Sint en de Pandabeer 1

De wind is geur en het meer ligt er kil en verlaten bij. Omdat de herfst al weken geleden is ingetreden hebben de bomen hun meeste bladeren al verloren. De maan schijnt door de bomen en het lichtschijnsel golft over het water. Ook op de muur in de slaapkamer van Brummel golft het lichtschijnsel heen en weer.
Op zijn knietjes zit hij voor de patrijspoort en kijkt naar de glinsterende golfjes dat een betoverende werking op hem heeft. De winter is in aantocht en hij verveelt zich nu al. Elsje zijn vriendin heeft het te druk met één of ander feest dat hij niet kent.
‘Het is gauw Sinterklaasfeest,’ vertelde ze hem. Maar dat Sinterklaasfeest zegt hem niets en eigenlijk heeft hij er ook geen belangstelling voor.
Tja, nu moet ik me alleen vermaken. Ik mis Elsje, Jasper de zwaan en de andere dieren, denkt hij.
De één houdt een winterslaap en de andere zijn vertrokken naar een ver warm land. Hij rekt zich eens lekker uit en kruip onder de warme dekens. Met zijn handen in zijn nek denkt hij na over wat hij de afgelopen zomer allemaal heeft beleefd.
Plots klink er een hels kabaal over het water. Brummel wrijft zijn ogen uit en tuurt door de patrijspoort.
Hij kijkt over het water, maar ziet niets. Plots ziet hij achter het riet een schip langzaam zijn kant op komen.
‘Wat krijgen we nou. Waar komt die plots vandaan en wat moet het hier,’ en drukt zijn neusje stevig tegen het raam. Op het dek van de boot ziet hij zwarte mensen die op hun handen over het dek en de stuurhut balanceren.
Die zijn getik. Hebben ze benen, gaan ze op hun handen lopen en wat doet die mafkees daar met die gekke rode hoed en die goudgele stok. Wat een halvezolen zeg. Ik droom dat kan niet anders, denkt hij en hij knijpt hard in zijn arm. ‘Au! Dat doet pijn. Dromen doe ik niet. Of wel,’ denkt hij en opnieuw knijpt hij zichzelf, maar nu in zijn wang, maar ook dat doet pijn. Hij tuurt naar de voorplecht van de boot en zijn mond valt open van verbazing.
‘Nou ja zeg, het moet niet gekker worden. Er staat een paard op het voordek, dat kan toch niet. Wat gebeurt daar? Het moet niet gekker worden.
Plots wordt er op de deur gebonkt. Snel kleed hij zich aan en rent naar de voordeur. Trekt de deur open en kijkt in het gezicht van iets dat hij nog nooit heeft gezien. Het is bijna net zo groot als hij, alleen heeft het geen bruine vacht maar een vacht met zwarte en witte vlekken. Maar buiten die vlekken lijkt het nagenoeg op hem. Het product is druipnat en met gebogen hoofd staat hij er verslagen bij.
‘Wie ben jij? Je lijkt een beetje op mij, maar de kleuren van je vacht zijn anders dan de mijne.’
‘Ik ik, snikte het, ik ben weggelopen uit de speelgoedfabriek van Sinterklaas, ergens in Spanje. Ze willen me als speelgoedbeer naar het warme Suriname brengen, maar daar is het veel te warm voor mij. Mijn vacht is daar veel te dik voor en daarom woon ik het liefs in een minder warm land net als jij.’
Voordat de beer verder gaat met zijn verhaal, zegt Brummel dat hij maar snel binnen moet komen voordat iemand hem ziet en hij brengt hem naar zijn slaapkamertje.
‘Hoe heet jij,’ vraagt Brummel.
‘Mijn naam is Pandie en beren zoals ik wonen in China.
‘Maar waarom ben je uit Spanje gevlucht? En wat deed je daar en wie is Sinterklaas?’
‘Weet jij niet wie Sinterklaas is? Sinterklaas woont in Spanje en elk jaar komt hij samen met een heleboel zwarte pieten voor zijn verjaardag naar Nederland. Die pieten helpen hem om alle cadeaus voor de kinderen rond te brengen. Toen ze me op de boot ontdekten, wilde ze me terugsturen naar Spanje en toen ben ik van de boot afgesprongen.’
’Je bedoelt toch niet die stomme boot met slingers die daar vaart,’ en wijs in de richting van de boot.
