Tussen verleden en toekomst
Deel 9
Een nieuwe liefde
De maanden waren voorbijgevlogen. Maanden waarin Julie heen en weer werd geslingerd tussen hoop en vrees. Ferdy had zich snel aangepast in zijn huidige functie en het bedrijf had hem een definitieve functie aangeboden in één van zijn vestigingen in New York. Hij voelde zich in New York als een vis in het water. In het begin hadden ze bijna dagelijks contact, maar naar mate de tijd verstreek verwaterde dat. Afgelopen maanden hadden ze elkaar twee keer bezocht. Begin mei was Julie naar New York gevlogen om twee weken bij hem te zijn. Hij had zijn agenda enigszins aangepast zodat ze zoveel mogelijk samen zouden zijn. Die uren waren fijn, maar toch voelde Julie dat er een verwijdering was ontstaan. Het leven daar was totaal anders dan hetgeen hij thuis leefde en hij genoot ervan. Met gemengde gevoelens was Julie na die twee weken weer naar huis vertrokken, maar wel met zijn belofte dat hij in augustus naar Nederland zou komen om vakantie te vieren en de banden weer aan te halen. Drie weken zou hij komen, maar uiteindelijk werden het maar tien dagen. Twee dagen voordat hij weer zou vertrekken vertelde hij haar dat hij de functie, die hem was aangeboden, zou aannemen. Stil had ze hem aangekeken en hem gezegd dat hij moest doen wat voor hem goed voelde.
‘Ik heb de functie aangenomen, maar ik moet je nog iets vertellen,’ had hij gefluisterd. ‘Ik heb iemand ontmoet, waar ik verliefd op ben geworden. We hebben het heel fijn samen en zijn van plan om eind oktober in het huwelijk te treden.’
‘Ik begrijp het,’ had Julie geantwoord. ‘Ik wens je heel veel geluk.’ Niet meer in staat om nog verder naar zijn uitleg te luisteren was ze opgestaan en met de hond een flinke wandeling gaan maken.
Twee dagen later was hij vertrokken en had ze hem nogmaals gezegd dat ze het begreep.
‘Het spijt me, dat het zo gelopen is,’ had hij haar schuldbewust toegefluisterd.
‘Soms gaan gevoelens een andere wending nemen en in ons hart wisten we dat die mogelijkheid erin zat. Voel je daar niet schuldig over, als ik met je mee was gegaan dan had dit misschien niet gebeurt, maar hadden we elkaar misschien ook kwijtgeraakt.’
Hij had haar in zijn armen genomen en gefluisterd: ‘Jij verdient een veel betere man dan ik dat ben.’
Toen had hij haar losgelaten en was vertrokken. De uitnodiging die zij had gekregen om het huwelijk bij te wonen had ze vriendelijk afgeslagen. Andreas had nog geprobeerd om haar over te halen om met hem en de kinderen mee te gaan, maar dat had ze niet kunnen opbrengen.
‘Laat me dan in ieder geval Elsje meenemen. Je kan het niet maken om haar van Ferdy weg te houden. Ondanks alles houdt hij van de kleine, en zij van hem.’
‘Heeft hij je gevraagd om dit met mij te bespreken?’
‘Ja…, maar ik ben het volledig met hem eens. Als ze meegaat is ze in goede handen, daar hoef je je geen zorgen om te maken.’
‘Dat doe ik niet, ik vind het goed dat ze met jullie meegaat.’
‘Fijn, ik zal morgen gaan zorgen dat alles voor het vertrek wordt geregeld. Het enige wat jij dan nog hoeft te doen is je handtekening te zetten onder de benodigde documenten.
Een week voor de bruiloft vertrokken Andreas, Julian en de kinderen naar New York. Voor Elsje was het de eerste keer dat ze met het vliegtuig zou reizen en dat was voor haar al een hele belevenis.
Julie had haar uitgelegd dat Ferdy een andere vrouw had ontmoet en met haar wilde trouwen.
‘Maar wij dan,’ had ze verdrietig gevraagd?
‘Ferdy en ik blijven voortaan gewoon goede vrienden, maar houden nu anders van elkaar dan voorheen. Maar van jou houdt hij nog net zoveel als altijd en hij wil heel graag dat jij aanwezig bent op zijn bruiloft, samen met opa, oom Andreas, Andy en Nicky.’
