan ook nog dezelfde bewegingen voortbracht, moest Julie heimelijk glimlachen. De herinneringen aan haar moeder waren nog aanwezig en Julie hoopte maar dat dezen zouden blijven bestaan. Regelmatig kwam de kleine met het kleine fotoboekje, dat ze hadden samengesteld, naar haar toe en dan bladerde ze er saampjes doorheen. In het begin had ze bij elke foto verteld waar deze was genomen en wat ze die dag hadden beleefd en Julie besloot toen om datgeen wat ze haar vertelde in de avonduren in een schrift op te schrijven. Nu was ze maar wat dankbaar dat ze dat had gedaan, want in de loop van de maanden werden de verhalen steeds minder en duurde het bladeren in het fotoboekje steeds korter. Ze besluit dat ze met de opgeschreven verhalen en de bijpassende foto’s een nieuw album voor haar zou gaan samenstellen, zodat als ze groter was en de herinneringen waren vervaagd, deze toch zou kunnen koesteren. De afgelopen week waren ze naar het kerkhof geweest om het graf van haar moeder te verzorgen en er een klein versierd kerstboompje te plaatsen. Allereerst hadden ze de lichtjes in het boompje gehangen en erop toegezien dat, als de zon scheen deze op de sensor zou vallen, zodat de lichtjes zich in de avonduren zouden ontsteken. Daarna had de kleine het boompje versierd met de door haar zelfgemaakte versieringen. Dagen was ze ermee bezig geweest en zo nu en dan had ze haar advies gevraagd. Julie had op een bankje naar haar zitten kijken en ze hoorde haar zacht tegen haar moeder praten. Het kleine beertje, dat de kleine vlak na het overlijden van haar mama bij het graf had geplaatst werd niet vergeten.
‘Tante Julie, mama is nu wel heel alleen hè. Zullen we beertje op haar graf neerzetten, zodat ze dan niet meer zo eenzaam is,’ had ze indertijd gevraagd. ‘Maar als het regent, dan wordt hij nat en daar houdt beertje niet van. Kunnen we samen niet een glazen huisje voor hem maken, zodat hij daarin zou kunnen wonen?’
Twee weken waren ze in de weer geweest om een geschikt huisje voor beertje te bouwen en trots had de kleine deze op het graf van haar moeder geplaatst. ‘Kijk mama, hier is beertje. Die ken je toch nog wel? Beertje zal van nu af aan bij jou en papa in zijn huisje wonen en als je eenzaam bent dan kan je even naar hem kijken.’
Vertederd had ze naar de kleine meid gekeken en de liefde die het kind voor haar moeder voelde had haar aangegrepen. Trots was het meisje naar haar toegekomen en met een glimlach fluisterde ze: ‘Ik denk dat mama wel heel blij zal zijn met het gezelschap van beertje.’
‘Dat denk ik ook, schat,’ had ze haar geantwoord.
Op de vensterbank staan de vele kerstkaarten die ze dit jaar had ontvangen en haar blik valt op die van Jack. Ze had hem geschreven en hem op de hoogte gebracht hoe het met zijn dochter ging.
Dank voor je lieve wens en de informatie die je me schreef, had hij op de kaart geschreven. Het ging hem goed en hij had zijn leven op orde. Ze was hem dankbaar voor hetgeen hij voor haar had gedaan. Ze wist als geen ander dat hij moeite had gehad met het onthullen van zijn geheim, maar zijn rechtvaardigheidsgevoel had hem ertoe gedwongen om de waarheid te ontsluieren.
Ze keek op de klok, nog pas negen uur en ze besloot voor zichzelf een glas wijn in te schenken.
