Tussen verleden en toekomst

Deel 10

 

De Efteling

 

De dagen volgen elkaar snel op en voordat ze er erg in had was het alweer half december. Vandaag zou ze met Frank en de kinderen naar Scheveningen vertrekken. Hij had kaartjes kunnen regelen voor een musical en ze zouden blijven overnachten in het Kurhaus. De kinderen waren uitgelaten en renden als een kip zonder kop door het huis. Andreas bromde dat ze zich moesten gedragen en de kinderen keken hem verbaast aan.

‘Oom Andreas, waarom bromt u zo. Bent u boos dat u niet mee mag,’ vraagt Elsje?

‘Nee schat, ik ben niet boos.’

‘Nou, soms lijkt het er wel op,’ moppert Nicky.

‘Pap, zal ik dan thuisblijven,’ oppert Andy plots?

‘Nee jongen, jullie gaan fijn met Julie en Frank mee. Ik heb opa toch en wie laat anders Boris uit,’ lacht Andreas hem toe.

‘Oké…,’ antwoordt Andy die de laatste tijd niets begrijpt van de houding van zijn vader.

Julian kijkt vertwijfelt naar zijn schoonzoon. Natuurlijk begrijpt hij wel wat er met hem aan de hand is, maar daar zou hij toch echt zelf de regie in moeten nemen.

Julie komt met een weekendkoffer de keuken in en voelt dat er een bepaalde spanning heerst. Die spanning heerst er wel vaker de laatste tijd en ze heeft er geen idee van wat daar de reden van is.

Vertwijfelt kijkt ze naar haar vader die zijn schouders ophaalt. ‘Hebben jullie er zin in,’ vraagt ze opgewekt aan de kinderen?

‘Ja…,’ roepen ze alle drie in koor.

‘Oké, over een half uurtje komt Frank ons ophalen, dus naar boven en ga jullie tandenpoetsen dan ruim ik intussen de boel hier even op.’

‘Dat hoeft niet, dat kan ik ook wel,’ antwoordt Andreas koel.

‘Prima, dan loop ik wel even met de kinderen naar boven.

Terwijl Julie naar de kinderen gaat helpt Julian Andreas met het opruimen van de ontbijttafel.

‘Jongen als jou iets dwars zit, moet je erover praten.’

‘Dat kan ik niet pa, dat ligt te gevoelig.’

‘Gaat het om de vriendschap van Julie en Frank?’

‘Misschien, ik wil er niet over praten.’

‘Stop dan in ieder geval met die saggerijnige buien.’

‘Ik zal mijn best doen.’

 

Een half uur later komt Frank Julie en de kinderen ophalen om richting Scheveningen te gaan.

Julian begroet Frank hartelijk en Andreas geeft hem een hand.

‘Ik zal goed op ze passen,’ belooft Frank hem.

‘Daar vertrouw ik op,’ antwoordt Andreas.

‘Ome Frank, je bent er al,’ roepen Nicky en Elsje.

‘Zijn jullie er klaar voor,’ groet Frank de kinderen en hij loopt naar Julie en geeft haar een knuffel.

‘Je hebt er zeker al een dagtaak op zitten hè?’

‘Wel nee, dat valt reuze mee.’

‘Nou pak jullie jassen en vergeet niet een warme sjaal mee te nemen want op het strand kan het erg koud zijn,’ maant Julie de kinderen.

De kinderen rennen naar de gang om hun jas en een sjaal te verzamelen en nemen dan afscheid van opa en hun vader. Frank groet de volwassenen, pakt het koffertje en neemt de kinderen mee naar buiten. Julie blijft in de keuken achter en geeft haar vader een kus. ‘Geen gekke dingen doen tijdens mijn afwezigheid hoor pa?’ Haar vader glimlacht en geeft haar een knuffel.

Dan draait Julie zich om en loopt naar Andreas en kijkt hem indringend aan. ‘Andreas…,’ vraagt ze liefkozend? ‘Andreas…?’

‘Het is goed, veel plezier en maak er een leuk weekend van,’ groet hij haar en kust haar op haar voorhoofd.

‘Ja…,’ is het enige wat Julie antwoordt.

Bezorgd loopt ze naar buiten waar Frank de auto heeft gestart. Haar eigen weekendkoffer zet ze in de achterbak, waar zich ook de andere koffers al bevinden.

Opgelaten kletsen de kinderen door elkaar en Frank schiet ervan in de lach. ‘Zullen we dan maar,’ vraagt hij?

 

In de middaguren komen ze aan op Scheveningen en bij het inchecken in het Kurhaus kijken de kinderen hun ogen uit. Ze krijgen kamers met uitzicht op zee en gebiologeerd kijken de kinderen naar de woeste golven. Ze kunnen niet wachten om naar het strand te gaan om daar met hun blote voeten door de zee te lopen. Ondanks dat het december is en er een stevige wind staat is de temperatuur aangenaam. Frank en Julie komen tot de conclusie dat ze daarmee boffen. De kleintjes rennen door het zand richting de zee en gooien uitgelaten hun schoenen in het zand. Ook Andy, die toch heel wat rustiger is gooit zijn schoenen uit en loopt naar de zee.

