Sint en de Pandabeer 4

Deel 4

Er wordt zachtjes tegen de patrijspoort getikt, maar Brummel doet alsof hij het niet hoort. Het getik blijft voortduren. Elsje begrijpt er niets van en vraagt of hij nu ook al doof geworden is. Uiteindelijk opent Brummel de patrijspoort. Koos vlieg naar binnen nestelt zich op het randje van het bed.
‘Brummel dat is het meisje dat weet waar Beginpiet zich bevindt.’
Brummel is sprakeloos, en kan geen woord uitbrengen. Vertwijfeld kijkt hij Elsje met een scheef kopje aan en vraagt aan haar wat Koos hiermee bedoeld?’
Elsje gaat bij de deur staan en speelt met haar vingers. Met opgeheven hoofd zegt ze.
‘Ik heb een geheim, maar ik heb degene beloofd dat ik niets zou zeggen. Ook niet tegen mijn beste vriend. En Brummel jij weet donders goed dat jij dat bent. Ja, ik heb Beginpiet verstopt,’ ze buigt haar hoofd en neemt plaats naast Brummel. Plots hoort ze iemand heftig hoesten. Elsje spits haar oren en weet zeker dat het onder het bed van Brummel vandaan komt. Elsje gaat op haar knieën zitten en ziet Pandie tegen de muur onder het bed zitten. Angstig kijkt Pandie met haar kraaloogje Elsje aan.
‘Eigenlijk ben ik blij dat ik nu ontdekt ben. Het is voor iedereen beter dat ik naar Suriname vertrek,’ mummelt Pandie en kruipt onder het bed vandaan.
Elsje kijkt de pandabeer na en kan haar ogen niet geloven. Daar staat Pandie voor haar. De beer die zij zo graag zou willen hebben.
‘Jij bent me er ook één Brummel, stamelde ze. Samen hebben wij een geheim. Jij hebt al die tijd geweten waar de pandabeer was. Ik ga meteen Beginpiet halen, want nu moeten we zien hoe we alles weer recht kunnen breien.’
Brummel en Pandie begrijpen en helemaal niets van. Heeft Elsje inderdaad Beginpiet geholpen. En waar gaat ze zo snel weer naar toe?

