Cara V en Willem VIII

Ook in luisterverhaal te beluisteren

Boer Syl uit Friesland kocht op een dag twee prachtige Zwitserse roodbonte koeien. Voor dat doel was hij speciaal afgereisd naar de Zwitserse alpen waar hij inderdaad twee mooie exemplaren wist te bemachtigen. Hij noemde ze Clara 5 en Willem 8, maar wij noemen ze gewoon Clara en Willem. Nadat alle papieren in orde waren en de koeien gezond waren verklaard, konden ze op transport.

Het transport vonden Clara en Willem niet zo fijn en ze hoopte maar dat zij het bij de nieuwe boer net zo goed zouden krijgen als bij de oude in Zwitserland.

 

De reis duurde in totaal 3 dagen. Dagen waarin Clara en Willem, ondanks het vervelende vervoer, goed verzorgd werden. Bij aankomst op hun nieuwe boerderij worden ze begroet door een koor van geloei. In de wei staan tientallen koeien hen aan te staren. Clara en Willem worden er een beetje verlegen en nerveus van. Nieuwsgierig kijken ze in het rond en begrijpen er niets van.

‘Ik zie geen heuvels of bergen. Alles is hier vlak en wat een hoop koeien,’ fluistert Willem.

‘Ik begrijp er ook niets van en moet je eens kijken, zie jij die kleine mensjes daarginds?’

Willem knikt. ‘Ja lief, ik zie ze ook. Nou laten we maar afwachten wat ze van ons verlangen!’

Boer Syl komt op ze af. ‘Aha, daar is in ieder geval iemand die me bekend voorkomt,’ oppert Clara.

Boer Syl bewonderd zijn aanwinst en wrijft over de sterke en prachtige glanzende vacht van Willem en Clara. ‘Zet ze maar even een paar dagen apart, dan kunnen ze aan hun nieuwe omgeving wennen,’ beveelt hij Teun de knecht.

‘Syl waarom heb je in vredesnaam deze koeien gekocht? Ze geven dan wel goede melk, maar het eiwitgehalte van deze soort ligt veel lager, dan onze bonte’ vraagt de boerin.

‘Ach Femke, dat weet ik. Maar je weet toch dat het al heel lang een wens van mij is om twee exemplaren van dit ras te bezitten?’

‘Ja dat weet ik, maar goed als dat is wat je wil,’ antwoordt de boerin en loopt hoofdschuddend het erf af. ‘Ach mannen, soms zijn het net kleine kinderen,’ hoort de boer haar mopperen en hij moet erom glimlachen omdat hij weet dat ze er niets van meent.

Clara en Willem worden inderdaad voor een paar dagen apart gezet en vanuit hun verblijf kunnen ze de enorme stal goed bekijken.

‘Kijk Willem, daar zijn die kleine mensjes weer,’ fluistert Clara. ‘Wat zijn ze toch allemaal aan het doen?’

Aandachtig kijken ze wat die wezens aan het doen zijn, maar ze begrijpen er niets van.

Dat is ook niet zo vreemd want Clara en Willem waren in de bergen niet gewend om kinderen te zien. Hun vorige eigenaar woonde in zijn eentje in die enorme boerderij daar hoog in de alpen.

Ze zien dat twee van de kinderen vreemde schoenen op wieltjes onder hun voeten binden en daarmee over de gladde betonnen vloer in de stal roetsjen. Een stel jongens lachen, rennen en schoppen tegen een rond ding aan. Al snel begrijpen Clara en Willem dat dat voorwerp een bal is, tenminste dat denken ze, want één van de kinderen roept telkens ‘Geef hier die bal?’

Clara en Willem kijken elkaar verbaast aan. ‘Wat een vreemde dingen doen ze hier. Ik hoop niet dat ze van ons verwachten dat wij dat straks ook gaan doen,’ oppert Willem.

Plotseling is het stil en zien ze dat de kinderen plaatsnemen op een baal stro. Eén van hen heeft een rechthoekig apparaat in zijn handen. Het apparaat maakt telkens een rinkelend geluid alsof er een bel in zit en als ze op één van die knopjes drukken verschijnen er felle flikkerende lichtjes, waar ze opgewonden van raken.

‘Wat is dat nou,’ vraagt Willem? ‘Het lijkt wel een soort magische doos!’

 

Zo gaan er dagen voorbij en Clara en Willem kunnen maar niet aan hun nieuwe omgeving wennen. Lusteloos staan ze in de stal en dan besluit de boer om ze af en toe in de wei te plaatsen. Gretig eten ze van het sappige gras, maar het contact met de andere koeien wil nog niet vlotten. Aan de andere koeien ligt het niet. Nee, absoluut niet. Die kijken met bewonderende blikken naar de nieuwe aanwinst van de boer.