Julie kijkt ze na en roept: ‘Voorzichtig en niet te lang hoor.’

‘Blijf jij maar hier, ik ga wel naar ze toe en hou ze in de gaten,’ stelt Frank voor.

‘Graag,’ antwoordt Julie.

Na een half uurtje komen ze uitgelaten bij Julie terug en ploffen neer in het zand.

‘Nou, ik heb wel honger hoor,’ laat Elsje weten.

‘Ik ook,’ volgt Nicky haar.

‘Dan zit er niets anders op dan dat we even iets moeten gaan eten. Wat denken jullie van een patatje,’ vraagt Frank.

Op dat moment roepen drie kinderen opgewonden: ‘Ja…, lekker.’

Ieder pakt zijn schoenen op en lopen ploegend door het zand naar de boulevard.

Een half uurtje later is iedereen voorzien van patat en een flesje sinas. Daarna besluiten ze om door het oude gedeelte van Scheveningen te lopen en als het tegen zessen loopt besluiten ze om een restaurantje te zoeken waar ze iets kunnen eten.

 

De voorstelling begint om acht uur en ook dat neemt de nodige opwinding met zich mee. De kinderen genieten van de voorstelling en als ze aan het eind van de avond ook nog even achter de coulisse mogen kennismaken met enkele artiesten is het geheel compleet. Moe maar voldaan stappen ze om half twaalf die avond in bed, maar niet voor dat de jongens hun vader hebben gesproken om hem hun belevenissen van die dag te vertellen.

Als de kinderen eindelijk in bed liggen bestelt Frank een fles wijn en zitten Julie en hij bij het raam met uitzicht op de zee te genieten van een glas wijn.

‘Heb je genoten,’ vraagt Frank?

‘Ja, het was geweldig.’

‘We kunnen morgen nog wat meer van de omgeving gaan bekijken.’

‘Graag,’ antwoordt Julie.

 

Ook de volgende dag verloopt aangenaam. Ze brengen een bezoek aan het Scheveningse museum en daarna aan de haven en lopen het havenhoofd op. Dan wordt het tijd om weer naar huis te vertrekken en moe en voldaan vallen de twee jongste in de auto al in slaap. Andy geniet nog na en praat honderduit over hetgeen hij leest in het boek dat Julie voor hem in het museum heeft gekocht over de oude visserij.

Bij aankomst staat Andreas hen al op te wachten en begroet de kinderen. ‘Willen jullie nog iets eten of drinken,’ vraagt hij aan Frank en Julie.

‘Dat is heel aardig, maar ik moet helaas gaan,’ antwoordt Frank.

‘Frank, dank je voor hetgeen je voor de kinderen hebt gedaan,’ zegt Andreas plots.

‘Ik doe het graag, het is een leuk stel. Daar mag je trots op zijn.’

‘Dat ben ik ook,’ antwoordt Andreas.

Frank draait zich om en neemt Julie in zijn armen. ‘Ik moet gaan, schat,’ zegt hij.

Julie knikt. ‘Dank voor het heerlijke weekend.’

Frank kust haar en loopt naar zijn auto. Haalt de koffers eruit en geeft ze aan Andreas die hem als afscheid een hand geeft. ‘Tot ziens.’

Frank knikt en stapt in zijn auto. Julie kijkt hem na en zwaait nog even naar hem. Frank ziet haar in zijn achteruitkijkspiegel staan en moet glimlachen om…, ja waarom?

 

Na het avondeten, de volgende dag richt Andreas het woord tot Julie: ‘Julie…, ik heb Ferdy gesproken. Hij wil de kerstdagen hier doorbrengen.’

Er gaat een schok door Julie heen en haar gedachten gaan razendsnel. ‘Oh, dat is fijn voor jullie.’

‘Wat bedoel je,’ vraagt hij?

‘Elsje en ik zijn uitgenodigd om de kerstdagen bij Herman en Loes door te brengen, maar ik vond het moeilijk om de uitnodiging aan te nemen, maar als Ferdy naar hier komt denk ik dat dat geen probleem kan zijn, toch?’

‘Nee…, als dat is wat je wil.’

‘Ja, dat is het,’ antwoordt ze. In werkelijkheid was er helemaal geen uitnodiging en ze weet eigenlijk niet eens of Herman en Loes wel thuis zullen zijn met de kerstdagen.

‘Gaat Frank ook naar Herman en Loes,’ vraagt Andreas plots?

‘Waarom vraag je dat?’