Elsje blijft niet lang weg en staat in de deuropening met Beginpiet.
‘Wel Brummel we moeten iets verzinnen. Hoe moeten we dit aanpakken. Beginpiet is geen probleem, die brengen we gewoon terug naar de stoomboot.’
‘Ja, hoor Elsje, en hoe krijgen we haar op die boot. Jasper kan Beginpiet echt niet dragen. Gek eigenlijk, ik heb Jasper al een tijdje niet gezien.’
‘Hier ben ik. En Jasper steekt zijn kop door de patrijspoort. Wie moet ik naar de stoomboot terugbrengen. Oh ik zie dat jullie elkaar allemaal weer hebben gevonden. Gelukkig maar, nu hoef ik ten minste niets meer geheim te houden. Wat was dat moeilijk zeg,’ en klapperend met zijn vleugels. Oh, wat een opluchting voor Jasper.
‘Ik denk dat jullie Beginpiet het beste met het roeibootje, dat aan de kade ligt naar de stoomboot kunnen terugbrengen,’ brengt Koos de vleermuis naar voren.
Wacht daar even mee, want we zitten met nog een ander probleem,’ zegt Brummel. ‘Wat doen we met Pandie. Eigenlijk wil zij niet naar Suriname, maar als we haar terug aan boord brengen dan moet zij terug naar Suriname.’
Het wordt stil in de kamer. Iedereen probeert een oplossing voor dat probleem te bedenken, maar het is zo’n groot probleem.
‘Ik weet het, ik weet het,’ schreeuwt Brummel opeens.
‘Stil joh, straks hoort oom ons nog en dan zijn we de pineut,’ fluistert Elsje.
‘Ik weet het echt zeker Elsje, zegt hij op gedempte toon. Mijn oom,’ en vertelt over zijn plan. ‘Zo maken we iedereen blij, ja toch?
‘Dat is een fantastisch plan Brummel, maar we moeten wel opschieten, anders zijn we te laat,’ zegt Elsje.
Koos de vleermuis zet zijn poten in de jas van Elsje en gaat ondersteboven hangen. Geschrokken kijkt Elsje hem aan. Ze vindt het maar een eng beest, die Koos de vleermuis.
‘Elsje, ik heb één van de pieten horen zeggen dat als Beginpiet niet op tijd terug is, de stoomboot voor het licht wordt vertrekt,’ zegt Koos.
Elsje trekt een gezicht als een oorwurm en schudt Koos de vleermuis van zich af. Koos laat het voor wat het is en vliegt maar terug naar zijn schuilplaats. Hij moppert nog dat hij er ook niets aan kan doen dat hij er zo eng uitziet en begrijpt niet dat de mensen hem niet mogen.
Elsje besluit dat zij en Beginpiet alvast naar de roeiboot gaan. En Brummel gaat zijn plan uitvoeren. Elsje gooit de roeiboot los en samen met Beginpiet wachten ze tot Brummel ook opstapt.
Als iedereen er is roeien Elsje en Beginpiet als gekken naar de stoomboot die op dit moment begint te toeteren. De lichten op de boot worden aangestoken en het dek ziet zwart van de matrozenpieten.
‘We moeten door roeien Elsje. Ze gaan het anker lichten en terug naar Spanje,’ roept Beginpiet. Beginpiet wil na dit avontuur maar wat graag weer terug naar de boot. Ze heeft de Sint en alle andere pieten toch wel gemist.
Elsje en Beginpiet roeiden de blaren op hun handen. Ze schreeuwen zo hard als ze maar kunnen, maar het lawaai van het ophalende anker, overstemde hen.
Het anker ratelde en komt los van de bodem. De motoren beginnen gelijkmatig te draaien. Vonken vliegen uit de schoorsteen en de stoomboot zetten zich in beweging.
‘We zijn te laat, we zijn te laat,’ roept Beginpiet en van vermoeidheid en teleurgesteld gooit ze de roeispanen neer. En ze moeten toekijken hoe de stoomboot zich van hen verwijdert.
Plots wordt er een lichtflits vanaf de woonboot zichtbaar. De flits baant zich een weg door de donkere hemel en er wordt een felle rode vuurbal zichtbaar. Maar het is of niemand op de stoomboot er aandacht aan schenkt. Vanuit de roeiboot kijken ze wat de stoomboot gaat doen.
‘Het gaat niet lukken,’ huilt Elsje. ‘Alles is voor niets geweest.
De stoomboot vaart verder en uitgeput en teleurgesteld hebben ze het nazien.
Brummel is ook helemaal van slag en hij had nog wel zo’n prachtig plannetje. Ook Beginpiet zit er sikkeneurig bij. Ze schudde met haar hoofd en weet dat ze nooit een echte zwartepiet zou kunnen worden.
Opnieuw is er een vuurbal te zien. Wiegend daalt het in de richting van de stoomboot en komt op het dek terecht.
In de roeiboot wachten ze gespannen af. Dit moeten ze op de stoomboot toch wel opmerken. Als ze zien dat de stoomboot langzaam tot stilstand komt, beginnen ze te juichen.
‘Ze zijn gestopt met varen,’ schreeuwt Beginpiet. Roeien jongens, we kunnen het misschien nog halen. Ze roeien als bezetenen op de stoomboot af. Als ze de stoomboot op korte afstand zijn genaderd, worden er schijnwerpers op hen gericht.
Elsje, Beginpiet en Brummel worden aan dek geholpen en naar Sinterklaas gebracht.
En Sinterklaas is zo blij dat Beginpiet weer veilig op de boot is.
Beginpiet vertelt Sinterklaas wat ze de afgelopen dagen allemaal heeft meegemaakt. Ze vertelt ook hoe goed ze door Elsje en de andere is verzorgd.
Sinterklaas pikt van ontroering een traantje weg en geeft de matrozenpieten opdracht om de boot weer voor anker te laten gaan. Hij geeft de Telefoonpiet en de Journalistpiet opdracht om heel Nederland, België en Suriname in te lichten dat het Sinterklaasfeest gewoon door kan gaan.
De pieten gaan allemaal hard aan het werk om alles toch nog op tijd klaar te krijgen. Sint, Elsje en Beginpiet hebben het heel gezellig samen. En voordat zij er erg in hebben breekt er een nieuwe dag aan.
‘Sinterklaas, Sinterklaas…, roept een Uitzoekpiet zenuwachtig.
‘Rustig Uitzoekpiet, wat is er nu weer aan de hand,’ vraagt Sinterklaas.
‘Ik heb alle pandaberen geteld en er is nu één te veel. Ik begrijp er niets van. En, en…, ik moet Beginpiet gelijk geven, maar ik heb ook echt een beer zien weglopen.’
Sinterklaas moet er hartelijk om lachen en zegt: ‘Ach, je kunt er maar beter één te veel hebben dan één te weinig,’ ha ha ha ha.
‘Dus eind goed, al goed, ja toch mijn beste Pieten. En dat we beren zien lopen dat zal wel door het harde werken komen.’
Iedereen is tevreden en al zingend maakten de Pieten alle cadeautjes in orde zodat ze op tijd bij de kindertjes kunnen worden bezorgt.
Inmiddels hebben de kinderen vernomen dat Beginpiet en de beer zijn gevonden en dat ook het Sinterklaasfeest gewoon doorgaat. Op de kade staat het vol met kinderen en ook de burgemeester is voor deze gelegenheid weer komen opdagen om de Sint officieel te verwelkomen. De Pieten dansen en vertonen hun nieuwste kunsten. Beginpiet mag zelfs met de volwassen pieten meedoen. Ze is zo blij dat ze weer een thuis heeft.
Elsje vindt het wel genoeg. Het plan van Brummel is gelukt, denkt ze, en wandelt in de richting van de woonboot.
Brummel zit achter het raam. Zwaait naar Elsje en houdt de deur voor haar open. Ze neemt naast hem plaats in het raamkozijn.
‘Het is je gelukt om ongezien hier terug te komen.
‘Nou, ongezien, grinnikte Brummel. Moet jij er niet bij zijn,’ vraagt hij aan Elsje.
‘Geen zin Brummel. Ik ben moe en wil slapen. Vanavond krijg ik mijn cadeautje. Oh nee die ligt nu aan boord bij de andere beren. Het is al goed. Ik ben blij dat alles weer goed is gekomen. Wat moet ik met een Pandabeer. Het is het beste dat ik nu naar mijn ouders ga, hopelijk hebben ze me niet gemist. Ik heb mijn bed met kussens opgevuld, maar ik kan maar beter zorgen dat ik thuis kom.’
‘Dat hoeft niet Elsje. Je mama en papa zijn hier. Oom heeft ze ingelicht en samen hebben ze de vuurpijl afgestoken. Dat waren noodseinen, die oom van mijn papa had gekregen.
Bij binnenkomst ziet Elsje haar ouders en ze draagt Brummel onder haar arm. Voor hem is het weer tijd om zich te gedragen als een speelgoedbeer. Oom geeft Elsje alvast haar pandabeer.
‘Deze is voor jou, ik dacht dat ik hem kwijt was, maar hij lag gewoon in de kast. Ik word een beetje oud lieverd, maar gelukkig is hij terecht.’
Elsje is zo blij, kijkt naar de beer en bedankt oom vriendelijk.
Ze begrijpt er niets van. Brummel heeft de pandabeer toch op de boot van Sinterklaas bij de andere beren gezet, denkt ze.
Ze vertelt dat ze erg moe is van het avontuur en wil blijven logeren. Haar ouders vinden het goed dat ze op de woonboot blijft slapen. ‘Gezellig dan kan ik hier met Brummel en Pandie Sinterklaasfeest vieren,’ zegt Elsje.
‘Oh, je beer heeft ook al een naam. Leuk voor je schat,’ zegt haar moeder.
Als haar ouders zijn vertrokken, komen Pandie en Brummel weer tot leven en raken ze niet uitgesproken over het avontuur dat ze de afgelopen dagen hebben beleefd.