‘Wat vind jij Willem, denk je dat we ons hier thuis zullen gaan voelen,’ vraagt Clara?

‘Ik weet het niet lief. Ik weet het echt niet. Als ik zou mogen kiezen ging ik zo snel mogelijk weer terug naar onze oude boer. Al dat lawaai om ons heen vind ik maar niets. Die kinderen, die vind ik wel interessant, maar de rest. Nee, ik heb er niets mee. We moeten een manier zien te vinden om te kunnen ontsnappen. Wat denk jij zouden die kinderen ons daarmee kunnen helpen?’

‘Gekkie, hoe zou dat nou kunnen. We kunnen toch niet met ze praten,’ antwoordt Clara.

‘Misschien moeten we iets slimmer zijn dan die andere koeien. Ik hoorde vanmorgen de boer tegen de knecht zeggen dat hij ons maar de gehele dag buiten moest laten omdat we er zo mistroostig bij stonden. Weet je, ik denk dat we die houding vast moeten houden en hopelijk doen de kinderen er iets mee. We geven die kinderen gewoon wat aandacht en verder doen we of het ons aan energie ontbreekt. Misschien sturen ze ons dan wel weer terug naar onze oude baas.

‘Zou je denken dat dat zou kunnen lukken?’

‘Misschien, we kunnen het toch proberen.’

 

Inmiddels is er een maand verstreken en nog steeds lijkt het Clara en Willem niet te lukken om zich aan hun nieuwe omgeving aan te passen. De boer weet zich geen raad. Hij ziet wel dat de kinderen gek zijn op de nieuwe koeien, maar meer dan dat is er niet. Af en toe vraagt hij zich af of het wel zo’n goed idee was om dit ras naar zijn boerderij te halen.

‘Syl, hoe gaat het nu met ze,’ vraagt zijn vrouw tijdens de koffiepauze.

‘Ik weet het niet. Ik heb echt van alles geprobeerd maar ik denk dat ik op deze manier niet veel aan ze zal hebben.’

‘Weet je misschien horen ze hier gewoon niet thuis. Dat kan toch?’

Syl kijkt haar lachend aan. ‘Ja hoor,’ gapt hij.

De kinderen scharen zich rondom Clara en Willem. Ze knuffelen en borstelen de koeien alsof het paarden zijn en de boer vindt dat maar niets.  Plots krijgt hij een idee. Hij besluit om de oude boer in Zwitserland om raad te vragen voor dit wel bijzondere probleem.

Clara en Willem lopen in de wei en zien de boer samen met zijn knecht op hen afkomen.

‘Weet u baas. Ik denk dat de keuze om deze twee weer terug te sturen naar hun oude baas, een verstandig besluit is’ horen ze de knecht zeggen.

‘Ja, dat denk ik ook. Het is jammer, maar de enige die blij met ze zijn zijn de kinderen. Eind van de week gaan ze weer op transport. Terug naar Zwitserland, waar ze horen.’

‘Hoor je dat Clara, het is gelukt. We gaan weer terug naar de bergen.’

‘Ja, ik hoor het ook,’ fluistert Clara blij.

In de verte zien ze de kinderen van de boer op hen aflopen en huilend vragen ze hun vader of het waar is wat ze hebben gehoord. ‘Gaan ze echt weg?’

‘Ja,’ antwoordt de boer. ‘Niemand wordt gelukkig van die twee.’

 

De kinderen zijn ontroostbaar en als Clara en Willem s’avonds weer op stal staan is hun blijdschap verdwenen.  Ze zijn stil en hun kop buigen ze triest naar beneden. Oké, ze hadden bereikt wat ze wilde, maar willen ze dit eigenlijk nog wel? De bergen zijn mooi, maar ook eenzaam. Er zijn geen kinderen die hen komen knuffelen en borstelen. Dat laatste is best wel een lekker gevoel, maar wat nu?

De dagen die volgen zijn erg verdrietig. De kinderen laten ze geen ogenblik alleen en ze krijgen alle aandacht die ze maar kunnen wensen. De andere koeien, die even verderop staan, kijken met jaloerse blikken toe. Wat hebben die twee Zwitsers wat wij niet hebben, vragen ze zich af.

‘Ik ga jullie missen. Morgen komt het transportbedrijf jullie weer ophalen,’ zegt het kleinste meisje dat Bente heet.

