Tussen het verleden en toekomst
Deel 1
Vanuit haar comfortabele fauteuil staart Julie naar de kleurrijke tuin. Deze ligt er in dit jaargetijde prachtig bij en intussen geniet ze van haar kopje thee. Haar gedachten gaan uit naar de afgelopen periode, een periode die verdrietig was en dat verdriet zal zij voorlopig nog moeten verwerken. Even blijft haar blik rusten op haar kleine werkplaats, dat zich achter in de tuin bevindt en dan verschijnt er een glimlach rond haar mond. Hoe dikwijls hadden moeder en zij daar de afgelopen jaren niet vertoeft. Menig uurtje hadden ze daar samen doorgebracht en daar genoot ook haar moeder enorm van. Terwijl Julie met haar eindeloze geduld de oude sieraden en het vergeten speelgoed restaureerden, zat moeder rustig te borduren. Moeder had in haar jeugd prachtig leren borduren en in de kleine werkplaats zat ze dan in haar schommelstoel de mooiste creaties te ontwerpen. Vaak herstelde ze de poppenkleding voor de oude poppen die Julie een nieuw leven inblies. Op die momenten kwam er weer een glimp van haar oude moeder boven en was er van die vervelende dementie niets te ontdekken.
Op het moment dat duidelijk werd dat haar moeder niet langer alleen thuis kon blijven opperde één van haar vrienden dat het misschien een idee was om het kleine blokhuisje achter in de tuin om te bouwen als werkplaats. Zo zou Julie toch zoveel mogelijk haar opdrachten zelf kunnen uitvoeren en kon haar moeder gewoon thuis blijven wonen. Met gemengde gevoelens was Julie aan het plan begonnen. Het zou immers betekenen dat zij veel minder in haar winkeltje te vinden zou zijn, maar al snel was ze blij dat ze had doorgezet. Even was ze bang geweest dat ze klanten zou verliezen, maar die angst was ongegrond.
De winkeltijden werden wat aangepast, maar dat bleek geen probleem en haar inkomsten waren niet gedaald, integendeel. Ze werd alom geprezen om haar werk en van heide en ver kreeg ze opdrachten. Eén dag in de week was zij de gehele dag in de winkel aanwezig en dat bracht haar veel voldoening. Op die dag was Mary, haar vriendin bij haar moeder. De vriendschap tussen Mary en zij bestond al vanaf de kleuterklas en vanaf die tijd deelde ze samen lief en leed. Julie kon moeder met een gerust hart bij haar achterlaten en moeder reageerde altijd goed op Mary.
Op die dagen kon Julie zorgeloos opgaan in haar werk en de kleine loyale kring van mensen met dezelfde passie, stonden altijd voor haar klaar. Haar werk werd gewaardeerd door haar klanten en als zij zelf de klus niet kon klaren was er altijd wel iemand uit haar vriendenkring, die raad wist met het probleem. Zo kreeg elk stuk dat door haar handen ging een nieuw leven.
Soms knaagde er, ondanks al de lieve mensen om haar heen, een eenzaamheid en leek het erop dat haar eigen toekomst stil leek te staan. Terwijl haar oudere broers en zussen hun vleugels hadden uitgeslagen om in het buitenland hun dromen na te jagen, bleef zij achter in het ouderlijk huis. Ondanks haar goede zorgen gleed haar moeder langzaam weg in de verwarring van de dementie. Julie zorgde met liefde voor haar, maar de tol die dat eiste, liet een diepe spoor na.
Jack, haar verloofde vond dat ze haar eigen dromen moest najagen, net zoals haar broers en zussen hadden gedaan, maar dat kon ze niet. Op een dag vertelde hij haar dat hij de verloving verbrak en dat hij een nieuwe liefde had gevonden. Een liefde die niet zo gecompliceerd was, als bij hen het geval was. Vreemd genoeg had ze dat op de één of andere manier wel zien aankomen. Ironisch genoeg had ze zijn nieuwe liefde zelf aan hem voorgesteld. Het bleek de jonge vrouw te zijn die zij als verkoopster had aangenomen in haar winkel.
Hij liet haar achter met een hart dat zich niet meer zo snel zou openstellen voor de liefde. Ze begreep best dat met het verstrijken van de jaren haar kansen op het stichten van een gezin aan het verstrijken was, maar toch hoopte ze dat er ooit iemand op haar pad zou komen die haar het geluk zou brengen.