‘En jij dan?’
‘Ik blijf liever thuis, maar dat wil niet zeggen dat ik boos of verdrietig ben, echt niet.’
Ze had haar kleine armpjes om haar heen geslagen en was dicht tegen haar aangekropen. ‘Ik vind het heel leuk om naar Ferdy te gaan, maar ik zal je wel missen.’
‘Ik jou ook, maar je gaat zoveel moois zien en je hebt Andy en Nicky die, net als jij, ook nog nooit in New York zijn geweest. Spannend toch?’
‘Ja…, heel spannend,’ had ze opgewekt geantwoord.
Tijdens de afwezigheid van de familie had Julie afgesproken met oude vrienden die opzoek waren naar een huis en een atelier. Ze hadden haar geschreven met de vraag of het mogelijk was dat zij haar woning misschien aan hen wilde verhuren. Julie had er goed over nagedacht en was tot de conclusie gekomen dat de tijd rijp was om haar oude woning en het atelier te verkopen. Dat had ze hun geschreven en ze hadden een afspraak gemaakt om de woning te bezichtigen en eventueel een bod uit te brengen.
Vandaag was ze dus op weg om waarschijnlijk een belangrijke stap in haar leven te zetten. Ze had er goed over nagedacht en vond dat het geen zin had om de woning leeg te laten staan. Ze was er zeker van dat haar vrienden er net zo gelukkig mee zouden zijn als zij dat in het verleden was geweest.
Als ze haar oude straat inrijdt ziet ze Herman en Loes al bij haar voor de deur staan. Even moet ze glimlachen omdat ze zo keurig voor de deur stonden te wachten. Ze waren immers in het bezit van de sleutel van het huis. Hoe vaak hadden zij haar tijdens de ziekte van haar moeder niet uit de brand geholpen. En in het atelier hadden ze samen vele kunstwerken gecreëerd. Ze waren in een totaal andere richting werkzaam dan zij, maar de voorwerpen waren stuk voor stuk prachtig en haar vrienden hadden een grote klantenkring.
Ze werd hartelijk begroet en Loes had zelfs aan iets lekkers voor de koffie gedacht. Aan het postuur van Loes te zien, was ze kind aan huis bij de bakker. Bij haar stond koffie en gezelligheid op nummer één.
‘Kom binnen, dan zal ik voor de koffie zorgen,’ zegt Julie opgewekt. ‘Waarom zijn jullie nog niet naar binnen gegaan?’
‘Ja, dat zei ik ook al tegen Loes, maar die vond dat we buiten op jou moesten wachten.’
Julie loopt voorop de trap op en laat haar vrienden plaatsnemen in de huiskamer terwijl zij voor de koffie gaat zorgen. Tijdens de koffie krijgt ze alle roddels uit hun gezamenlijke vriendenkring te horen. En dan gaat plots de deurbel. ‘Wie zou dat kunnen zijn,’ vraagt Julie zich hardop af.
‘Dat is Frank. We hebben hem verteld dat we waarschijnlijk jouw pand wilde kopen en toen stelde hij voor om ook hiernaartoe te komen, voor het geval wij ervan af zouden zien.’
‘Betekent dat dat ik nu plots twee eventuele kopers heb?’
‘Ja, daar ziet het wel naar uit,’ antwoordt Herman. ‘Hopelijk gaat hij niet overbieden.’
‘Om onze vriendschap er niet onder te laten leiden kunnen we afspreken dat we de verkoop het beste via de officiële kanalen kunnen laten lopen.’
‘Daar ben ik het volledig mee eens,’ antwoordt Herman.
‘Ik zal hem even binnenlaten.’ Julie opent de deur en wordt hartelijk omhooggetild en geknuffeld. Typisch Frank, gaat het door Julie heen. ‘Wat een verrassing Frank,’ begroet ze hem.
‘Ik geloof er niets van dat Herman en Loes mijn komst niet hebben aangekondigd.’
‘Niet voordat je aanbelde. We hadden het veel te druk met roddelen. Hoe gaat het met je?’