‘Nou jullie zijn de afgelopen weken erg close, dus ik neem aan dat hij er ook zal zijn.’

Julie heeft geen zin om daar antwoordt op te geven omdat ze al moeite heeft met het leugentje om bestwil van zo even. ‘Ik denk dat ik naar de overkant ga, ik ben een beetje moe,’ zegt ze.

‘Oké, ik zie je morgen. Ik ga nog even aan het werk.’

Julie staat op en loopt de deur uit. Andreas kijkt haar na en weet even niet wat hij op dit moment moet denken. Heeft ze werkelijk een afspraak of wil ze Ferdy ontwijken?

 

Thuis aangekomen besluit Julie om maar direct even contact op te nemen met Loes. Ze vertelt haar dat Ferdy en zijn vrouw de kerstdagen overkomen en dat zij een leugentje om best wil heeft verzonnen. Denk je dat Elsje en ik de kerstdagen bij jullie kunnen doorbrengen?

‘Natuurlijk ben je welkom, maar ik wist niet dat je nog altijd met hem bezig was?’

‘Dat ben ik ook niet meer, maar ik kan het niet opbrengen om de kerstdagen met hem en zijn vrouw door te brengen. Ik zal hem vast en zeker tegen het lijf lopen, maar ik…’

‘Ik begrijp het, kom maar. Je bent van harte welkom.’

‘Dank je Loes, als ik ooit iets voor jou kan doen.’

‘Nou dat doe je al, wij vinden het heel fijn dat jij en Elsje met kerst hier komen.’

 

De dagen die volgen zijn razend druk. De kerstversieringen moeten worden aangebracht en de kerstinkopen en cadeaus moeten nog geregeld worden. Ook de voorbereidingen voor de kerstviering die haar vader elk jaar voor vrienden, kennissen en familie organiseert moet nog worden geregeld.  Gelukkig had haar vader daar al jaren een vaste ploeg voor die dat uitstekend verzorgde en precies wisten wat de opdrachtgever van hen verlangde.

De kerstviering voor kennissen en vrienden verliep zoals gewoonlijk sfeervol en gezellig. Af en toe werd er nog even terug geblikt op de vorige viering waar men tevens afscheid nam van Bella. Ook Julie dacht deze dagen meer aan Bella dan gewoonlijk en ze vroeg zich af of Andreas daar ook mee worstelde. Ze durfde het hem niet te vragen. Op de één of andere manier was er de laatste tijd een soort afstand tussen hen en dat deed haar meer pijn dan ze toe gaf. Soms vroeg ze zich af of ze het op de man af moest vragen, maar ze was bang dat hij dan nog afstandelijker zou worden. Toch gingen haar gedachten de laatste tijd steeds meer en meer naar hem uit. Haar gevoelens voor hem waren veranderd en soms vroeg ze zich af of ze van hem was gaan houden?

Morgenmiddag 1e kerstdag zou Ferdy op Schiphol landen en zou Andreas hem gaan ophalen. Zij en Elsje waren dan al vertrokken naar Herman en Loes en zouden beide kerstdagen daar blijven logeren. Haar vader had haar gevraagd of dat wel een goed idee was om de kerstdagen elders door te brengen, maar ze had hem gezegd dat dat voor alle partijen het beste was.

‘Maar kind, hij blijft tot na oudejaarsavond.’

‘Ik weet het pa en ik zal hem vast en zeker tegen het lijf lopen, maar liever niet tijdens de kerstdagen.’

‘Als jij denkt dat dat voor jou het beste is, dan moet je dat doen. Maar ik heb daar mijn twijfels over.’

 

In de vroege morgen van 1e kerstdag loopt Julie naar het huis van Andreas. Gisteravond tijdens de kerstviering voor vrienden en kennissen had zij de kinderen en Andreas al gedag gezegd en ze hoopt dat ze op dit vroege uur nog zouden slapen. In haar handen draagt ze de kerstgeschenken die ze voor hen had gekocht.  Zachtjes sluipt ze de keuken binnen en loopt via de grote hal naar de huiskamer. De enorme boom lacht haar als het ware toe en van een afstand blijft ze hem even bewonderen. Enkele dagen geleden hadden ze met de hele familie de boom opgetuigd en herinneringen opgehaald, ook die van het vorige jaar. De kinderen hadden het over hun moeder gehad en ondanks het gemis, merkte Julie dat ze er wat minder verdrietiger over spraken. Zo af en toe, leek het net alsof ze nog in hun midden was en meedeelde in de vreugde van het optuigen van de boom. Als Julie de kamer rondkijkt bekruipt haar een gevoel van gemis. Een gemis dat pijn deed. Doe ik er wel goed aan om er deze dagen niet bij te zijn, vraagt ze zich af? Nee, het is goed zo. Misschien is het juist wel goed om even afstand te nemen van…, ja van wie eigenlijk?