Julie staat op om zichzelf nog een kopje kamillethee in te schenken en even valt haar blik op het portretje dat op de hoektafel staat. Een foto waar moeder haar stralend aankijkt en onbewust moet Julie even glimlachen en streelt het lijstje. Van de eens zo actieve liefdevolle vrouw die haar moeder ooit was geweest was de laatste tijd niet veel overgebleven. Maar ondanks de vele ongemakken had Julie door haar geduld en tact altijd de situatie weten te beperken. Gelukkig was moeder op het eind van haar leven nooit driftig geweest. Hoe dikwijls had zij niet de schrijnende verhalen van andere gehoord. Verhalen over verward en agressief gedrag. Nee moeder was eerder timide en angstig, maar daar kon Julie haar altijd in steunen en opvrolijken. Zo af en toe had ze een heldere bui en genoten ze van wat op dat moment mogelijk was.
Langzaamaan gleed moeder weg in de verwarring die de dementie met zich meebrengt en enkele weken geleden werd ze ziek en moest ze worden opgenomen in het ziekenhuis. Daar is zij na enkele dagen in haar slaap overleden.
Die middag zat Julie naast haar bed en streelde zacht haar hand. Plotseling zag ze in het gezicht van haar moeder een berusting optreden en toen besefte ze dat ze haar kwijt was. Langzaam gleed haar moeder weg. Weg uit een wereld die voor haar zo verwarrend was geworden.
‘Het is goed mam, ga maar. Het is goed zo,’ fluisterde Julie.
Na het overlijden van haar moeder werd ze geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Haar broers en zussen, die inmiddels welvarend genoeg waren om zichzelf te kunnen redden, keerde terug naar huis. Niet om haar bij te staan in het verdriet om hun moeder, nee integendeel. Het ging hen om de erfenis. Het ouderlijk huis moest worden verkocht en met tegenzin stemde Julie toe.
Even had ze erover nagedacht om het huis zelf te kopen, maar dan zou ze haar winkelpand moeten verkopen omdat haar ouderlijk huis toe was aan een stevige verbouwing. Na een gesprek met haar bank, besloot ze om dan maar akkoord te gaan met de verkoop.
De woning werd al snel verkocht en over een paar weken zou ze het pand moeten verlaten. Gelukkig bevond er zich boven haar winkeltje een klein appartement met naast een woonkamer, twee slaapkamers, een keuken en een badkamer. Die werden op dit moment opgeknapt en over twee weken zou ze daar haar intrede kunnen doen.
Voor het eerst in haar leven was ze vrij om te doen en laten wat ze zelf wilde. Niet dat haar ouders haar ooit ergens van hadden tegengehouden, integendeel. Alle kinderen mochten uitvliegen, alleen had niemand kunnen voorzien dat na de dood van vader, zij de zorg voor haar moeder op zich zou moeten nemen. Nou ja, moeten, natuurlijk waren er andere mogelijkheden geweest, maar moeder had altijd met liefde voor haar gezin gezorgd en dat wilde Julie ook voor haar doen. Als ze het over zou mogen doen, zou ze dezelfde keuze maken. Even gaan haar gedachten uit naar Jack. Ze had zich dikwijls afgevraagd wat er van hem was geworden. Was hij met zijn nieuwe liefde getrouwd. Zou hij nog wel eens aan haar denken? Op die vragen kreeg ze tijdens de begrafenis van haar moeder antwoord. Hij had haar gecondoleerd en later had hij haar even apart genomen om te vertellen dat hij van zijn vrouw wilde scheiden en dat hij na al die jaren nog steeds aan haar dacht.
Op dat moment liep er een koude rilling door haar heen. Het leek wel alsof zij nu voor het eerst echt zag hoe hij in werkelijkheid was. Ze had hem vertelt dat het tussen hen over was en dat haar gevoelens voor hem waren verdwenen. Later hoorde ze dat hij diep in de schulden zat en dat er van een eventuele scheiding geen sprake was.
De verhuizing
Julie wordt gewekt door de indringende toon van haar wekker. Vandaag zou ze haar intrek nemen in haar eigen huis en daarbij is het afscheid van haar ouderlijkhuis een feit. De afgelopen dagen was ze druk in de weer geweest met het uitzoeken en inpakken. Het merendeel van de meubels zou naar de kringloopwinkel gaan of direct door de verhuizers worden afgevoerd om te worden vernietigd. Er waren enkele stukken die haar dierbaar waren en die gaan dus mee naar haar appartementje. Zuchtend staat ze op en besluit eerst nog even een snelle douche te nemen. Ze had met de verhuizers afgesproken dat deze zich om 8 uur bij haar zouden melden, dus ze had nog even tijd om voor de laatste keer te ontbijten in de oude woning.