‘Jazeker, maar dat jij niet weet wie Sinterklaas is. Dat begrijp ik niet,’ reageert Pandie verbaast.
‘Nou en, als ik dat niet weet, weet ik het niet. Ik heb nog nooit iets over een Sinterklaas gehoord. Is het zo belangrijk dan? Ik vind het maar gek en stom dat je op je handen gaat staan terwijl je kunt lopen. En dan dat paard, dat op het dek rondloopt en die oude man met die stomme hoed op zijn kop. Ik begrijp niet dat als je niet goed kunt lopen, je met die rare stok aan dek gaat staan. Volgens mij zit er een steekje los bij die lui daar,’ zegt Brummel een beetje nijdig.
De pandabeer moet ondanks dat hij nog steeds bibbert van de kou, lachen en legt Brummel uit wat Sinterklaas voor de kinderen in Nederland, België en zelfs in Suriname betekent.
‘Zo zit dat Brummel, maar ik wil niet dat ze mij vinden en terugsturen naar Spanje. Help me alsjeblieft,’ en plots duikt hij weg als hij een veer van één van de zwartepietenmutsen buiten de patrijspoort ziet opduiken.
Brummel duwt hem onder het bed en opent de patrijspoort.
Zwarte Piet steekt zijn hoofd erdoor en vraagt aan Brummel of hij een Pandabeer heeft gezien.
‘We zijn opzoek naar een pandabeer die vermoedelijk van boord is gesprongen. We begrijpen er niets van. We hebben BeginPiet dan ook flink uitgelachen. Een beer die kan praten, laat me niet lachen. Dat bestaat toch niet,’ zegt de zwartepiet honend. Maar plots dringt het tot hem door dat hij zelf tegen een beer staat te praten. Brummel blijft koel op zijn bed zitten en denkt na. Laat hem alsjeblieft weggaan. Nou krijg ik ook nog jeuk aan mijn neus. Ik moet nodig aan mijn neus krabbelen. Oh ga toch weg, denkt hij.
Hij houdt het niet meer uit. Het liefst zou hij willen zeggen dat hij moet ophoepelen. Net als hij het niet meer uithoudt, trekt zwarte Piet zijn hoofd terug. Piet kan zichzelf wel voor zijn kop slaan.
Ik weet het zeker. Toen ik mijn hoofd door de patrijspoort stak heb ik die beer toch zien bewegen. Zou dat soms die beer zijn die van boord is gesprongen, denkt hij. Opnieuw steekt hij zijn hoofd door de patrijspoort, maar de beer is weg. ‘Nou breekt mijn zwartepietenveer. Heb ik nou wel of geen beer gezien. Nou ja, het was in ieder geval niet de beer die wij zoeken. Deze is bruin en ik ben opzoek naar een pandabeer. Het lijkt mij maar het beste dat ik hierover met niemand praat’ mummelt hij. Vol ongeloof schudt hij met zijn hoofd en stilletjes verlaat hij de woonboot.
Opgelucht kruipen Brummel en Pandie onder het bed vandaan en gaan naast elkaar op het bed zitten. Ze kijken elkaar aan, als Pandie zegt.
‘Daar zijn we mooi klaar mee. Ik wil echt niet terug naar Spanje, alsjeblieft Brummel help me,’ smeekt Pandie. Brummel kijkt uit het patrijspoortje en vertelt wat hij allemaal ziet.
‘Volgens mij ligt de boot voor anker Pandie. Elsje mijn vriendin heeft mij dat vertelt. Als ze voor anker gaan, kan een schip zich niet zomaar verplaatsen omdat het aan de grond vast zit of zoiets. Pandie het is best druk rondom de woonboot, volgens mij zijn ze nog steeds naar je opzoek.’
Voorzichtig kijkt Pandie door het patrijspoortje en vind dat Brummel gelijk heeft.
‘Brummel ik moet me ergens verbergen voordat ze bij jou in de woonboot komen zoeken.’
‘Rustig maar, als je hier blijft dan vinden ze je echt niet. Laten we eerst maar eens zorgen dat je lekker droog wordt. Kom maar mee,’ hij neemt een handdoek en wrijft Pandie zo droog als het maar kan.
‘Lekker Brummel, maar het kietelt zo. Hou ermee op anders ga ik heel hard lachen,’ en samen rolde ze over de grond van het lachen.
