Bram en de kerstboom 2

Eén van hen ziet haar aankomen en verschuilt zich achter een muurtje. De één na de ander maakt dat hij weg komt en verstopt zich. Droef blijft voor de poort staan en begint hard te blaffen. Bram wordt nu ook brutaal en gaat naast hem staan.
‘Rustig maar Droef, maar hou ze in de gaten. Bram ontdekt één van de jongens en roept. ‘Zeg jij daar, ja jij op dat hek daar, waar is die boom die jullie van mijn slee hebben gestolen. Ik wil het nu weten, anders stuur ik mijn hond op je af. Denk maar niet, dat ze je op die hoogte niet kan pakken want ze is hiervoor getraind,’ bluft Bram.
Hij ziet de angst in de ogen van de jongen, die geen woord meer durft te zeggen.
Opeens antwoordt een andere jongen, die zich in een boom had verstopt. ‘De boom ligt nog hier. Het was maar een grapje hoor. We hadden hem heus wel aan je teruggegeven.’
‘Ja, ja een grapje, maakt dat de kat wijs. Hier die boom en snel, anders stuur ik mijn hond alsnog op jullie af.’
Eén van de jongens gooit de boom over de muur en samen met Droef verlaat Bram tevreden de straat.
Opnieuw belt hij bij de klant aan, die is zichtbaar tevreden en blij met zijn boom. Bram krijgt ook nu zelfs wat extra geld voor de bezorging. Samen met Droef rent hij weer terug naar het plein. Intussen is het redelijk laat geworden en de man stuurt hem naar huis. ‘Moet u dan niet naar huis,’ vraagt Bram.
‘Nee, jongen dat zou niet zo slim zijn. Als ik dan morgen terugkomt, ligt er geen enkele boom meer. Kom morgen maar weer terug, de laatste dag voor de kerst is er nog volop werk.’
Voordat Bram naar huis gaat kijkt hij nog één keer achter de caravan. Zijn boom staat er nog en moe, en tevreden loopt hij samen met Droef naar huis.

De laatste dag voor de kerst is aangebroken en degene die nog in het bezit zijn van een boom, koopt er nog snel één. Bram is samen met Droef behoorlijk in de weer. Ze bezorgen de ene na de andere boom bij de kopers thuis. De verkoper overhandigd hem steeds weer opnieuw een adres waar hij een boom moest bezorgen. ‘Zo Bram, dit is het laatste vrachtje voor vandaag. Deze moet worden afgeleverd bij dat grote huis net even buiten het dorp. Wil je hem brengen?’
Bram knikt en de verkoper vertelt hem dat de laatste bomen voor de helft van de prijs worden verkocht. ‘Ga, maar gauw. Zoals je ziet is het nog erg druk hier.’
Bram trekt de slee achter zich aan. Hij voelt dat de harde koude wind aanwakkert. Droef buigt zijn kop en trotseert de sneeuw die jachtig tegen zijn snuit slaat. ‘Het wordt wel heel erg koud hé Droef. Laten we bij de bakker iets lekkers gaan halen en bij de slager een lekker stukje vers vlees voor jou. Dat hebben we wel verdiend, na al dat harde werken. Bij de bakker koopt hij voor zichzelf een lekkere knapperige krakeling en hapt er gretig in. Buiten pakt hij de slee en wandelt verderop de slagerswinkel binnen. ‘Ik wil een stuk vlees voor mijn hond kopen.’
De slager kijkt hem aan en vraagt hoe zwaar deze moet zijn. Hij herkent Bram omdat hij op dezelfde kleuterschol als zijn dochters had gezeten. Hij kon de dag, dat zijn beide dochtertjes huilend waren thuisgekomen nog goed herinneren. Ze vertelde dat de vader van Bram was verongelukt. Iedere keer als hij met zijn bus de weg op moest hadden ze hem gesmeekt voorzichtig te zijn omdat ze bang waren dat ook hem iets zou overkomen. Die periode was hem altijd bijgebleven. Zijn dochters hadden het nooit over een hond gehad. Ook zijn zoon, die wat ouder is dan Bram, had hij er nooit over gehoord. Het tragische ongeval van zijn vader had erg veel roering in het dorp gebracht. Uiteindelijk had de gemeente iets aan die gevaarlijke kruising gedaan, maar daar moest wel eerst een gezin zijn naaste voor verliezen.
‘Mijn hond is een grote witte herder, zoveel vlees wil ik voor hem. Ze heeft zo hard gewerkt voor mij. We hebben kerstbomen rondgebracht en nu ik wat centjes heb verdiend, trakteer ik mezelf en mijn hond,’ vertelt hij trots.
‘Tja, dan moet het rundvlees zijn,’ zegt de slager.
‘Waarom rundvlees slager?’
‘Omdat honden geen varkensvlees mogen. Dat is niet goed voor ze en omdat jou hond hard heeft gewerkt, heeft ze dat nodig. Er zitten veel vezels en bepaalde voedingstoffen in, dat is ook goed voor haar vacht. Het is toch een haar?’
‘Ja meneer, een teefje.’ Bram kijkt in het rond en de slager neemt plaats achter zijn hakblok.
‘Geef me maar een groot stuk slager, zei Bram.
Even later komt de slager met een paar flinke stukken vlees terug en stop deze in een zak.