Julie trekt een gemakkelijke spijkerbroek en een T-shirt aan. Ze borstelt haar haar en bindt deze vast in een staart, wat haar een jeugdige aanblik geeft. Na het ontbijt loopt ze naar de kleine werkplaats, omdat daar nog enkele dozen moesten worden ingepakt. Het tuinhuisje, dat voor enkele jaren haar geliefde domein was geweest en waar moeder ook graag vertoefde, staat er verlaten bij. Als ze de deur opent valt haar blik direct op de schommelstoel van haar moeder. Deze zou ze meenemen en een prominente plaats in haar winkeltje krijgen, en al boden de klanten een miljoen voor die stoel, hij zou niet te koop zijn. Zo zou ze altijd het gevoel hebben dat moeder op de één of andere manier toch nog bij haar zou zijn. Zorgvuldig bergt ze haar spullen in de verhuisdoos en dan rest nog het allerlaatste kastje dat haar moeder had toebehoord. Daar had ze haar borduurmandje en nog enkele persoonlijke voorwerpen in bewaard. Gelukkig hadden haar broers en zussen haar werkplaats met rust gelaten. Het gehele huis hadden ze overhoopgehaald om, hetgeen zij waardevol vonden te verdelen. Een moment voelt Julie zich triest van binnen en kon niet begrijpen waar die hebzucht toch vandaan kwam. Ze vroeg zich af van wie ze die trekjes hadden geërfd. Zeker niet van moederskant en gelukkig is zij gezegend met het karakter van haar moeder. Als ze het kastje opent ziet ze dat moeder in de loop van de tijd deze gevuld had met diverse werkjes. Ze bewondert het mooie borduursel en haar ogen vullen zich met tranen. ‘Kom op meid, voor verdriet is op moment geen tijd,’ fluistert ze zichzelf moed in. Ze besluit om moeders spullen in één aparte doos op te bergen zodat ze deze later op haar gemak nog eens kon uitzoeken. Haar blik valt op een bijzonder kistje dat achter in het kastje is opgeborgen. Voorzichtig pakt ze hem op en bewonderd de prachtige ingraveerde sierletters die haar volledig naam bevatten:
Juliette Leonore Nadine
Julie begrijpt er niets van, maar tijd om daarover na te denken heeft ze niet, want op dit moment arriveren de verhuizers en snel stopt ze het kistje bij de overige spullen in de doos.
Ze loopt naar de voordeur om de verhuizers binnen te laten en vraagt ze vriendelijk of ze eerst wat willen drinken.
‘Als u het niet erg vindt, laden we eerst de spullen in die naar u nieuwe woning moeten worden overgebracht.’
‘Dat is goed alles wat voorzien is van een groene sticker wil ik meenemen,’ antwoordt Julie.
‘Prima, komt goed,’ lacht de man haar vriendelijk toe.
Na drie kwartier is alles ingeladen wat zij graag wil meenemen, inclusief de dozen uit het tuinhuis. Voor de mannen schenkt ze koffie in en de gevulde koeken worden met smaak opgegeten.
‘Misschien kunt u nog even rondkijken om te controleren of we inderdaad alles hebben ingeladen,’ vraagt één van de verhuizers vriendelijk.
‘Dat zal ik doen, neem gerust nog wat koffie,’ antwoordt Julie en loopt het huis door om te kijken of de mannen niets over het hoofd hebben gezien. De mannen hadden hun werk keurig gedaan. Dat betekent dat haar taak er hiervoor vandaag erop zit en dat ze naar haar eigen appartement kon gaan om de mannen daar weer op te vangen. Een deel van de verhuizers zullen achterblijven om de overige spullen te verwijderen en aan het eind worden de sleutels, zoals afgesproken, bij de buurman afgegeven. Ze bedankt ze voor zover en dan stapt ze in haar auto om naar haar huis te gaan. Hoe vreemd klinkt dat, haar huis. Gelukkig is het niet zo’n enorme overgang, de ruimte bevindt zich immers boven haar winkeltje. Wat een geluk dat zij indertijd het bovengelegen appartement tegelijkertijd met het winkeltje had gekocht. Eigenlijk was ze dat helemaal niet van plan geweest, maar op aandringen van haar moeder had ze dat toch gedaan. Had moeder toen al geweten dat de andere, na haar dood, erop zouden staan dat het oude huis zou moeten worden verkocht? Gek eigenlijk, moeder en zij spraken vrijwel nooit over de andere.