‘Goedemorgen…, wat ben jij vroeg op,’ hoort ze achter zich vragen?

‘Goedemorgen…, ja ik wilde, voordat ik vertrek, nog even de pakjes voor de kinderen onder de boom leggen. Maar waarom ben jij al op?’

‘Ik hoorde je voetstappen op het grind.’

‘Mijn voetstappen, herken je die dan?’

‘Oh…, ik herken wel meer van je.’

Julie kijkt hem verbaast aan en weet, zoals de laatste weken wel vaker gebeurt, niet goed wat ze van hem moet denken.

‘Andreas… Andreas…, soms weet ik niet zo goed meer wat ik…’

‘Dat je wat…?’

‘Niets, laat maar. Ik leg de pakjes neer en ga weer terug naar huis. Ik moet nog het één en ander inpakken voor de komende dagen. Ik zie je over een dag of twee weer. Veel plezier en fijne dagen.’

Onverwachts pakt hij haar arm beet en draait haar naar zich toe. Kijkt haar diep in haar ogen, maar laat haar net zo plots weer los. ‘Veel plezier bij Herman en Loes,’ fluistert hij.

Julie voelt een onbehagen in zich boven borrelen en het liefst had ze hem toegeschreeuwd waarom hij haar niet vertelde wat er met hem aan de hand was. Diep van binnen vraagt ze zich af of haar aanwezigheid hem misschien op den duur zou gaan opbreken. Was er misschien een vrouw in zijn leven gekomen, waar hij verliefd op is geworden en dat haar aanwezigheid in zijn huis zijn geluk in de weg stond? Waarom vertelt hij dat dan niet, dat zou ze toch begrijpen. Ten slotte was hij nog jong en niet onaantrekkelijk.

Even kijkt ze hem zwijgend aan, maar dan besluit ze hem met haar vermoedens te confronteren.  ‘Andries…, is er misschien een vrouw…?’

‘Wat bedoel je?’

‘Als er een nieuwe liefde in je leven is, dan heb ik daar alle begrip voor en ik zal het begrijpen als je wilt dat ik meer afstand van jullie zou moeten nemen.’

Andreas barst in lachen uit. ‘Je hebt gelijk, dat zal het zijn. Fijn dat je er uit jezelf achter komt. Dat bespaart mij een hoop uitleg.’

‘Is dat zo, heb ik gelijk?’

‘Ja…, je hebt gelijk. Ik ben inderdaad van iemand gaan houden.’

Julie kijkt hem bedenkelijk aan en begrijpt niets van zijn vreemde houding. ‘Ik ben alleen maar heel blij voor je en wens je alle geluk van de wereld. Er is niemand op de hele aarde die dat meer verdiend dan jij,’ antwoordt ze. ‘Ik beloof je dat ik mij zal aanpassen en jouw geluk niet in de weg zal staan. Ik moet nu echt gaan.’ Snel draait ze zich om en loopt via de keuken de tuin in. In haar ogen prikken gevaarlijk haar tranen die ze probeert terug te dringen. ‘Mannen…,’moppert ze.

 

Thuis maakt ze het ontbijt klaar en als haar vader de keuken binnen komt staat hij haar bezorgt aan te kijken. ‘Goedemorgen schat, gaat het wel goed?’

Een flauw lachje komt rondom haar mond. ‘Sorry pa, goedemorgen. Ik ben een beetje moe, dat is alles.’

Als Elsje naar beneden komt is ze druk in de weer om de kerstcadeautjes voor Herman en Loes in een tas te stoppen. Ook het pakje van Elsje zit erin, maar wel onder in de tas want de kleine meid heeft alles in de gaten.

Tegen tienen rijden ze het terrein af op weg naar Herman en Loes. Andreas ziet hen vanachter zijn werkkamer de oprijlaan afrijden en voelt een leegte in zich opdoemen.

 

Herman en Loes begroeten het tweetal hartelijk en zoals gewoonlijk bij Loes staat de koffie al te pruttelen. En natuurlijk staat er een grote appeltaart klaar om aangesneden te worden. Elsje vertelt honderduit wat zij de afgelopen dagen heeft beleefd en Herman luistert gewillig naar al die verhalen. Loes vertelt Julie intussen dat ze haar bagage naar het oude kamertje van Elsje kan brengen. ‘Ik heb de logeerbedden al opgemaakt, dus je kunt even lekker relaxen.

Intussen schenkt Loes de koffie in en een glas sinas voor Elsje. Julie komt weer beneden en legt de cadeaus die Elsje en zij voor Loes en Herman hebben gekocht, onder de kerstboom.

‘Maar schat, dat was toch niet nodig,’ zegt Herman. ‘Voor ons is het al een groot geschenk dat jullie de kerstdagen bij ons willen doorbrengen.’