Opnieuw ging ze op het voor haar vertrouwde plekje zitten en denkt aan de komende dagen die komen gaan. De komende feestdagen zullen de laatste zijn waar Bella bij aanwezig zou zijn. Haar conditie was de afgelopen weken achteruitgegaan en ze was nog maar een schim van wat ze ooit was geweest. Julie vroeg zich soms af hoe of het straks verder moest gaan, zonder haar. De afgelopen maanden was ze zoveel mogelijk bij haar geweest en tussen haar en de overige familieleden was een hechte band ontstaan. Ook met haar biologische vader had ze de afgelopen maanden een liefdevolle band opgebouwd. Hij had zelfs geopperd om haar zijn naam te schenken en haar te echten, maar dat was iets wat ze niet wilde. Ze heette Julie Verstraten en dat wilde ze blijven. Ze kon het niet over haar hart verkrijgen om de nagedachtenis aan de man die haar had grootgebracht te ontkennen.
Misschien is ontkennen niet het juiste woord, maar ze kon er op dit moment geen ander woord voor vinden. Nee, vader was dan wel niet de meest idealen man geweest, maar hij had met hart en ziel van haar gehouden, ondanks het feit dat hij wist dat zij niet zijn biologische dochter was. Dat was haar na alle gesprekken met Julian wel duidelijk geworden. Nu vielen soms ook de puzzeltjes voor haar op zijn plaats. Haar vader had haar altijd gekoesterd, misschien nog wel meer dan de andere kinderen. Misschien kwam dat ook wel omdat zij zo anders was dan zijn andere kinderen, die vaak koud en afstandelijk waren. Nooit zouden ze op een kerstkaartje meer schrijven dan de gebruikelijke ‘Prettige feestdagen en een Gelukkig nieuwjaar’. Als Julie een presentje voor de kinderen opstuurde kreeg ze nimmer een bedankje of een Whatsappje toegestuurd. Toch weigerde ze om mee te gaan in hun afstandelijkheid.
Haar blik gaat naar de doos met presentjes voor de kinderen van Andreas en Bella en haar gedachten gaan terug naar de vorige week toen ze Bella had meegenomen om kerstinkopen te doen. Bella had haar gevraagd of zij haar wilde begeleiden omdat ze zo graag, net als andere jaren, kerstcadeaus wilde kopen. Andreas had haar bezorgd aangekeken en gevraagd of dat wel verstandig was, maar Bella had voet bij stuk gehouden en Julie had toegestemd. Ze waren die dag vroeg vertrokken en tijdens het shoppen had Julie er regelmatig op gestaan dat ze wat ruste. Nooit zou ze de gelukkige uitdrukking op het gezicht van Bella vergeten toen ze aan het eind van die dag haar weer naar huis bracht. ‘Dank je Julie, deze dag was onvergetelijk,’ had ze haar gezegd toen ze bij het huis van Andreas en Bella aankwamen.
Andreas en Julian waren direct naar buiten gekomen om haar te ondersteunen, maar dat was op dat moment niet nodig. Ze had zoveel adrenaline in zich opgebouwd gedurende die dag, dat de mannen Julie verbaast hadden aangekeken. ‘Het is goed,’ had ze hen geruststellend toegefluisterd. ‘Het is goed gegaan vandaag. Ze is gelukkig.’
Eén voor één laat ze de kerstwensen door haar handen gaan en realiseert zich dat ze enkele van haar vrienden het afgelopen jaar nauwelijks had gezien of gesproken. Zo nu en dan miste ze de brainstormsessies, die ze altijd met hen voerde over hun werk. Ondanks dat ze enkele weken geleden had besloten haar winkeltje nog maar twee dagen te openen en dat ze daardoor hoopte wat meer tijd zou hebben voor de zorg van Elsje en de andere, kampte ze nog steeds met tijdgebrek. Over werk en inkomen hoefde ze zich geen zorgen te maken, integendeel. Zo nu en dan werkte ze zelfs nog even in de avonduren, omdat de opdrachten waren verdubbeld. Gelukkig was ze jong en sterk en zou ze het voorlopig nog wel volhouden.