De gehele verhuizing verloopt soepel en vermoeid stapt Julie aan het eind van de avond in haar bed. Ze valt al snel in slaap. Haar laatste gedachten gaan naar de volgende dag. Dan zou ze de sleutels overhandigen aan de makelaar en voor de laatste keer de deur van haar ouderlijkhuis sluiten.
Zes maanden later
Nog een paar dagen en dan breken de kerstdagen aan. Met gemengde gevoelens kijkt Julie uit naar deze dagen. Deels omdat ze na de drukte van de afgelopen maanden even tot rust wilde komen, maar ze zag ook op tegen de stilte die de kerst met zich mee zou brengen. Het contact met haar broers en zussen was na de verdeling van de erfenis totaal verwaterd. Natuurlijk maakte zij zich daar ook schuldig aan, maar om de één of andere reden had ze er geen behoefte aan om contact met hen te zoeken. Ondanks het gemis van moeder was ze tevreden. Ze was gelukkig in haar werk en over de verkoop van haar producten had ze niet te klagen. Haar omzet was behoorlijk gestegen, maar nu was het even tijd om bij te tanken en ze had besloten om de zaak na de kerst voor twee weken te sluiten. Die tijd had ze even nodig om haar creatieve brein tot rust te laten komen en nieuwe ideeën te laten opbloeien.
Misschien zou ze er even op uittrekken om hier en daar wat bezoekjes te brengen aan museums en galerieën. Ook wilde ze nog even kritisch naar haar eigen producten kijken. Misschien zou ze hier en daar nog wat veranderingen moeten aanbrengen. Door de hectiek was er de afgelopen tijd geen tijd geweest om haar magazijn op te ruimen en ze wilde kijken wat er eventueel zou kunnen worden opgeruimd. Ze zou deze kunnen afprijzen en zo er toch nog wat aan verdienen.
‘Mevrouw…, mevrouw…,’ hoort ze een klein meisje vragen.
Liefdevol gaat ze door haar knieën en vraagt haar wat ze voor haar kan doen.
‘Heb ik genoeg centjes om dit elfje te kunnen kopen,’ vraagt ze zacht en steekt haar handje uit met wat muntjes erin.
‘Even tellen,’ antwoordt Julie, die allang had gezien dat er lang niet genoeg geld op haar handje lag.
‘Wat is ze mooi hè,’ fluistert het meisje.
Julie knikt. ‘Hoe heet je,’ vraagt ze?
‘Elsje.’
‘Wel Elsje, weet je hoe dit elfje heet?’
Het meisje schut met haar hoofd. ‘Nee, maar weet u dat wel?’
‘Ja, ze heet Elvida. Weet je mama of papa dat je hier bent?’
‘Ik heb geen papa, papa is dood. Ik heb alleen een mama en van haar mag ik voor deze centjes iets kopen om in onze kerstboom te hangen. Mijn oma had vroeger ook een elf in haar boom, maar deze is veel mooier.’
Julie ziet dat de ogen van het meisje worden gevuld met tranen. ‘Woon je hier dichtbij?’
‘Ja, ik woon bij de vijver.’
Julie knikt, ze kent het buurtje daar wel. De huisjes zijn klein en het merendeel van de bewoners hebben er niet veel te besteden. ‘Weet je, als jij nu voor jou mama een mooie kerstbal uitzoekt dan kijk ik wat ik voor jou kan doen.’
Verdrietig kijkt het meisje haar aan en haar blik gaat weer naar het elfje. ‘Maar…, maar…’
‘Toe maar,’ antwoordt Julie. ‘Geef mij het elfje maar, dan zal ik er goed opletten dat niemand haar in die tussen tijd koopt.’
Elsje kijkt haar wantrouwend aan, maar besluit toch maar te doen wat haar wordt gevraagd. Al gauw komt ze met een kerstbal terug.
‘Denk je dat jouw mama deze mooi zal vinden,’ vraagt Julie?
‘Vast wel…! Hij is blauw en blauw is de lievelingskleur van mijn moeder. Ik weet zeker dat zij de tekening, die erop staat ook heel mooi zal vinden en de glitters die glinsteren in het licht.’
