Mijn hondje is dood

Verrast zie ik mijn buurvrouw in de buurtsuper en merk aan haar gedrag dat er iets is. Ik duwde de boodschappenkar naar de inpakbalie en tik haar op de schouder. Geschrokken keert ze zich om en kijkt me met droevige ogen aan.
‘Dag buurvrouw. Gaat het wel. Je komt hier nooit,’ vraag ik
Ze kijkt me aan en ik zie een traan uit één van haar ogen ontglippen.
‘Mijn hondje is dood,’ stamelde ze. Gisteravond ben ik nog naar de dierenarts geweest. Ze deed opeens zo raar. Ze kon niet meer op haar pootjes staan,’ opeens stokte ze in haar woorden. Ik graaide in mijn boodschappentas, trok een rol keukenpapier open, scheurde er een vel vanaf en reikte het haar aan.
‘Dat vind ik lief van je, maar mijn hondje is dood. Ik val opeens in zo’n gat. Ik, ik, maar verder komt ze niet. ‘Ze is zestien jaar geworden, dus ik mag niet klagen. Ik wist dat het er vroeg of laat van zou komen, maar mijn hondje is dood en ik kan er niet van slapen.’
‘Het zat niet meer goed in haar hoofd,’ zei de dierenarts. ‘Samen hebben we besloten om haar in te laten slapen, maar nu is ze wel dood. Wat denk jij, zou ze met medicijnen toch nog beter zijn geworden?’
Vertwijfeld kijk ik haar aan en weet niet goed wat ik daarop moet antwoorden. Ik vraag me af of ze enig besef heeft waar ze zich op dit moment bevind. Ze is zo in de war. Ik weet dat ze zelf ook regelmatig in het ziekenhuis wordt opgenomen. Na haar hersenbloeding is ze nooit meer de oude geworden. Wanneer ze weer eens in het ziekenhuis werd opgenomen, ging haar zorgen altijd naar haar hondje uit. Zelfs als ze vakantie had kon ze haar maar moeilijk los laten. Vaak heb ik me afgevraagd waarom ze eigenlijk nog met vakantie gaat. Ze kijkt me vol verwachting aan en fluistert. ‘Domme vraag hé. 16 jaar was ze, veel ouder kon ze toch niet meer worden buurman?’
‘Je hebt er goed aangedaan. Nu heeft ze geen pijn meer,’ zeg ik zachtjes in de hoop dat ik haar enigszins troostte.
‘Ja, dat is zo. Ze had veel pijn. Iedere keer als ik haar buikje aanraakte, jankte ze zachtjes. Vroeger vond ze dat altijd zo prettig. Dus jij vindt dat ik er goed aangedaan heb. Weet je, dat is een hele opluchting voor me. Andere vonden dat ik haar eerst met medicijnen had moeten laten behandelen, inslapen zou altijd nog kunnen, zeiden ze. Wat je zegt, ze had zo pijn en nu rust ze. Ik laat haar as over zee uitstrooien. Het kost wel wat, maar als ik straks op het strand wandel, weet ik dat ze daar ergens in het water zweeft. Misschien wordt ze wel een vis,’ en even kwam er een lichte glimlach rond haar mond.
‘Verrek, volgens mij ben ik in de verkeerde winkel, stamelde ze. Wat doe ik hier eigenlijk. Weet je, die lui die zeggen dat ik erop had kunnen wachten. Dat zijn een stel gevoelloze mutsen. Ze weten niet wat Teddy voor mij betekende. Zaterdag ga ik in het asiel kijken of ze net zo’n hondje hebben en weet je wat, als ze hem daar niet hebben ga ik er één kopen bij een fokker.
Ze neemt mijn hand en wrijft er lichtjes over. ‘Je bent een fijn mens,’ zegt ze. ‘Maar nu moet ik gaan, want anders hou ik het niet droog,’ en ze wandelt al wrijvend in haar ogen de winkel uit.
Ik kijk haar na en in gedachten zie ik mijn eigen hond met zijn kop op mijn schoot liggen. Ook zij was plots ziek geworden en voor ik er erg in had, heb ik haar moeten laten inslapen. Ik voel tranen branden als ik nog aan het moment denk dat zij voor de laatste keer haar kop optilde en me aankeek, toen legde ze haar kop terug op mijn schoot en sloot haar ogen om in een diepe slaap te zakken. Met natte ogen verlaat ik de supermarkt en probeerde het beeld van mijn maatje weg te duwen. Ja, ik begrijp maar al te goed wat mijn buurvrouwtje op dit moment doormaakt.

Einde