‘Ik weet dat jullie dat vinden, maar Elsje en ik willen graag onze genegenheid voor jullie uiten, ’antwoordt Julie. ‘We hebben ze met veel liefde uitgezocht en hopen dat jullie ze mooi vinden.’

‘Kom schat, aan de koffie,’ maant Loes haar en Julie is even blij dat er iemand is die haar even in de watten legt. Nu pas voelt ze hoe ze de afgelopen dagen op haar tenen heeft gelopen. Even een dagje rust zal me goed doen, gaat het door haar heen. Na de koffie staat Herman erop dat ze even meegaat om beneden het verbouwde atelier te aanschouwen.

In het atelier weet Julie niet wat ze ziet. Het winkeltje, de voorraadkamer en het atelier is veranderd in één geheel. Zo kunnen de kopers tegelijkertijd ook een kijkje nemen bij de kunstvoorwerpen waarmee de kunstenaar op dat moment bezig is. Hier en daar herkent ze nog een paar voorwerpen die ooit door haar zelf zijn vervaardigd. 

‘Herman, ik sta er versteld van wat jullie met deze ruimte hebben gecreëerd.’

‘Ja, wij zijn er ook heel blij mee en dat hebben we aan jou te danken. Deze ruimte was perfect om onze droom waar te kunnen maken en weet je, zelfs het koffiehoekje dat Loes altijd wilde, hebben we kunnen waarmaken.’

‘Oh…, maar die kan ik niet ontdekken.’

‘Nee, dat klopt. Kom maar even verder,’ antwoordt Herman en schuift tegelijkertijd een schuifwand opzij. ‘Wat vind je hiervan?’

Julie moet lachen om hetgeen Herman haar laat zien. Een kleine koffiehoek in Franse stijl, precies de droom die Loes altijd voor ogen had. ‘Ik ben sprakeloos,’ zegt ze verrast.

‘Ja, het koste wat moeite om de vergunning ervoor te krijgen, maar uiteindelijk lukte het toch. We hebben er wel een klein stukje van de tuin voor moeten opofferen, maar goed, na het verwijderen van wat vasten struiken, hebben we uiteindelijk toch nog genoeg tuin weten te behouden.’

‘Wat vind je ervan,’ hoort Julie Loes achter zich vragen?

‘Ik zei zo net nog dat ik sprakeloos ben. Jullie hebben er een prachtige ruimte van gemaakt.’

‘Kom laten we weer naar boven gaan. Vandaag gaan we het gezellig maken,’ oppert Loes en Herman kijkt Julie lachend aan. ‘Je hoort het, vandaag wordt er niet gewerkt.’

 

De kerstdagen vliegen voorbij en Julie heeft geen ogenblik aan thuis gedacht. Als ze dacht dat Elsje een kwebbeltante was, nou dan kende je Loes nog niet, gaat het door haar heen en even moet ze lachen om de energie die haar vriendin bezit. Ze ruimt het logeerkamertje, waarin ze de afgelopen dagen met Elsje had vertoefd, op en kijkt nog éénmaal in het rond. Het waren twee leuke dagen, maar nu wilde ze graag naar huis. Ze miste haar vader en de kinderen en hun vader… Van hem zou ze afstand moeten nemen. Op dit moment wist ze nog niet zo goed hoe ze dat zou moeten doen, maar dat ze het moest, dat was nu wel duidelijk. De kinderen zouden moeten gaan wennen aan de nieuwe vriendin van hun vader en zij zou de kans moeten krijgen om Andy en Nicky te leren kennen. Gelukkig was de vleugel waar Elsje en zij wonen vanaf het huis van Andreas niet te zien. Dat betekende dat er genoeg ruimte is om elkaar niet telkens tegen het lijf te lopen.

‘Schat, niet piekeren,’ zegt Loes zacht. ‘Het heeft geen zin om met Ferdy bezig te zijn.’

Julie kijkt haar verbaast aan. ‘Weet je Loes, ik heb de afgelopen dagen nog geen moment aan hem gedacht. En dat meen ik. Nee, er is iets anders. Andreas is verliefd en ik vraag mij af hoe ik ervoor kan zorgen om meer afstand van hem te nemen.’

‘Andreas verliefd, ken je haar?’

‘Nee…, en daarbij komt dat hij het ook nog niet met zoveel woorden heeft uitgesproken, maar er is wel iemand.’

‘Aa…, ik begrijp het.’

‘Wat begrijp je?’

‘Niets, hopelijk kom je er snel achter,’ antwoordt Loes.

‘We moeten gaan,’ oppert Julie. ‘Elsje…, het is tijd!’

Herman en Loes begeleiden Julie en Elsje naar de auto en voordat Julie kan wegrijden haalt Herman een envelop uit zijn binnenzak en zegt: ‘Schat, voordat je vertrekt hebben wij nog iets wat jou toekomt. Dit is de opbrengst van de voorwerpen die jou toebehoorde. De cliënten waren er razend enthousiast over en daarom hebben Loes en ik besloten, dat hetgeen hier nog staat van je over te nemen omdat we weten dat we ze uiteindelijk goed zullen verkopen.’