‘Prima en met jou?
‘Goed, dank je. Kom verder dan krijg je een kop koffie.’
‘Koffie…, lekker!’
De sfeer tussen de vrienden is goed en aan het eind van de dag wordt er besloten om met zijn vieren uit eten te gaan zodat ze nog wat langer met elkaar kunnen kletsen.
Loes weet een gezellig restaurant in de buurt, die uitstekende maaltijden voorschotelt en waar de prijs betaalbaar is. Julie moet even glimlachen omdat ze weet dat het stel totaal niet meer op de centen hoeft te letten, maar kennelijk maken ze er een sport van om de kosten zo beperkt mogelijk te houden.
Tegen tienen besluiten de vrienden afscheid van elkaar te nemen en de volgende dag ieder een makelaar in te schakelen, want intussen is het wel duidelijk dat Herman en Loes de koop door willen laten gaan. Frank is de lachende verliezer, maar heeft wel een deal met de twee kunnen maken dat hij gebruik mag maken van het atelier. Herman en Loes nemen afscheid van Julie en Frank en vertrekken naar huis.
Frank vraagt Julie of ze nog wat wil drinken, maar zegt dat ook zij nu veel liever naar huis gaat.
‘Als je wilt kunnen we nog wat bij mij thuis, ten minste zolang het mijn huis nog is, wat drinken.’
‘Dat sla ik niet af, kom laten we dan maar vertrekken,’ antwoordt Frank.
Als ze bij haar woning aankomen kijkt ze bedenkelijk naar het pand en een weemoedig gevoel borrelt boven. Wat liggen hier veel herinneringen, gaat het door haar heen.
‘Ga je twijfelen,’ vraagt Frank?
‘Nee, ik realiseer me dat hier veel herinneringen liggen. Mooie, maar ook verdrietige. Maar het is tijd om knopen door te hakken. En daarbij komt…, ik ben zo blij dat ik mijn vrienden kan helpen en ik weet zeker dat zij er dankbaar gebruik van maken.’
‘Vergeet niet dat ik de lachende derde ben,’ gapt Frank.
‘Ja, dat klopt. Je hebt het weer mooi voor elkaar. Dat deed je ook al als je tijdens onze opleiding een opdracht moest vervullen. Heel slim van je.’
‘Ach…, weet je. Ik kan gaan overbieden, maar ik ben bang dat ik daarmee drie goede vrienden ga verliezen.’
‘Je hebt gelijk, kom laten we naar binnen gaan. Ik heb vast ergens nog een flesje wijn liggen.’
Die avond gaan er niet één maar twee flessen wijn doorheen en kletsen ze tot in de kleine uurtjes door. Julie staat erop dat Frank die nacht bij haar blijft slapen. ‘Na al die wijn kan je echt niet meer de straat op, je kunt gerust hier blijven.’
‘Ben je niet bang voor roddels,’ vraagt Frank lachend?
‘Ach…, dat overleven we wel, toch?’
‘Dat denk ik wel.’
De volgende ochtend hoort Julie Frank in de keuken bezig en de geur van koffie komt haar tegemoet.
‘Wel slaapkop, ben je nog van plan om op te staan,’ hoort ze hem roepen.
Glimlachend staat ze op en trekt haar ochtendjas aan en loopt naar de huiskamer waar de tafel al gedekt is.
‘Goedemorgen,’ zegt ze verrast. ‘Wat een luxe, jij mag vaker blijven slapen.’
‘Daar hou ik je aan,’ antwoordt Frank. ‘Kom ga zitten, wat wil je, koffie of jus?’
‘Beide graag, ben je zo vroeg al naar de supermarkt geweest?’
‘Ja, maar dat doe ik dagelijks. Ik verwen mezelf graag en daarbij komt dat jij geen krant meer krijgt op dit adres. En het nieuws via mijn mobiel te moeten lezen vind ik maar niets.’
‘Je hoort mij niet klagen,’ antwoordt Julie.
Frank slaat haar onopvallend gade en dan vraagt hij haar plots: ‘Julie ben je gelukkig?’
Jullie kijkt hem vragend aan. ‘Waarom vraag je dat Frank?’
