Het was een trouwe vriendin

Ze lag half op zijn schoot en keek hem met haar bruine ogen aan. Hij staarde voor zich uit en liet zijn gedachten de vrije loop. Hij had haar op een regenachtige dag ontmoet en al snel wandelde ze samen zwijgend over het strand. De regen druilde op zijn zwarte haren en zijn goede vriendin wandelde statig naast hem. Meestal zweeg hij als ze samen naar het strand gingen, maar aan zijn vriendin zag hij altijd dat wanneer ze eenmaal zand onder haar voeten voelde, ze als een blijde veulen in de wei huppelde. Trots als een pauw genoten ze samen van de zee en de wind die door hun haren blief. Ze liep altijd vooruit, maar hield hem, alsof ze bang was dat hij zou verdwijnen, goed in de gaten. Ze was trouw, lief en aanhankelijk. Een vriendin naar zijn hart.
De deur werd zachtjes geopend en daar zag hij het hoofd van de arts om het hoekje komen kijken.
‘Ik kom zo weer terug, neemt de tijd,’ zei ze. Met een gemaakte glimlach rond zijn gezicht, knikte hij dat het goed was.
Hij steunde haar nek onder zijn hand en zijn andere hand streelde lichtjes over haar roodbruine haar.
‘Lieve schat, we hebben een fijne tijd gehad. Ik ga je ook heel erg missen. Zo iemand als jij, daar bestaat er geen tweede meer van. Jij was mijn maatje, lief en trouw in voor en tegenspoed. Liegen deed je niet. Je was altijd recht voor zijn raap. Als je ergens geen zin in had, deed je het ook niet. We hebben gedold en we hebben samen avonturen beleefd. Je liet telkens blijken dat je van mij hield, wat er ook gebeurde. Ik kon op je rekenen, waar ik was, daar was jij meestal ook. Niet claimend, nee integendeel, maar je was er als ik je nodig had. De tijden dat ik alleen weg moest en jij zo graag met me mee wilde, dat deed me vaak pijn. Ik had je altijd zoveel mogelijk in mijn buurt willen hebben. Je aanwezigheid gaf mij een gevoel van rust en tevredenheid.’
Toen er een traan uit zijn ooghoek rolde en op haar neus uit elkaar spatte, keek ze op, het was alsof ze wilde zeggen dat ze er vrede mee had. Hij voelde aan haar buik en zag dat deze in zeer korte tijd opgezwollen was, zoals de arts hem al had voorspelt. Zijn ogen sluitend en wetend dat zijn leven nooit meer zou worden als het geweest was, vloeiden de tranen langs zijn wangen en hij zou het liefst net als zij willen sterven zodat hij misschien bij haar zou kunnen blijven.
De beelden speelde door zijn hoofd en hij zag hen samen opnieuw door de duinen en over het strand struinen. Samen zaten ze vaak zij aan zij op de trap die naar het strand leidde en bekeken de ondergang van de helrode zon. De rode schittering in het water, de hemel die steeds donkerblauwer werd en de schepen die aan de horizon voeren. Ze gaf hem altijd een aanblik van vrede en genegenheid. Iedere keer als dit gebeurde, streelde hij haar en dan drukte zij zich dicht tegen hem aan.
Puff meid, ik moet afscheid van je nemen. Het is niet anders. Wat hou ik verschrikkelijk veel van je. Je mag niet dood,’ schreeuwde hij. Trok haar dicht tegen zijn borst en drukte zijn gezicht diep in haar nek. ‘Ik kan niet zonder je. Hoe moet het nou. Blijf nog even bij me, heel even maar, alsjeblieft.’
Ze goed als kwaad bewoog ze zich, draaide haar lichaam naar hem toe en drukte op haar beurt haar neus tegen de zijne. Beiden lieten de tranen rollen en ondanks dat ze zo ziek en zwak was, knorde ze als en poes. Opeens stond de arts achter hem, legde een hand op zijn schouder en fluisterde.
‘Het zal niet lang meer duren. Ze heeft erge pijn. Zullen we haar in laten slapen,’ hij draaide zich naar haar toe en sprak met een brok in zijn stem. ‘Dat zal wel het beste voor haar zijn. Het zou zeer egoïstes van mij zijn om haar ter wille van mij in leven te houden terwijl ze zoveel pijn lijdt. Laten we het maar meteen doen, het is niet anders,’ ze reikte hem een zakdoek aan zodat hij zijn tranen weg kon vegen.
‘Sorry, dat een vent als ik zo moet huilen. Ik had nooit kunnen beseffen dat het zo´n machteloos gevoel zou zijn om iemand die je zo lief heb te moeten verliezen.’
‘Dat is toch normaal als je van iemand houdt. Huil maar lekker uit, ik ga de voorbereidingen treffen. Neem de tijd om afscheid te nemen, ik kom zo terug.’
Hij tilde haar voorzichtig van zijn schoot en legde haar zachtjes naast zich neer. Wreef door haar nek en zei.
‘Jammer dat de kinderen hier nog niet zijn. Ze moesten ver reizen en zouden alles doen om je nog in levend te kunnen zien,’ de deur opende zich en daar stonden twee meisjes in de deuropening.
‘Gaat ze dood,’ huilde de jongste van de twee. Ze liet zich op haar knieën zakken en sloeg haar armen rond haar nek. ‘Niet doodgaan schat. Zo’ n lieve hond krijgen we nooit meer, alsjeblieft. Wat moeten we zonder jou,’ en helemaal uit haar doen, huilde ze en knuffelde haar. Haar ogen rood van verdriet. Ze werd door haar vader met zachte hand van de hond losgemaakt.
‘Wil jij nog afscheid nemen,’ zei hij tegen zijn andere dochter die versteend naar de stervende hond stond te staren. Snel dook ze op haar knieën, knuffelde haar en fluisterde in haar oor.
‘Het is goed zo lieverd. Ga maar slapen, de pijn zal dan ook verdwijnen. Ik zal je as over zee uitstrooien samen met papa en mijn zusje. Als we dan op strand zijn, zullen we altijd aan jou terug denken. En een beetje het gevoel hebben dat je dan toch nog bij ons bent,’ de hond tilde haar kop op en keek haar met de tong uit zijn bek en zijn natte ogen aan. Langzaam legde ze haar kop terug op het kussentje en met een laatste diepe zucht liet ze zich gaan. Haar strijd was gestreden. Het was goed zo.

Einde