Julie kijkt naar de goed gevulde envelop en stopt hem weg in haar tas. Ze bedankt haar vrienden voor de heerlijke dagen en de verrukkelijke maaltijden. Nog even zwaaien ze naar het kunstenaarsechtpaar en dan verdwijnt de auto richting huis.

 

‘Opa…, opa…,’ roept Elsje als ze thuiskomen en door de hal naar de kamer van haar opa rent.

‘Oom Ferdy,’ roept ze uitgelaten, als ze hem samen met opa aan de schaaktafel ziet zitten.

Ze stormt op hem af en vliegt hem om zijn hals. ‘Nou…, nou…, dat is nog eens een stevige knuffel.’

Julian slaat het tafereel liefdevol gade. ‘Nou…, nou…, krijg ik geen knuffel,’ oppert hij.

‘Sorry opa, maar ik heb oom Ferdy al zolang niet gezien.’

‘Geeft niets kind, ik begrijp het best.’

Julie komt de kamer binnen en blijft even stil naar Ferdy staren. Hij komt naar haar toe en geeft haar een kus op haar wang. ‘Je had niet weg hoeven gaan,’ fluistert hij in haar oor.

Julie negeert hem en kust haar vader. ‘Alles goed, pa?’

‘Ja kind, alles is goed hier.’

‘Ik ga de bagage uit de auto halen,’ zegt Julie en loopt de kamer uit.

Elsje, die niets van de spanning tussen Ferdy en Julie heeft meegekregen vertelt honderduit over haar logeerpartij bij Herman en Loes.

 

Intussen pakt Julie de weekendtas uit en bergt hetgeen zij niet nodig heeft weer op. De was wordt in de wasmand gestopt en dan loopt ze naar haar slaapkamer en gaat even op haar bed zitten. Dan gaat plots haar mobiel af en ziet ze een oproep van Frank.

‘Frank, wat leuk dat je belt. Ben je alweer terug uit Londen of…?’

‘Ja, ik ben weer terug. Hoe gaat het met je, heb je zin om eind volgende week twee dagen naar de Efteling te gaan met de kinderen? Ik heb namelijk een overnachting en kaartjes weten te bemachtigen. En ik dacht, de kinderen hebben vakantie, dus laat ik vragen of ze daar zin in hebben.  We overnachten dan een nachtje in het sprookjeshotel en ik weet zeker dat de kinderen dat geweldig vinden. Nou wat denk je…?’

‘Ik weet zeker dat ze daar zin in hebben, maar ik moet het wel even met hun vader bespreken. Kan ik je daarover terugbellen.’

‘Natuurlijk, maar is alles goed. Je klinkt zo…’

‘Ja, het is goed. Ik vertel het je nog wel.’

‘Goed, maar als er iets is dan moet je me bellen, beloof je dat?’

‘Ja…, dat doe ik. We spreken elkaar gauw.’

‘Goed, dag schat.’

Julie groet hem terug, staat op en bergt haar tas op. Dan valt haar oog op de envelop die Herman haar heeft toegestopt en haalt hem eruit. Bij het openen ziet ze dat het om een enorm bedrag gaat. Zakendoen kon je altijd al aan Herman overlaten, maar dit bedrag is aanzienlijk. Ze besluit de envelop maar snel op te bergen en in de boeken te verwerken.

Plotseling wordt er op de deur geklopt: ‘Julie, kunnen we even praten,’ hoort ze Ferdy vragen. Twijfelend kijkt ze hem aan, maar dan besluit ze dat ze het beste kan toegeven aan zijn wens om een gesprek met haar aan te gaan.

‘Ik denk dat dat goed is, zullen we naar beneden gaan,’ antwoordt ze.

‘Prima, je vader heeft Elsje meegenomen naar de overkant, dus we hebben alle tijd.’

In de woonkamer neemt hij plaats en Julie vraagt hem of hij iets wil drinken.

‘Nee dank je, vertel me hoe gaat het met je,’ vraagt hij?

‘Ik mag niet klagen, en jij, hoe gaat het met jou?’

‘Goed, het enige wat mij dwars zit is de manier hoe wij momenteel met elkaar om gaan. Ik begrijp dat je afstand van me neemt, maar het is nooit mijn bedoeling geweest je pijn te doen.’

‘Dat weet ik, je uitleg in je brief was duidelijk.’

‘Je hebt nooit gereageerd op hetgeen ik je hebt geschreven.’

‘Had je dat gewild?’

‘Ik weet het niet, ik had het fijn gevonden als je me had geschreven dat je mijn brief had gelezen.’