‘Ik vroeg het me af. Ik weet wel dat je het fijn vindt dat je je biologische vader hebt gevonden en dat je Elsje hebt kunnen adopteren, maar toch… is dit wat je wenste van het leven?’
‘Natuurlijk had ik mijn leven anders voorgesteld, maar ik ben wel gelukkig met de mensen die in mijn leven zijn gekomen. Ik ben nu gelukkiger met mijn familie dan ik vroeger was, maar dat wil niet zeggen dat ik mijn vader en moeder niet mis.’
‘En de liefde,’ vraagt Frank voorzichtig?
‘Ja, in de liefde wil het niet echt vlotten. Soms vraag ik me af wat ik daarin verkeerd doe?’
‘Of je bent toch nog niet degene tegengekomen waar je de rest van je leven mee wil delen. Het kan ook zo zijn dat je misschien wat assertiever moet zijn om de man waarvan je houdt te behouden.’
‘Je bedoelt dat ik meer had moeten vechten voor de liefde?’
‘Voor de liefde moet je altijd vechten, die moet je niet als vanzelfsprekend beschouwen.’
‘Had ik mee moeten gaan naar New York, Is dat wat je me wil vertellen?’
‘Daar kan jij alleen over oordelen, maar ik denk zelf dat jullie te verschillend waren. Ferdy is een fantastische vent, maar totaal het tegenovergestelde dan jij. En toch kan ik begrijpen waarom jullie voor elkaar gevallen zijn, maar of dat een leven lang stand had gehouden weet ik niet. Mis je hem?’
‘Ik mis wat we hadden en ja je hebt gelijk, we zijn totaal verschillend. De afgelopen maanden heeft niemand op deze manier tegen mij gesproken. Ik vind het fijn dat jij dit wel doet.’
‘Ik doe dat omdat ik van je hou en ik voel dat je eenzaam bent.’
‘Eenzaam, ben ik dat?’
‘Ja Julie, dat ben je. Vergeet niet dat je ook eenzaam kan zijn als je veel mensen om je heen hebt.’
Zwijgend ontbijten ze verder, ieder verdiept in zijn eigen gedachten.
‘Ik help je nog even met het opruimen en daarna moet ik helaas vertrekken. Ik heb om half elf een afspraak en wil me eerst nog even verkleden,’ zegt Frank.
‘Je hoeft je niet verplicht te voelen om mij te helpen hoor,’ antwoordt Julie.
‘Lieverd heb je niet naar me geluisterd. Assertiever en wat egoïstischer voor jezelf worden,’ lacht hij haar toe.
‘Sorry, je hebt gelijk.’
Samen ruimen ze de boel aan kant en dan neemt Frank afscheid van haar, maar niet voordat ze een nieuwe datum hebben gepland om elkaar te zien. Hij knuffelt haar even en fluistert: ‘Denk aan wat ik je heb gezegd.’ Ze loopt met hem mee naar beneden en zwaait hem uit. Assertiever en egoïstischer, hoe doe ik dat, gaat het door haar heen en ze kijkt uit naar hun volgende afspraak.
Vaarwel oude woning
‘Tante Julie… tante Julie, schreeuwen drie kinderen haar tegemoet. Julie spreidt haar armen en omhelst het drietal. ‘We hebben je gemist,’ zegt Andy zacht en ze woelt door zijn donkere haren, waarbij haar ogen die van Andreas zoeken. ‘Ook je vader en ik hebben je gemist,’ begroet hij haar. ‘Hoe is het hier?’
‘Goed, hoe was het feest?’
Bedenkelijk kijkt Andreas haar aan en vraagt: ‘Wil je dat echt weten?’
Julie haalt haar schouders op en beseft tegelijkertijd dat het haar interesseert, maar niet uit jaloezie of verdriet om Ferdy. ‘Ja, waarom niet,’ antwoordt ze.
‘Het was een prachtig feest met veel pracht en praal. De kinderen vonden het geweldig, voor je vader en ik had het iets rustiger gekund, maar ja in Amerika gebeurt alles in het groot.’
‘Jullie zijn gelukkig weer veilig thuis,’ glimlacht Julie.