‘Ben jij een meisjesbeer,’ vraagt Brummel opeens.
Pandie knikte, ‘Ja, vind je dat heel erg,’ vraagt ze.
‘Wel nee joh, hartstikke gaaf,’ zegt hij blij. Wil je mijn berenvriendinnetje zijn?’
Maar voor Pandie kan antwoorden, klinkt er opeens een hels lawaai op het dek.
‘Verstop je Pandie, ik ga wel kijken wat er aan de hand is,’ en snel trekt hij de deur achter hem dicht.
Als hij in de woonkamer voor het raamkozijn plaats neemt staan er opeens twee zwarte pieten voor het raam.
‘Kijk daar heb je de beer die ik een uurtje geleden door het patrijsraampje heb zien zitten. Nu begrijp ik waarom ik die beer opeens niet meer zag. Ha ha ha, hij zit lekker voor het raam naar de stoomboot te kijken.’
De andere pieten kijken hem aan en één van hem zegt.
‘Waar heb je het over Beginpiet? Als die beer eerst in een andere kamer was dan moet er toch iemand thuis zijn. Ik neem aan dat een speelgoedbeer zich niet zomaar van de ene naar de anderen plaats kan verplaatsen.’
Terwijl Brummel met een halfopen oog naar de zwarte pieten kijkt, wrijft één van de pieten nadenkend langs zijn wang. ‘Ik ga wel aanbellen. Er moet iemand thuis zijn en hij wandelt naar de voordeur.
De bel schelt door de woonboot. Brummel moet alles op alles zetten om zich niet te bewegen. Doodstil blijft hij zitten en kijkt met één oog naar de pieten die door het raam turen.
Na lang wachten verlaten ze de woonboot, stappen in een roeiboot en roeien terug naar de stoomboot.
Brummel rent terug naar zijn slaapkamer en ziet Pandie bevend in een hoekje onder zijn bed liggen. ‘Kom maar, de kust is weer veilig. We moeten een oplossing voor je vinden Pandie. Ik ga mijn vrienden inschakelen, misschien weten zij een oplossing. Ik zal ervoor zorgen dat jij niet naar Spanje of Suriname wordt verscheept.

Sinterklaas zit in zijn hut en hoort de opgewonden zwarte pieten aan. Iedere piet wil zijn verhaal kwijt, maar ze ratelen door elkaar heen als een stel kippen zonder kop.
‘En nu is het wel genoeg, vertel me nu eens rustig wat er aan de hand is.
Eén van de zwarte pieten komt verlegen naar voren en vertelt Sinterklaas in alle rust zijn verhaal.
‘Sinterklaas, ik heb echt een pandabeer zien rennen en overboord zien springen. Niemand van de andere pieten gelooft me. Echt waar Sinterklaas, ik zweer het op,’ maar plots begint een andere piet hard te lachen en zegt. ‘Ik wist al dat jij een rare snijboon was. Straks ga je nog in Sinterklaas geloven,’ en opeens wordt het zo stil op de boot dat zelfs de motor ervan afslaat.
Dat was dom van Roeipiet en dat waar nota bene Sinterklaas bij zit.
‘Jij, jij gelooft me niet hè. Ik heb nog een varkentje met jou te schillen,’ zegt de piet die Sinterklaas het verhaal heeft verteld.
‘Je bedoelt een appeltje met je te schillen,’ verbetert Sinterklaas piet.
Sinterklaas kijkt zijn pieten één voor één aan, roept de Roeipiet bij zich en vraagt.
‘Trek jij eens aan mijn baard Roeipiet, is die echt of niet?’
‘Maar Sinterklaas dat kan ik toch niet doen. Het was maar een geintje, natuurlijk bestaat Sinterklaas.’
‘Dan is het goed. Geef nou mijn boek maar. Daar staat in wat en hoeveel we van alles aan boord hebben. Daarna kunnen we als de wiedeweerga opzoek gaan naar die pandabeer. Of Beginpiet het wel of niet heeft gezien, we mogen niets over het hoofd zien en moeten alles op alles zetten om die pandabeer terug te vinden. En nu snel opzoek, anders gaat het hele feest voor de kinderen niet door en dat willen jullie toch niet op je geweten hebben?’
En zo gaan alle pieten opzoek naar de pandabeer.