‘Goed, kom maar. We zullen hem heel mooi inpakken.’
Elsje kijkt Julie aan, want eigenlijk wil ze veel liever dat elfje. Maar die mevrouw heeft gelijk, ze kwam hier om een kerstbal voor mama te kopen. Het elfje is veel te duur.’ Zuchtend kijkt ze toe hoe Julie de bal inpakt en de centjes aanpakt voor de kerstbal. Misschien, denkt ze. Misschien kan ik het hele jaar gaan sparen, zodat ik hem volgend jaar wel kan kopen. Ja, dat zal ik doen, mijmert ze.
‘Je hebt zelfs nog 15 cent over,’ zegt Julie en geeft het meisje haar 15 cent terug. De kerstbal is mooi ingepakt en wordt in een mooi tasje gestopt.
Voordat ze weggaat kijkt ze nog even verlangend naar het elfje, maar dan draait ze zich fier om om naar huis te gaan.
‘Elsje,’ roept Julie haar vragend na?
Het meisje draait zich om en ziet dat Julie haar wenkt. ‘Denk jij dat Elvida het ook fijn zou vinden om met jou mee naar huis te gaan?’
Els kijkt haar verbaast aan. ‘Ik begrijp het niet, dat kunnen we toch niet aan haar vragen?’
‘Nee, dat kan niet. Weet je wat, ik waag het erop. Jij mag haar mee naar huis nemen, maar dan moet je beloven dat je goed voor haar zal zorgen.’
‘Maar dat kan toch niet, ik heb toch geen centjes meer.’
‘Dat weet ik, dit is een kerstgeschenk van mij voor jou. We pakken haar mooi in en ik doe er een briefje voor jouw mama bij. Daarin leg ik uit dat je hem van mij hebt gekregen.’
‘Echt waar?’
‘Ja lieverd, echt waar en als mama het er niet mee eens is dan mag ze rustig even met mij komen praten.’
Het elfje wordt netjes ingepakt en een blij meisje huppelt de winkel uit. Julie kijkt haar na en een melancholisch gevoel komt bij haar boven borrelen.
Kerstmis
Even had Julie getwijfeld of zij een kerstboom in haar woonkamer zou plaatsen, maar uiteindelijk was ze toch maar overstag gegaan en had ze een boom gekocht. Gisteravond was ze druk in de weer geweest om hem op te tuigen. Ze had de oude kerstversiering van de kleine zolder gehaald en nu de boom daar in zijn volle glorie staat is ze blij met haar besluit om toch een boom in huis te halen.
Tijdens het optuigen kwamen de vele herinneringen boven. Herinneringen van blijdschap die er de afgelopen jaren omstreeks deze tijd altijd in haar ouderlijkhuis heerste. Bijna elk ornement dat ze de vorige avond in haar boom hing bracht voor even het verleden terug. Nu zit ze aan de ontbijttafel en kijkt vol trots naar al die dierbare versierselen. De rust van deze ochtend voelde sereen aan en ze had besloten om vandaag te genieten van deze rust. Morgen, ja morgen zou ze er op uit trekken. Ze had in de krant gelezen dat er in Amsterdam in één van de galerieën, oude sieraden tentoon werden gesteld. Misschien zou ze nog wat ideeën kunnen opdoen voor haar eigen werk. Uit de recensies kon ze opmaken dat er interessante voorwerpen waren te zien.
Plotseling gaat de deurbel en Julie kijkt even verbaast naar buiten om te kijken wie haar op deze dag een bezoek zou kunnen brengen. Ze herkent het kleine meisje dat een paar dagen geleden in haar winkel was om voor haar moeder een kerstbal te kopen. Als ze de voordeur opent kijkt de kleine meid haar glimlachend aan.
‘Hallo, vrolijk kerstfeest. Dit is mijn mama en ik heb iets voor u meegebracht,’ groet ze vrolijk.
‘Sorry dat wij u storen op deze dag, maar Elsje en natuurlijk ook ik, willen u even bedanken voor het prachtige cadeau dat u Elsje heeft gegeven,’ zegt de moeder van het meisje.
‘Dat hoeft toch niet. De blijdschap die Elsje toonde was mij al dankbaar genoeg,’ antwoordt Julie.
‘Maar toch wil ik u daar persoonlijk even voor bedanken. Elsje heeft als dank, een kerstkaart voor u gemaakt. Wij wilde deze gisteren al bij u afgeven, maar het was in de winkel telkens zo druk dat wij besloten om deze u vandaag te geven.’