Onderweg kletsen de kinderen honderduit over hetgeen ze in New York hebben beleefd en Julie begrijpt dat dit de komende dagen nog wel even door zal gaan. Andreas die had aangeboden te rijden kijkt haar af en toe via de achteruitkijkspiegel even aan. Verlegen slaat ze dan haar ogen neer en moet daarbij aan de woorden van Frank denken. ‘Wordt wat assertiever en egoïstischer.’
Thuis rennen de kinderen direct met de hond de tuin in. Blijkbaar willen ze hun energie die ze tijdens de vlieguren niet kwijt konden hiermee compenseren. Julie had wat hapjes voorbereid en zorgt nu voor koffie en een verfrissing voor de kinderen.
‘Pa, wilt u koffie of iets sterkers,’ vraagt ze haar vader die opvallend stil in zijn stoel zit.
‘Ik zou best een glas cognac lusten en heb je misschien een broodje voor mij. Ik heb best honger, dat eten in dat vliegtuig vond ik maar niets.’
Julie schenkt hem een glas cognac in en maakt een broodje voor hem klaar. ‘Alsjeblieft, je bent moe hè.’
‘Ja kind, het was best vermoeiend. Ik begrijp nu heel goed waarom jij het daar niet zou kunnen bolwerken.’
‘Je bent weer thuis, misschien moet je zo dadelijk even gaan liggen, al is het maar voor een uurtje. Een Power napje.’
‘Je hebt gelijk kind, dat ga ik doen.’
Andreas en Julie drinken samen wat koffie en de kinderen rennen af en aan om iets te drinken en te eten.
‘Heb jij ons eigenlijk gemist,’ vraagt Andreas plots.
‘Als kiespijn,’ is haar antwoordt waarop Andreas haar verbaast aankijkt.
‘Meen je dat?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik heb jullie gemist, maar ik ben ook heel druk geweest met de verkoop van mijn huis en heb mijn oude vrienden opgezocht.’
‘Sorry, soms wil ik nog wel eens vergeten dat ook jij een eigen leven hebt. Ten minste buiten dit hier om je heen dan’
‘Ja, het was fijn om mijn vrienden weer eens te zien. Zal ik je even helpen met het uitpakken van de koffers.’
‘Nee…, dat lukt mij wel. Ik denk dat het beter is dat je naar je vader gaat, die man is doodop. Die koffers pak ik wel uit. Het meeste is wasgoed en misschien kan je me later even helpen met het sorteren ervan, zodat alles straks niet met een andere kleur uit de wasmachine komt.’
‘Goed, ik ga naar pa en zie je weer bij het avond eten, dat we straks alleen maar hoeven op te warmen.’
Als ze thuiskomt merkt ze dat haar vader haar raad heeft opgevolgd en inderdaad even een uurtje op zijn bed is gaan liggen. Dat geeft haar intussen de tijd om de koffer van Elsje uit te pakken. Die van haar vader laat ze nog even staan omdat zij er niet zeker van is of hij het fijn vindt dat zij dat doet of dat hij dat misschien liever zelf doet. Het merendeel van de kleding uit de koffer van Elsje is inderdaad wasgoed. Er zijn enkele hebbedingentjes die ze blijkbaar heeft meegekregen en die legt ze apart.
‘Mam…,’ hoort ze plots achter zich. ‘Mam…’
‘Ja lieverd, wat is er?’
Elsje vliegt in haar armen en barst in tranen uit. ‘Maar schat, wat is dit nou?’
‘Ik ben zo blij dat ik weer thuis ben,’ snikt ze. ‘Ik heb je zo gemist en was een beetje bang dat je me niet meer…’
‘Dat ik niet meer…, wat lieverd?’
‘Dat je me niet meer wilde.’
‘Ach schat, hoe kom je daar nou bij. Je bent veel te belangrijk voor me.’
‘Echt waar…?’
‘Echt waar schat, ik hou veel te veel van jou. Zo lang ik leef zal ik er voor je zijn, echt waar. Hoe kom je daar toch bij?’
‘Ik weet het niet, ik was ineens een beetje bang. Ferdy is toch ook ineens weggegaan en weet je wat ik vind die nieuwe vrouw helemaal niet aardig. Ferdy hoort bij ons.’