Er wordt op het raampje van de patrijspoort getikt en dat doet de druktemakers opschrikken.
Elsje opent het raam en ziet dat het Beginpiet is. Ze geeft haar een enorme knuffel en bedankt iedereen nogmaals voor hun hulp. Geeft de anderen ook een knuffel en Elsje ziet dat ze Brummel een knipoog geeft.
‘Waarom geeft Beginpiet jou een knipoog. Kom vertel op Brummel. En hoe komt het dat ik nu wel een pandabeer heb gekregen?’
‘Oké, ik wilde het je later vertellen. Ik heb de pandabeer netjes bij de andere beren gezet. Beginpiet heeft Uitzoekpiet erbij gehaald en hem overgehaald om opnieuw te tellen. Zoals je weet, was er één te veel. Daarna heb ik de beer gewoon weer teruggenomen. Nu gaan ze Pandie niet meer zoeken en het meisje in Suriname bestaat helemaal niet. Was gewoon een vergissing, meer niet.’
‘Gooi het maar in mijn pet. Ik snap er niets van, maar ik ben wel blij met mijn Pandabeer.’
‘Zo is dat,’ zegt Pandie. En ik kan hier bij Brummel op de woonboot blijven. Ja toch Brummel?’
Brummel spreidt zijn armen en verliefd geeft hij Pandie een dikke zoen.

Einde