‘Ik heb hem gelezen en ik heb niet gereageerd omdat ik niet wist wat of ik je zou moeten melden. Je was duidelijk, maar dat hadden we al eens besproken.’

‘Nee Julie, dat hadden we niet. Jij hebt de neiging om weg te lopen voor discussies, zeker als het om gevoelsmatige kwesties gaat. Sorry, maar daar moet je echt iets aan doen. Op deze manier loop je telkens weg van de mensen die je liefhebben.’

‘Misschien heb je gelijk, maar ik had niet het gevoel dat er nog iets te zeggen viel. Je had je keuze gemaakt en daar kon ik mij alleen maar bij neerleggen. Het had geen zin om daar tegenin te gaan. Mijn grootste angst was dat Elsje daar misschien de dupe van zou worden.’

‘Hou op, houdt Elsje hierbuiten. Je weet net zo goed als ik dat ik haar nooit moedwillig pijn zou doen, hebben we niet hard genoeg voor haar moeten vechten,’ antwoordt hij geërgerd.

‘Dat bedoel ik niet, in dat opzicht veroordeel ik niet jou, maar mijzelf. Ik weet dat je van haar houdt alsof het je eigen kind is, daar heb ik nooit aan getwijfeld en ik ben je dankbaar voor al hetgeen je voor ons hebt gedaan. Ferdy wat wil je, zeg me wat je van me verlangt.’

‘Het enige dat ik van je verlang is dat je…’

‘Dat ik wat? Dat ik van je blijf houden, zoals het was. Je hebt gekozen voor een carrière in New York en je hebt gekozen om daar een bijpassende vrouw bij te kiezen. Hou je eigenlijk wel van haar?’

‘Natuurlijk hou ik van haar, ze is mijn vrouw.’

‘Ferdy, onze liefde is over en uit en het enige wat we kunnen doen is om er als twee volwassen mensen mee om te gaan. We hebben van elkaar gehouden en ergens is er misschien nog een klein vlammetje, maar meer dan een waakvlam is het niet. Op dit moment denk ik dat jij meer over onze verstandhouding in zit dan ik. Ja, ik ben weggegaan toen ik hoorde dat je met de kerstdagen overkwam, maar dat was niet alleen om jou te ontlopen, maar meer om de sfeer voor de kinderen goed te houden. Zij hebben de afgelopen jaren al genoeg meegemaakt en dat weet jij net zo goed als ik, dus verman je. Werk aan je relatie en bouw samen met je vrouw een mooie toekomst op.’

Ferdy kijkt haar verslagen aan en beseft dat ze voor een groot deel gelijk heeft. Het is een feit dat zij na het verbreken van hun relatie weer is doorgegaan met haar leven. Als er bij haar nog enige verdriet of spijt is om de verbroken relatie dan kan zij dit erg goed verbergen en misschien heeft ze gelijk en is hij zelf nog te veel met hun breuk bezig.

‘Je geeft me veel stof tot nadenken. Het spijt me dat ik je verkeerd beoordeelde.’

‘Geen probleem, maar beloof me dat je je best zult gaan doen om echt gelukkig te worden en geloof me ik heb je nooit pijn willen doen. Mijn doel is vooral geweest om de kinderen te ontzien. Dat wil niet zeggen dat het feit dat je voor een ander koos, me koud liet of nog doet, maar de tijd heelt alle wonden en die van mij zijn zo goed als geheeld en ja, ook ik kijkt naar de toekomst.

Ferdy staat op en loopt op haar af. ‘Dank je voor dit gesprek, mag ik je een knuffel geven?’

Julie knikt en loopt in zijn armen en hij drukt haar dicht tegen zich aan. Het valt Julie op dat zij tijdens zijn omhelzing geen enkele opwinding in zich op voelt komen. Dit in tegenstelling tot de tijd dat ze samen waren, toen ze bij elke omhelzing door hem in vuur en vlam kon raken.

‘Ik denk dat het tijd is om naar je vrouw te gaan,’ fluistert ze.

‘Dat denk ik ook,’ antwoordt hij en kust haar zacht, maar ook die kus doet haar niets meer.

Als hij wegloopt kijkt ze hem na en denkt aan het gesprek dat zij zojuist hadden gevoerd. Was dit de Ferdy die zij anderhalf jaar eerder had leren kennen? Nee integendeel, dit was een man die met zichzelf in de knoop lag. Zijn opgeruimde karakter had plaatsgemaakt voor een soort wantrouwen een…? Ja een wat eigenlijk. Was dat wat succes met je deed? Nee, dat kan het toch niet zijn. Hoeveel mensen kent ze niet die best wel succesvol in het leven staan en altijd dicht bij zichzelf zijn gebleven. Deze Ferdy was een tegenovergestelde persoonlijkheid geworden dan degene die hij in het verleden was. Ze vraagt zich af of de andere deze verandering ook zou zijn opgevallen.