‘Ach lieverd, weet je soms gaan de dingen nu eenmaal zo. Misschien komt er ooit een nieuwe man die net als Ferdy veel van ons houdt.’
‘Maar jij dan, hij heeft jou toch in de steek gelaten.’
‘Dat kan je ook heel anders zien. Hij heeft mij niet in de steek gelaten omdat hij niet genoeg van mij houdt, maar omdat hij vindt dat hij beter bij die ander past. Dus zouden wij op den duur echt niet meer gelukkig zijn met elkaar. Eigenlijk is het goed van hem dat hij voor haar heeft gekozen.’
‘Waarom…?’
‘Omdat we anders elkaar zouden gaan haten en uiteindelijk diepongelukkig zouden worden en nu blijven we gewoon vrienden.’
‘Oom Ferdy heeft mij een brief voor jou meegegeven. Hij zit in mijn koffer.’
‘Maar die heb ik net uitgepakt.’
‘Hij zit in het vakje onder in mijn koffer. Kijk maar…’
Ze rits de koffer weer open en opent het bewuste vakje. ‘Kijk hier is hij,’ roept ze en zwaait ermee in de lucht. Julie neemt hem van haar aan en legt hem op het tafeltje.
‘Ga je hem niet lezen,’ vraagt Elsje verbaast?
‘Straks lieverd, straks.’
‘Oké, ik ga weer buiten spelen. Dag mam,’ roept ze en kust Julie.
‘Dat was een heel pleidooi, je moet advocaat worden,’ hoort ze haar vader zeggen.
‘Ja, en weet je pa. Elk woord was nog gemeend ook. Ben je een beetje uitgerust?’
‘Laat ik zeggen, je had gelijk. Dat Power napje heeft inderdaad geholpen. Over een paar dagen ben ik er overheen en ben ik weer de oude. Gaat het goed met jou?’
‘Wat heeft iedereen, waar komt die bezorgdheid over mijn persoontje zo opeens vandaan?’
‘Dat komt omdat we je reuze hebben gemist en ons hebben gerealiseerd dat je elke dag onvoorwaardelijk voor ons klaar staat.’
‘Pa, ik sta op het punt om mijn huis te verkopen. Ik heb de knoop doorgehakt. Vrienden van mij waren opzoek naar een woon- werkruimte en toen dacht ik waarom niet.’
‘Sta je er echt achter?’
‘Ja, voor de volle 100%. Overmorgen tekenen we de overdracht en dan moet ik nog wat persoonlijke spullen uit het huis halen.’
‘En Elsje, weet zij het al?’
‘Nee, ik vertel het haar vanavond en overmorgen neem ik haar mee zodat zij haar spullen kan inpakken. Ik verwacht niet dat ze er veel moeite mee heeft. De laatste keer wilde ze zo snel mogelijk naar huis. Het enige misschien wat emoties bij haar los zou kunnen maken is dat ze verder weg van het kerkhof woont, dan eerst. Maar als ik haar belooft dat we op belangrijke dagen samen naar het graf van haar moeder kunnen gaan, komt dat wel goed.’
Julian loopt naar haar toe en neemt haar in zijn armen. ‘Jouw moeder heeft een fantastische dochter grootgebracht.’
‘Misschien is dat deels omdat ik jou genen hebt, ten slotte was Bella ook een fantastische dochter en die is grootgebracht door jou en je vrouw.’
‘Hoe was het om je vrienden weer te zien?’
‘Dat was fijn, ik ben weer helemaal opgenomen in de kring en ben weer van alle roddels op de hoogte.’
‘Fijn, beloof me dat je je niet meer zo laat opsluiten. Dat zit je creativiteit ook in de weg. Je hebt het nodig om te brainstormen.’
‘Ik beloof het, pa,’ antwoordt ze hem glimlachend en opnieuw hoort ze Frank zeggen: ‘Assertiever en egoïstischer.’
Twee dagen later wordt de overdracht door beide partijen getekend en daarna verhuizen Julie en Elsje de persoonlijke spullen, die zij willen behouden. Frank had een bus geregeld en helpt hen met het vervoeren van hun kostbare spulletjes naar het huis dat nu definitief hun huis wordt.