Julie neemt de kaart in ontvangst en kijkt met bewondering naar de kleurrijke kaart die door het meisje is gemaakt. Met het oog op de details ziet ze dat het meisje talent heeft.
‘Hij is prachtig en zo vol fantasie. Wat lief dat je deze speciaal voor mij hebt getekend, willen jullie niet even binnenkomen en een kopje koffie met mij drinken,’ vraagt Julie die ziet dat de vrouw het best moeilijk vindt om haar te storen.
‘Nee dank u, het is u vrije dag. Dat hoeft echt niet. Het was niet onze bedoeling u te storen.’
‘Onzin, dat doet u niet. Mijn werk is ook mijn hobby, dus kom gerust even binnen.’
‘Alleen als u het echt niet erg vindt,’ antwoordt de moeder van Elsje.
‘Dat vind ik niet, kom snel binnen, het is veel te koud om buiten te blijven staan.’
Julie sluit de deur en pakt de jas van Elsje en haar moeder aan en het valt op dat de jas al flink wat jaartjes achter de rug heeft. Ze vraagt zich af of hij nog wel warm genoeg is. Gelukkig is het jasje van Elsje wel zo goed als nieuw en met teddybont gevoerd. Waarschijnlijk cijfert de moeder zich weg om haar kind goed te kleden en te voeden.
Boven in de woonkamer loopt Elsje naar de kerstboom en bewonderd de vele versieringen.
‘Ik zal mij even aan u voorstellen. Jannie de Vreugt is mijn naam.’
‘Ik heet Julie Vermanen. Uw kleine meid is mij inmiddels bekent. Wat kan ik voor u inschenken, thee, koffie of iets verfrissends?’
‘Als u het niet erg vindt wil ik graag een kopje koffie.’
‘Koffie en jij Elsje, wat wil jij. Een kopje heerlijke chocolademelk?’
Elsje kijkt vragend haar moeder aan en als deze haar liefdevol toeknikt antwoordt ze zacht: ‘Chocolademelk.’
‘Neem toch gerust plaats, dan ga ik even naar de keuken om koffie en chocolademelk voor ons in te schenken,’ zegt Julie vriendelijk.
‘Als u wilt kan ik u wel even helpen,’ antwoordt Jannie.
‘Nee hoor, vandaag bent u mijn gast, blijft u gerust zitten.’
Als Julie in de keuken bezig is hoort ze het vrolijke kinderstemmetje druk in gesprek met haar moeder. Opeens voelt ze het gemis van een eigen gezinnetje. Enkele jaren terug had ze gedacht dat die wens snel in vervulling zou kunnen gaan, maar het leven had andere plannen met haar gehad. Kom op meid, kijk om je heen en tel je zegeningen, spoort ze zichzelf in gedachten toe.
Als de koffie en chocolademelk klaar is snijdt ze voor hen een stuk boterletter af en gaat terug naar de huiskamer.
‘Wat heeft u het hier knus ingericht,’ complimenteert Jannie haar.
‘Dank u, maar zullen we elkaar gewoon bij de voornaam aanspreken. Ik heb het gevoel dat wij elkaar wel wat vaker gaan zien in de toekomst.’
‘Lekker chocolademelk met een botterletter. Lekker…,’ roept Elsje en beide vrouwen schieten in de lach.
‘Dank je, ik zou het erg fijn vinden om je te leren kennen. Elsje en ik hebben niet zoveel contacten buiten de deur. Daarom was ik zo verrast met het cadeau dat Elsje van je kreeg en die kerstbal is ook prachtig.’
‘Ik hoorde van Elsje dat zij geen papa meer heeft en wat kon ik anders doen dan haar dat kleine beetje vreugde te doen toekomen. Heus maak het niet groter dan het is.’
‘Toch ben ik je daar erg dankbaar voor en op een dag zal ik je vertellen waarom.’
‘Goed, maar allereerst genieten we van onze koffie.’
De vrouwen voelen elkaar goed aan en voordat ze er erg in hebben is het al laat in de ochtend. Julie vraagt of ze willen blijven lunchen, maar Jannie kijkt haar bezorgt aan en zegt dat zij dat onmogelijk kunnen aannemen.