Sinterklaas bladert door het boek en als hij de lijst met pandaberen tegen komt, roept hij de Telpiet bij zich en vraagt hem om in het ruim te kijken hoeveel pandaberen er zijn ingescheept.
De Telpiet doet wat Sinterklaas van hem verlangt en geeft hem het aantal door.
Sinterklaas wrijft langs zijn baard en mummelde. ‘We komen echt geen pandabeer te kort. Beginpiet moet zich echt vergist hebben. Laat hem nog eens bij me komen?’
Beginpiet klopt op de deur van de hut van Sinterklaas en die roept dat hij kan binnenkomen.
‘Piet ik heb het boek erop nagekeken en Telpiet heeft alle pandaberen die aan boord zijn wel drie keer nageteld, maar alles klopt als een bus. Alle pandaberen zijn aan boord. Wat heb je daarop te zeggen?’
Beginpiet buigt zijn hoofd. Hij is er stellig van overtuigd dat hij het echt heeft gezien.
‘Heeft u ook…, maar stokte in de zin’.
‘Wat heb ik ook. Je wilt mij toch niet gaan vertellen dat ik niet goed heb gekeken?’
‘Jazeker, dat wil ik wel. Ik heb toch met mijn eigen ogen gezien dat die pandabeer van boord is gesprongen,’ antwoordt Beginpiet.
Sinterklaas is sprakeloos. Nog nooit heeft één van zijn pieten hem zo tegengesproken. Maar Beginpiet is er zeker van dat de beer over boord is gesprongen. Sint neemt plaats in de grote fauteuil en zet zijn bril op. Opnieuw kijk hij in zijn boek. Langzaam laat hij zijn vinger langs de rij kindernamen glijden en telt hoeveel kinderen een pandabeer hebben gevraagd. Beginpiet gaat naast hem staan en telt over zijn schouder mee.
‘Zie je dat het aantal beren precies gelijk is als het aantal dat de Telpiet me heeft opgegeven,’ zegt Sinterklaas.
Beginpiet gaat nu toch aan zichzelf twijfelen en krabt achter zijn oor. Hij moet toegeven dat Sinterklaas gelijk heeft en verontschuldigt zich.
‘Weet je wat, gaan jullie voor de zekerheid toch maar opzoek naar die onzichtbare beer,’ zegt Sinterklaas.
Beginpiet heeft het vermoeden dat Sinterklaas dit alleen maar zegt om hem niet al te dom over te laten komen. En met gebogen hoofd wandelt hij naar het achterdek. Hij kijkt niet op of om. Loopt zomaar ergens naar binnen en gaat op een stoel zitten. Naast hem staat een apparaat dat opeens begint te ratelen. Hij kijkt er verschrikt naar en ziet er een vel papier uitkomen. Nieuwsgierig leest hij wat erop staat. Zijn blijdschap is enorm als hij leest dat er per ongelijk een Pandabeer in Spanje uit de speelgoedfabriek op de stoomboot is terechtgekomen. Hij vouwt het velletje op en rent ermee naar Sinterklaas.
‘Sinterklaas Sinterklaas, maar plotseling krijgt de wind vat op het blaadje en blaast het uit zijn hand. Hij grijpt er naar maar het is te laat. Het vliegt door de lucht en verdwijnt in de mist die plotseling is komen opzetten. Hij voelt zich zo dom. Nu is het bewijs als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat hij ook zegt tegen Sinterklaas, hij wil er niets meer over horen.
‘Nu is het genoeg geweest Beginpiet. We hebben nog genoeg werk te doen,’ en voor straf moet hij het kolenruim in om kolen te scheppen voor de stoommachine.

Brummel draait zich om en als hij naar buiten kijkt, ziet hij tot zijn opluchting dat de mist steeds dikker en dikker wordt. Hij springt van het raamkozijnen, wandelt naar de voordeur en opent het onderste deurtje dat oom speciaal voor hem heeft gemaakt. Oom heeft gezegd dat hij dan altijd de tuin in kan als hij daar zin in heeft. Hij is maar wat blij met het deurtje. Nu voelt hij zich niet meer zo opgesloten. Hij steekt twee vingertjes in zijn mond en fluit zo hard hij kan.