Zoals Julie al had verwacht had Elsje het er totaal niet moeilijk mee dat zij haar oude huis had verkocht. En toen ze vernam dat Herman en Loes de nieuwe bewoners zouden worden had zij heel vrolijk geroepen dat zij dan zo nu en dan wel bij hen zou komen logeren. Daar hadden Herman en Loes enthousiast op geantwoord dat ze zich daarop verheugde.
Tussen de dierbare spullen die Julie verhuisde bevond zich ook de schommelstoel van haar moeder. Ze had haar vader gevraagd of hij er bezwaar tegen had dat zij hem een plekje in hun atelier zou geven.
‘Als die stoel voor jou zo belangrijk is, kan ik daar onmogelijk bezwaar tegen maken. Doe maar kind,’ had hij haar geantwoord.
Er was nog één stuk dat ze heel graag met hem wilde delen en daar wachtte ze nog even mee totdat ze één dezer dagen in de avonduren samen bij het haardvuur zouden zitten.
De voorraden die nog aanwezig waren in haar winkeltje konden op aandringen van Herman en Loes gewoon blijven staan voor de verkoop.
Elsje had ook zo haar spullen, die ooit aan haar moeder toebehoorde en die ze voor later wilde bewaren. Op zolder hadden zij een grote lege dekenkist gevonden waarin ze deze op kon bergen. Frank en zij konden het goed met elkaar vinden en de gehele dag waren ze samen in de weer. Julie moest glimlachen om dat ze maar al te goed in de gaten had hoe die kleine meid hem moeiteloos om haar kleine vingertje wond.
Terwijl Frank en Elsje haar kostbare bezittingen naar de zolder verhuizen komen Andreas en de jongens een kijkje nemen en vragen of ze ergens mee kunnen helpen.
‘Nee hoor,’ is het antwoordt van Elsje. ‘Frank en ik kunnen het heel goed samen af.’
Andreas kijkt Julie verbaast aan en zij op haar beurt, haalt vrolijk haar schouders op. ‘Je hoort het, ze kunnen het samen wel af. Kan ik voor jullie iets te drinken in schenken?’
‘Nee, dank je. Ik zie dat je het druk genoeg hebt. Kom jongens, we gaan ervandoor,’ mompelt Andreas.
Samen loopt hij met de jongens terug naar zijn eigen woning, maar voordat hij het huis binnen gaat werpt hij nog éénmaal een blik naar de overkant waar Julie, Frank en Elsje weer druk bezig zijn met het uitladen. Julie vangt zijn blik op en voelt een zekere onrust in zich opkomen.
Moe…, maar voldaan ploft Julie op de bank. Een half uur geleden had ze Elsje naar haar bed gebracht en ze was van vermoeidheid vrijwel direct in slaap gevallen. Tien minuten geleden was ook Frank naar zijn huis vertrokken en haar vader had zijn wekelijkse schaakafspraak. Plots valt haar blik op de ongeopende envelop, die Elsje van Ferdy had meegekregen. Ze pakt hem op en staart ernaar. Heeft het zin om hem te openen, gaat het door haar heen. Met een zucht legt ze hem weer op de tafel. Niet wetende of ze hem nu wel of niet wil lezen en daar misschien oude wonden mee zou openen. Wonden die aan het genezen zijn, wil ik weten wat hij mij te vertellen heeft?
Ze pakt de afstandsbediening en zapt van het ene naar het andere kanaal, zonder werkelijk te zien waar ze naar kijkt.
‘Te veel kanalen,’ hoort ze haar vader vragen?
‘Ik denk eerder een automatisme, ik was meer in gedachten dan dat ik naar het toestel keek, maar wat ben je snel terug.’
‘Ja, mijn schaakmaat blijkt griep te hebben. Hebt je voor alles een plekje kunnen vinden?’
‘Ja, we hebben alles geregeld. Frank heeft ons enorm geholpen.’
‘Ja, dat hoorde ik,’ antwoordt haar vader glimlachend.
‘Oh…, van wie?’
‘Andreas…’
‘Oh…, ja hij deed een beetje vreemd vanmiddag, maar misschien heb ik me dat wel verbeeld.’