Plots hoort ze de kerkklok slaan en realiseert ze zich dat het al elf uur is. Ze drinkt het laatste beetje wijn uit haar glas en besluit dat het tijd is om naar bed te gaan. Morgen zou Elsje op school kerstfeest vieren en dan begon de kerstvakantie. Julian had beloofd haar om drie uur op te halen, zodat ze in deze drukke periode, niet met haar auto de weg op zou hoeven. Ze zouden de kerstdagen bij hen doorbrengen en daar verheugde, met name Elsje, zich enorm op. Ze voelde zich thuis bij Andreas en Bella en Julie maakte zich soms een beetje zorgen om haar. Tenslotte zou Bella over enige tijd overlijden en Julie was bang dat dit te confronterend zou kunnen zijn voor het kleine meisje. Opnieuw zou ze een geliefd persoon in haar jonge leventje verliezen. Oké, men zegt dat kinderen flexibel zijn, maar er zijn grenzen, piekert Julie. Ook de kinderen van Andreas zullen moeten worden opgevangen. Soms heeft ze wel in de gaten dat één van de twee even stilletjes in zichzelf is gekeerd en als ze hem dan aankijkt ziet ze de verdrietige blik in zijn ogen. Net als zij, zien ook de kinderen dat hun moeder hen binnenkort zou gaan verlaten en dat ze in de toekomst zonder haar verder zouden moeten gaan. De band die het gezin met elkaar heeft is hecht en diepgaand en het verlies zal een grote impact op het leven van eenieder hebben. Ze hoopte maar dat zij elkaar daarbij niet uit het oog zouden verliezen en troost bij elkaar zouden zoeken. Hoe anders was het bij haar ouders gelopen. De koelte en de afstandelijke houding die ze naar elkaar toe hadden geuit, deed haar nog de koude rillingen over haar rug doen lopen. De dood van vader bracht al het één en ander in beweging en moeder had zo dikwijls gezegd dat ze zo blij met haar was. Pas nu begreep ze de werkelijke betekenis van die woorden. In die periode moet ze vast veel aan Julian hebben gedacht, aan zijn warmte en genegenheid. De koelte en onverschilligheid van haar broers en zusters had ze nog het meest gevoeld toen moeder overleed. Het enige waaraan ze aandacht hadden besteed was de afwikkeling van de erfenis. Lijdzaam had ze toegekeken hoe zij geregeld met elkaar overhooplagen. Enkel en alleen maar omdat de één vond dat hij of zij meer recht had op één van de bezittingen. Gelukkig had moeder op het laatste moment veel vast laten leggen en moesten ze zich bij sommige dingen neerleggen. Even moest Julie lachen om haar moeder, die haar kinderen zo goed had gekend. Samen met een bevriende notaris had ze keurig alles geregeld en daarmee had ze haar onbewust of bewust, geholpen. Moeder had vast geweten dat zij ondergesneeuwd zou worden door de anderen en daarom zo’n watervast testament had laten opstellen.
Opnieuw slaat de klok: ‘Warempel nu is het toch nog twaalf uur geworden,’ vermaant Julie zich.
Voordat ze naar haar eigen bed gaat, loopt ze nog even naar de slaapkamer van Elsje om naar haar te kijken. De kleine meid ligt rustig te slapen en Julie dekt haar nog even toe.
Als ze in haar eigen bed stapt voelt ze de vermoeidheid in haar benen. Haar laatste gedachten gaan naar Ferdy uit. Morgen zou ze hem weer zien. De afgelopen twee weken had hij het druk gehad en hadden ze elkaar maar weinig gezien. Ze verlangde naar hem, naar zijn warmte en liefkozingen. Toch had ze de afgelopen tijd het vermoeden dat hij ergens mee worstelde, maar ze kon er niet achter komen wat het was. Ze had het hem gevraagd, maar hij had het stellig ontkend. ‘Je ziet spoken,’ had hij haar gezegd. ‘Ik heb het razend druk met mijn nieuwe taken, waar ik mijn draai nog in moet vinden.’
Aan zijn liefde twijfelde ze niet, maar toch kon ze die onrust niet verklaren. Waarschijnlijk heeft hij het inderdaad zo druk en maak ik mij zorgen om niets. Uiteindelijk valt ze dan in een diepe slaap.
Einde Deel 5