Vanuit de mist komt de eend die niet kan zwemmen op zijn gefluit af en vraagt waarom hij zo kabaal maakt. Brummel stelt hem voor aan Pandie en van verbazing gaat de eend die niet kan zwemmen als een gek door het water rondjes zwemmen.
‘Wat is dat voor een raar beest. Het is hier op het meer wel lachen zeg. Heeft dat beest in de gloor gelegen of zo,’ grijnst de eend.
‘Hoe bedoel je dat,’ vraagt Pandie verbolgen.
‘Nou, je vacht is op veel plaatsen helemaal verbleekt.’
‘Oh dat, nee ik ben een pandabeer en wij wonen in China. Wij hebben daar allemaal zo’n vel, maar het is wel lekker zacht hoor. Wil je voelen?’
‘Nou nee dank je wel, ik ben pas ziek geweest.’
‘Wat heeft dat nou met haar zachte vacht te maken,’ vraagt Brummel die er ook niets van snapt.
‘Laat me maar. Wat kan ik voor jullie doen,’ vraagt de eend.
Brummel zegt dat ze even moet wachten tot de andere er zijn. En één voor één komen de andere dieren uit de dichte mist tevoorschijn.
‘Die mist is maar niets. Ik heb het hele stuk moeten zwemmen, want vliegen is veel te gevaarlijk,’ zegt Jasper de zwaan. Jasper heeft zijn kamp voor de winter in de buurt van de woonboot opgeslagen. ‘Ik hoop niet dat je me voor niets hebt laten komen, want dan ben je nog niet klaar met mij’ zegt Jasper.
Brummel is helemaal niet in de stemming voor spelletjes en vertelt wat Pandie is overkomen.
De pandabeer neemt plaats op het randje van de woonboot en vertelt opnieuw haar verhaal. Ze luisteren aandachtig, maar sommige snappen niet wat zij ermee te maken hebben, of wat zij eraan kunnen doen.
‘Maar wat willen jullie dat wij doen,’ vraagt Jasper de zwaan. Het is hier toch veilig. Ik neem aan dat niemand haar hier komt zoeken,’ maar dat hebben ze mis. Plots zien ze een roeiboot vanuit de mist opdoemen.

Op de stoomboot zit Sinterklaas te kniezen. Hij heeft er spijt van dat hij Beginpiet naar de kolenbunker heeft gestuurd. Beginpiet was zo overtuigend geweest dat het Sint toch niet helemaal lekker zit. Hij laat Telefoonpiet bij zich komen en vraagt hem een bericht naar Spanje sturen. Later komt Telefoonpiet bij Sinterklaas en overhandigde hem een briefje. Sint lees het aandachtig en roept al zijn pieten bij elkaar.
‘Beste pieten, Beginpiet heeft niet gelogen. Het is waar, er moet nog een pandabeer hier aan boord zijn.’
De pieten staren Sinterklaas aan en denken dat het ook Sinterklaas in zijn bol is geslagen.
De Laadpiet doet een stap naar voren en fluistert.
‘Sinterklaas, voor ik Beginpiet haal, kunt u ons dan vertellen hoe het kan dat een speelgoedbeer kan bewegen. En stel dat het overboord is gesprongen dan moet het ook nog eens kunnen zwemmen,’ en het wordt opnieuw doodstil. Allen wachten af wat Sinterklaas daarop gaat antwoorden.
‘Lieve pieten, ik sta er ook verstelt van. Misschien is het een echte pandabeer die wij voor een speelgoedbeer hebben aangezien. We moeten de beer gaan zoeken. We kunnen,’ en hij kijkt op het vel papier. ‘Eens kijken, hier staat dat de beer naar Suriname moet. Maar op de één of andere manier is hij hier aan boord terechtgekomen. Dus als we de beer vinden, moet het naar Suriname worden gebracht. Kom pieten we zullen nog harder moeten werken en nu aan het werk.’
Laadpiet loopt naar de machinekamer om Beginpiet te vertellen dat hij zich bij Sinterklaas moet melden, maar Beginpiet is niet te vinden.
De stokerspieten vertellen hem dat zij Beginpiet al enige tijd niet meer hebben gezien. De Laadpiet zoekt de hele stoomboot af maar Beginpiet is niet vinden. Als de wiedeweerga rent hij terug naar Sinterklaas om te vertellen dat nu ook Beginpiet spoorloos is.

Einde deel 1