‘Ja…, dat kan. Ik kwam je even welterusten wensen. Ik denk dat ik mijn bed maar eens ga opzoeken.’
‘Welterusten pa…’
Hij loopt naar haar toe en geeft haar een kus op haar voorhoofd. ‘Welterusten kind en lees die brief, die daar al dagen op de tafel ligt.’
Haar blik gaat van haar vader naar de brief op de tafel. Vertwijfelt kijkt ze hem aan en dan glimlacht hij naar haar.
‘Als je niet weet wat hij te melden heeft, blijf je met twijfels zitten. Het kan maar duidelijk zijn, toch?’
‘Ja pa.’
‘Goed, nogmaals welterusten.’
Als hij de kamer uit is neemt ze de brief weer van het tafeltje en scheurt hem open.
Haar blik glijdt over de in handschrift geschreven brief.
Dear Juliette,
Op het moment dat jij dit leest ben ik een getrouwd man. Niet jouw man, zoals we dat gepland hadden, maar de man van een ander. Ik schrijf je deze brief omdat ik hoop dat ik mijn gevoel hierin beter kan verworden dan in een mail, app of een telefoongesprek, wat vandaag de dag gebruikelijker is.
Allereerst wil ik je danken voor het feit dat onze kleine aanwezig mocht zijn op mijn trouwdag. Ik schrijf onze, omdat ik haar zo ook beschouw als van ons. Ik weet dat ik je pijn heb gedaan, ook al zeg jij honderd keer dat je me begrijpt. Soms benijd ik Andreas om zijn karaktereigenschappen, die zo totaal anders zijn dan die van mij. Ik weet dat ook hij met passie zijn werk doet, maar op een humanere wijze dan ik. Waarschijnlijk zal het ook een onderdeel van mijn vak zijn, want zonder die competitieve houding, kan ik deze functie niet in stand houden. Te veel concurrentie en daarnaast geniet ik van de macht en aandacht die dit vak met zich meebrengt. En dat Julie, dat zijn eigenschappen die tussen ons in zijn komen te staan. Waarom, omdat die ongetwijfeld in mijn privéleven een rol zullen gaan spelen en daar ben jij te gevoelig, te empathisch voor. De eerste maanden dat ik in New York verbleef begreep ik totaal niet waarom je hier niet wilde zijn. Pas nadat je mij in mei had bezocht zag ik dat je de juiste keuze voor jezelf had gemaakt, ook al twijfelde, en misschien doe je dat nog steeds, er zelf aan.
Ik heb mijn draai gevonden hier en kan in mijn vak groeien. Samen met de vrouw die ik nu gekozen heb en die dezelfde karaktereigenschappen bezit. Toch lieveling hou ik nog altijd van je en dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Ik weet zeker dat er op een dag, ook voor jou een zielsverwant op je pad komt en weet je misschien bevindt hij zich al lang op je pad, maar weet je dat zelf nog niet.
Beloof me dat als het geluk je aankomt waaien, pak deze dan met beide handen aan en laat niet meer los.
Ik hou van jullie,
Liefs Ferdy
Stil en verslagen kijkt ze naar de brief waarin hij haar probeert uitteleggen wat er in hem omging en waarom hij had gekozen om deze weg in te slaan. Was dit een andere man dan degene die zij ooit had leren kennen. Kon iemand zo veranderen, zonder dat men er erg in had? Toen ze hem leerde kennen was hij als advocaat werkzaam in een geheel andere richting. Een richting waarin zij had gedacht dat hij daar gelukkig mee was. Maar toen had men op de zaak besloten dat hij op financieel gebied veel meer voor hen zou kunnen betekenen en daar was hij in meegegaan, maar ten koste van wat?
Nergens kon ze uit de brief opmaken dat hij gelukkig was en blijkbaar deed het dat met je als je succes had. ‘Lieverd, ik hoop dat je vindt wat je zoek,’ fluistert ze.
Zijn brief vouwt ze weer zorgvuldig in de envelop en neemt hem mee naar boven waar ze hem in een doos stopt. Ze besluit nog even met de hond naar buiten te gaan en daarna voor het slapen gaan nog even een bad te nemen.
Einde deel 9