‘Natuurlijk wel, ik heb genoeg in huis om een weeshuis te voeden. Weet je tegen de kerstdagen krijg ik veel geschenken in de vorm van voedsel of wijn van dankbare klanten en leveranciers. Dat kan ik onmogelijk allemaal in mijn eentje opeten. Als jullie straks naar huis gaan zal ik jullie wat meegeven.’
Jannie kijkt haar verlegen aan en fluistert: ‘Het is echt niet mijn bedoeling om van je te profiteren.’
‘Lieverd dat doe je niet. Heus geloof me maar,’ antwoordt Julie troostend.
‘Mama waarom ben je zo verdrietig,’ vraagt Elsje plots?
‘Lieve schat, mama is niet verdrietig. Integendeel ik ben juist heel erg blij.’
‘Nou dat vind ik maar stom. Als ik blij ben dan lach ik. Grote mensen…, daar snap ik soms echt niets van,’ is het commentaar van de kleine meid en de volwassen schieten in de lach.
Als Jannie en haar dochter om ongeveer drie uur naar huis vertrekken realiseert Julie zich dat deze dag totaal anders verlopen is dan zij zich had voorgesteld. Maar wel in positieve zin, omdat ze twee hele lieve mensen had leren kennen. De rest van de dag maakt ze plannen voor de komende week. Ze besluit om er de komende week op uit te trekken en de eerste week van het nieuwe jaar zou ze besteden aan het opruimen van het magazijn.
De volgende dag neemt ze de trein naar Amsterdam om de galerie te bezichtigen waar ze zulke goede recensies over had gelezen. Omdat het nog vroeg is besluit ze eerst te gaan lunchen en dan naar de galerie te gaan. Ze vindt een gezellige lunchroom en vraagt of ze voor haar een tafeltje bij het raam beschikbaar hebben. De kelner brengt haar naar een tafeltje waar ze uitzicht heeft op één van de grachten. De rondvaartboten maneuvreren behendig langs elkaar heen en Julie geniet van zowel het uitzicht als van de lunch die zij heeft besteld. De tijd vliegt om en tot haar schrik realiseert ze zich dat het al bijna twee uur is. Ze zou hier wel uren kunnen blijven zitten, maar dat is niet waar ze voor gekomen was en met een glimlach staat ze op en betaalt haar rekening. Ze geeft de kelner een compliment voor zowel de heerlijke lunch en de locatie. Ze vraagt hem of hij haar kan vertellen hoe zij bij de galerie kan komen.
Hij legt haar de route uit en het blijkt niet zo heel ver van de lunchroom verwijderd te zijn.
Inmiddels is de zon gaan schijnen en ondanks dat het erg koud is, is het heerlijk buiten. Julie geniet van de wandeling en als ze aankomt ziet ze dat de galerie goed bezocht wordt. Dat ontmoedigt haar geenszins omdat het volgens haar betekent dat het dan inderdaad een gerenommeerde galerie betrof.
Rustig wandelt ze langs de vele vitrines en bewonderd de kostbaarheden. Met meer dan gewone belangstelling observeert ze de oudere sieraden en de ingenieuze zetting waar de edelstenen in zijn verwerkt. Beroepsmatig zou ze best sommige stukken wat nader willen bekijken.
‘Bent u geïnteresseerd in een van deze objecten,’ hoort ze plots een mannenstem vragen?
‘Sorry, ik ben er beroepsmatig in geïnteresseerd, dus niet als koper,’ antwoordt ze.
‘Oh, een hobbyist,’ gapt de man.
Even voelt Julie een boosheid in zich opkomen. Weer zo iemand die haar niet op waarde weet te schatten, gaat het door haar heen. In het verleden had zij al vaker meegemaakt dat ze haar niet serieus namen, maar zodra zij haar werk hadden gezien werd die mening te niet gedaan.
‘Sorry, dat was als grapje bedoeld,’ verontschuldigt de man zich snel.
‘Geeft niet, u bent niet de enige die deze opmerking maakt. In mijn geval ligt deze wat gevoelig.’
‘Nogmaals het spijt me, soms reageer ik te snel. Kan ik u misschien ergens meehelpen of kunt u mij meer vertellen over u werk.’
‘Ik restaureer oude sieraden en doe dat volgens mijn cliënten niet onverdienstelijk. Mocht u ooit bij mij in de buurt zijn kom dan eens vrijblijvend aan.’
Julie overhandigd hem een kaartje en verontschuldigt zich dan omdat ze nog wat andere objecten wil bekijken in de zaal ernaast. Hij pakt haar kaartje aan en doet een stap naar achteren om haar te laten passeren.