‘We moeten ze vannacht verstoppen,’ antwoordt haar broer Bertie.

‘Verstoppen, maar waar dan?’

‘Ik weet wel waar. Als pa en ma vannacht slapen halen we ze van stal en dan verstoppen we ze. Geloof me, het gaat lukken. Als het transportbedrijf weer weg is dan komt hij echt niet nog een keer terug om ze op te halen.

‘Denk je echt…,’ vraagt Bente?

‘We kunnen het toch proberen.’

Clara en Willem kijken elkaar aan en voor het eerst sinds lange tijd maken ze een loeiend geluid van geluk. De kinderen vatten dit op als een bevestiging dat de twee het helemaal eens zijn met hun plan.

 

Midden in de nacht komen Bente en Bertie sluipend de stal binnen en heel zachtjes begeleiden ze Clara en Willem naar buiten. Niemand heeft in het donker in de gaten dat de kinderen met de koeien door het weiland lopen en na een half uurtje komen ze midden in het bos aan. Daar bevindt zich een open plek dat vooral door de andere dieren wordt gebruikt om te eten. Daar bevindt zich ook een groot afdak dat vanaf de uitkijkpost niet te zien is. Daar rusten doorgaans de herten en tevreden kijken beide kinderen de beide koeien aan.

‘Hier moeten jullie je een tijdje schuilhouden en als het weer veilig is komen wij jullie weer ophalen,’ fluistert Bertie.

Clara en Willem knikken instemmend en geven beide kinderen een liefdevol kopje. Als je niet beter zou weten zou je denken dat het honden waren, maar het zijn dan ook wel heel bijzondere Zwitserse koeien.

Snel gaan Bente en Bertie weer naar huis en geruisloos sluipen ze naar hun eigen slaapkamertje.

 

Boer Syl komt opgewonden de keuken binnen. ‘Vrouw de koeien zijn weg, foetsie,’ roept hij.

‘Nou mooi toch, dan is dat probleem ook opgelost,’ antwoordt de boerin.

‘Nee, echt ik maak geen grapje. Ze zijn weg. Staan niet in de stal en op het land kan ik ze ook niet vinden. Misschien zijn ze wel gestolen!’

Bente en Bertie houden zich zo stil mogelijk en vermijden het om hun vader aan te kijken.

‘Weten jullie hier meer van,’ vraagt hij achterdochtig?

‘Nee, misschien heeft het transportbedrijf ze al meegenomen,’ antwoordt Bertie.

‘Er komt helemaal geen transportbedrijf. Dat was maar een smoes om ze uit hun tent te lokken. De oude boer vertelde mij dat deze twee koeien erg begaafd zijn en dat ze mensen goed om de tuin kunnen leiden. Dat deden ze daarginder ook al. Daarom hebben we ze laten denken dat ze weer teruggestuurd zouden worden. Alleen maar om ze te laten schikken. Ik had heus wel in de gaten dat ze meer en meer aan hun nieuwe leventje hier gewent raakte. Al die aandacht die zij van jullie en jullie vrienden krijgen bevalt ze wel. Teun en ik hebben ze een tijdje geobserveerd en toen kwamen we er inderdaad achter dat ze ons in de maling namen en dat bevestigde het verhaal dat hun oude baas mij vertelde. Maar waar kunnen ze nu toch zijn?’

Bente en Bertie kijken elkaar aan maar geen van beide wil vertellen waar of ze de twee hadden verstopt. Nee laat pa maar even in zijn sop gaarkoken, besluiten ze.

Pa gaat weer aan het werk en ma gaat weer naar de kaasmakerij.

‘Misschien moeten we ze later op de dag maar gaan halen en dan vertellen we gewoon dat we ze gevonden hebben,’ fluistert Bente

‘Ja laten we dat doen, laat pa en Teun maar even lekker in het ongewisse.’

Maar Bente en Bertie hoeven Clara en Willem niet te gaan halen. Want rond het middaguur ziet boer Syl zijn Zwitserse koeien rustig het weiland in lopen.

‘Vrouw, kinderen, Teun, kijk eens wie daar de wei in komen lopen,’ roept hij opgelaten.

Met zijn alle kijken ze toe hoe Clara en Willem naar de andere koeien lopen en zich tussen hen in mengen. Je gelooft het of niet, maar van vreugde maken de koeien een dansje alsof ze voor het eerst na een lange winter weer de wei in mogen.

 

En zo is het dus toch nog goed gekomen met Clara 5 en Willem 8 en inmiddels is er ook al een Clara 6 en een Willem 9.

error: Content is protected !!