Ze besluit een kop thee voor zichzelf te gaan maken en loopt naar de keuken.

‘Tante Julie…. Tante Julie, hoort ze plots roepen en ziet Andy de keuken binnen stormen die zich in haar armen stort. ‘Lieverd, wat is er,’ vraagt ze bezorgd als ze zijn ernstige gezichtje ziet.

Hij nestelt zich in haar armen en ze voelt dat zijn lichaampje gespannen is. ‘Ik heb je zo gemist,’ snikt hij.

‘Maar daar hoef je toch niet zo van streek door te raken. Zullen we samen een kop theedrinken of heb je liever chocolademelk?’

‘Lekker, ik wil chocolademelk.’

Julie maakt voor hem een glas chocolademelk klaar en schenk voor zichzelf een kop thee in. ‘Zullen we gezellig in de woonkamer gaan zitten?’

Andy knikt en loopt achter haar aan naar de woonkamer waar hij op de bank plaatst neemt. Julie besluit om naast hem plaats te nemen. Even valt er een stilte en dan vraagt ze: ‘Wil je er over praten, zou je mij willen vertellen wat je dwars zit?’

Ze voelt de spanning opnieuw bij hem opkomen en met tranen in zijn ogen zegt hij: ‘Ik was zo bang dat je niet meer terug zou komen. Dat ook jij zou weggaan.’

‘Maar lieverd, ik ga toch nergens heen. Ik woon hier en ben niet van plan om weg te gaan. Is dat echt waar je zo bang voor bent?’

 

‘Een beetje en ik denk elke dag aan mama en hoe fijn we het vorig jaar hadden.’

Snikkend valt hij opnieuw in haar armen en Julie laat hem in alle rust tegen haar aan zitten. Na een tijdje gaat hij weer recht op zitten en kijkt haar verdrietig aan. ‘Tante Julie, jij ruikt hetzelfde als mama en bent net zo lief.’

‘Jouw mama was mijn halfzus, dus dat kan toch?’

‘Ja, dat kan en ik hou net zoveel van jou als van mijn mama.’

‘Lieverd, ik hou ook van jou en dat zal ik altijd blijven doen. Is er iets wat ik voor je kan doen, zou je misschien even naar mama willen. We kunnen samen naar het kerkhof gaan.’

‘Kan dat?’

‘Ja, waarom niet. Dan gaan we eerst samen ergens wat eten en een mooi boeket voor mama kopen en dan gaan we naar haar toe.’

‘Dat wil ik wel, heel graag.’

‘Oké, dan gaan we dat toch doen. Laten we eerst even je jas gaan halen en dan vraag ik of papa of opa even op Nicky en Elsje willen passen.’

‘Ja, dat is goed,’ antwoordt Andy.

Julie pakt haar jas en haar tas en samenlopen Andy en zij hand in hand naar de overkant. Ze voelt zijn handje warm en ontspannen worden.

In de hal komt ze Andreas tegen, die beurtelings verbaast van haar naar Andy kijkt.

‘Andy,’ fluistert Julie. ‘Ga even in de badkamer je gezichtje wassen en dan kunnen we daarna vertrekken.’

‘Andy,’ vraagt Andreas bezorgt?

‘Ja pap,’ antwoordt Andy verlegen en buigt zijn hoofd licht naar beneden.

‘Wat is er aan de hand?’

‘Tante Julie en ik gaan naar mama, omdat ik haar zo mis.’

Julie ziet aan de reactie dat Andreas schikt van het verdriet dat hij in de ogen van zijn oudste ziet.

‘Zou je het fijn vinden, als ik met je mee zou gaan?’

‘Bedoelt u wij samen met zijn drieën,’ vraagt Andy?

‘Als Julie er geen bezwaar tegen heeft, ja.’

Vragend kijkt Andy Julie aan en die knikt hem liefdevol toe. ‘Nou, waar wacht je nog op. Ga je opfrissen dan kunnen we gaan.’

Snel rent hij naar de badkamer en kijken Andreas en Julie hem na. ‘Sorry, ik had niet in de gaten dat hij zo verdrietig was,’ zegt Andreas.

‘Andreas, het komt goed. Je zult zien dat het straks beter met hem gaat. Ik vraag even aan pa of hij op de andere wil passen en dan kunnen we gaan.’

‘Oh, daar heb ik helemaal niet bij stil gestaan, sorry.’

‘Andreas, stop met dat sorry. Je bent geen übermensch.’

Lachend kijkt hij haar na en even later is ze weer terug. ‘We kunnen gaan,’ zegt ze en op dat moment komt Andy weer de badkamer uit en lacht hen toe.

‘Zo goed,’ roept hij en spreid zijn beide armen uit.

‘Perfect,’ antwoordt zijn vader, die zijn jas van de kapstok gist en zijn autosleutels van het kastje.

 

Einde Deel 10

error: Content is protected !!