Vanaf een afstand observeert Julie de man, die haar danig van haar stuk heeft gebracht. Het lijkt wel alsof zijn donkere indringende ogen op haar netvlies zijn ingebrand en in haar buik voelt ze een onrust. Ze ziet dat hij hier en daar met bezoekers een praatje maakt en zo nu en dan noteert hij iets in zijn iPad. Waarschijnlijk is hij de galeriehouder, gaat het door haar heen. Haar blik valt op een prachtig uitgewerkt collier dat bezet is met kleine smaragden. Ze probeert de zetting te analyseren en vraagt zich af wie de maker van dit collier zou kunnen zijn. Plots merkt ze dat de man, die haar had aangesproken, haar observeert en even weet ze zich geen houding aan te geven.
Na bijna drie uur verlaat ze de galerie en wandelt langs de grachten op weg naar het centraal station. Ze besluit om maar direct naar huis te gaan omdat de vermoeidheid haar enigszins partte is gaan spelen. Thuis maakt ze een kleine maaltijd voor haar klaar en met een glaasje wijn geniet ze nog na van de afgelopen dag.
De week tussen kerst en oud nieuw is snel voorbij en die dagen hadden voor haar best wat langer mogen duren. Ondanks dat ze al haar gewenste bezoekjes had afgelegd, proefde deze naar meer. Ze besluit dan ook om er in de toekomst toch wat vaker op uit te gaan. Even moet ze lachen, omdat ze zich er bewust van is dat dit een voornemen is die waarschijnlijk alweer snel vergeten zou zijn. Vandaag is het oudejaarsdag en ze had met Jannie en haar dochtertje afgesproken dat zij de avond bij haar zouden doorbrengen. Jannie had nog getwijfeld, maar Julie had haar kunnen overhalen. Inmiddels begreep ze de terughoudendheid van Jannie, maar ze had haar verzekerd dat zij en haar dochter meer dan welkom waren. Daar had ze geen letter van gelogen, omdat zij moeder en dochter graag mocht. Julie voelde altijd goed aan bij wie ze op haar gemak kon zijn en het voelde goed als Jannie en haar dochtertje bij haar waren.
De oude pan die jaarlijks wordt gebruikt om de oliebollen in te bakken staat al klaar voor gebruik en ze vult hem met zonnebloemolie. De emmer met het oliebollenmeel staat te rijzen en over een uurtje zou ze kunnen gaan bakken. Het voelde vreemd aan om deze jaarlijkse traditie zonder haar moeder te moeten doorstaan. De afgelopen dagen had ze geen moment aan het verlies gedacht, maar nu voelde ze het gemis van haar moeder weer even opdoemen. Vorig jaar hadden ze tijdens het bakken samen in de keuken gestaan en plannen gemaakt voor het komende jaar. Julie had heus wel geweten dat niet alle plannen zouden kunnen worden waargemaakt, maar gek genoeg hadden ze er samen toch enkele van kunnen doen uitvoeren. Moeder wilde nog heel graag enkele plekjes bezoeken die voor haar een speciale betekenis hadden gehad. Plaatsen waar zij goede herinneringen aan had en als Julie dan vroeg waarom deze zo speciaal voor haar waren, had moeder niet altijd antwoord op haar vraag gegeven. Soms leek het wel alsof er dan een boek dicht ging. Een boek dat niet geopend mocht worden of te pijnlijk voor haar was, maar als ze op de bewuste plek was dan straalde ze.
Plots gaat de deurbel en als ze de deur opent lacht Elsje haar vrolijk toe. ‘Tante Julie, ik mag van mama alvast naar u toe, maar als het u niet uitkomt, moet ik weer naar huis.’
‘Wel nee lieverd, kom maar binnen. Gezellig, ik wil net oliebollen gaan bakken.’
‘Bakt u oliebollen? Die koop je toch gewoon bij de bakker!’
‘Nee hoor, ik niet. Mijn moeder en ik bakten ze elk jaar zelf en vandaag doe ik dat met jou.’
‘Oh…, komt u moeder ook?’
‘Nee, mijn moeder is net als jouw papa overleden.’
‘Oh…, maar dan vieren ze vast samen oud en nieuw,’ antwoordt Elsje.
‘Dat denk ik ook. Kom trek je jasje uit dan gaan we naar de keuken en kan jij mij helpen.’
Einde van deel 1