‘Kijk eens, dit zal ze wel lusten, wat over is moet je maar aan je moeder geven. Dan hebben jullie met de kerst ook nog een lekker maaltje.’
‘Wat krijgt u van mij,’ vraagt Bram en haalt zijn verdiende geld uit zijn zak.
‘Niets jongen, het is kerstavond en jij, je moeder en de hond hebben dit verdiend. Hoe heet je ze?’ ‘Droef meneer, ze zal het heerlijk vinden en mijn moeder ook.’ Hij bedankt de slager vriendelijk en verlaat de winkel. De slager kijkt hem na, niet wetende dat hij zoveel goeds had verricht. Hoewel, hij had wel gezien dat het bij Bram thuis geen vetpot was. De jas en de schoenen van de jongen waren nodig aan vernieuwing toe. Misschien moet ik Elly vragen of zij weet waar de jongen woont, misschien zou ik wat meer voor hem kunnen doen, neemt hij zich voor en belt zijn vrouw.
Droef ligt geduldig voor de slee op zijn baasje te wachten. Als je niet zou weten dat ze daar lag zou je haar niet eens zien liggen, zo wit is haar vacht.
‘Oh nee hé niet weer.’ Van schrik laat Bram het pak vlees vallen en ontdekte dat voor de 2e keer de boom verdwenen was.
‘Nee hè, toch niet weer. Waarom reageert Droef toch niet. Die rotknullen,’ moppert Bram.
Droef schut zich uit en snuffelt aan het pak met vlees.
‘Nee Droef, je krijgt niets. Je hebt opnieuw zomaar een boom laten pikken,’ maar Droef snapt er niets van. Wat Bram ook tegen haar zegt, ze blijft maar met haar staart kwispelen. Opeens begint ze hard te blaffen en loop van de slee weg.
‘Weet je dan waar die boom is. Sorry Droef, sorry dat ik zo lelijk tegen je deed,’ maar Droef gaat helemaal niet achter de kerstboom aan, maar neemt de weg terug naar huis.
Bram roept haar terug en zegt dat ze pas naar huis kunnen als ze de laatste kerstboom op zijn bestemming hebben gebracht.
‘Als de verkoper er achter komt dat we hem kwijt zijn kunnen we onze kerstboom wel vergeten, ’ schreeuwt hij Droef na.
Hij neemt het touw van de slee en voelt de pijn in zijn botten. Vermoeit sleept hij de slee voort en hoopt dat hij de boom alsnog terugvindt. Zijn benen willen niet meer en ook Droef vertikt het om verder te gaan. Hij geeft het zoeken op en neemt de weg terug naar het plein.
Het begint al te schemeren en het wordt steeds kouder en kouder. Zijn handen en voeten doen pijn van de kou en hij probeert zijn handen warm te wrijven. Zo lopen ze beiden verder. Droef laat zijn kop hangen, niet begrijpend waarom zijn baasje zo narrig tegen haar doet.
‘Ik ben zo moe Droef. Hoe moet ik de verkoper uitleggen waar de boom gebleven is.’
Droef drukt zijn snuit tegen zijn hand en even leek het erop alsof hij voelde wat zijn baasje bedoelde. Eindelijk komen ze bij het plein, maar het plein is leeg en verlaten. De verkoper en zijn caravan zijn verdwenen. Er is geen kerstboom meer te zien. Verdrietig laat Bram zich in de sneeuw vallen en Droef likt troostend zijn gezicht en begint te blaffen.
‘Je wilt naar huis hè Droef. Tja, laten we maar gaan er zit niets anders op. Maar ik vind het wel een rotstreek dat hij onze kerstboom heeft verkocht. Hij kon toch niet weten dat we de laatste boom niet op het adres hebben afgeleverd. Ik vind het een rotstreek,’ mopperde hij triest.
Hij neemt het zichzelf kwalijk dat hij de laatste opdracht niet goed had uitgevoerd, maar dat is nog was geen reden om hem zo te behandelen. Ten slotte hadden Droef en hij de afgelopen twee dagen hard gewerkt.
Iedere keer als Bram langzamer ging lopen, kwam Droef terug en spoorde hem aan om op te schieten. Maar voor Bram hoefde het niet meer.
Deze kerst wordt toch geen moer meer aan en ik kan niet terug naar huis. Ik heb gefaald en wat moet ik moeder zeggen. Ze wil natuurlijk weten wat we de afgelopen twee dagen hebben uitgevoerd, maar Droef duwt hem tegen zijn achterste of hij nu wilde of niet, ze zorgde dat hij de weg naar huis moest bewandelen. Met knikkende knieën van schaamte opent Bram de keukendeur en ziet zijn moeder aan het aanrecht staan.
‘Zo, ben je er eindelijk. Ik maakte me al ongerust. Waar heb je al die tijd gezeten en wat heb je daar bij je,’ en ze pakte het pak aan. Toen ze de zak opende sloeg ze haar handen voor het gezicht. Verbaast kijkt ze hem aan en vraagt. ‘Hoe kom je eraan. Je hebt het toch niet gestolen?’
‘Nou mam doe niet zo raar. Ik wilde een stuk vlees voor Droef kopen, van mijn eigen verdiende geld, maar de slager vond dat wij met kerst ook wel wat lekkers hadden verdien en heeft iets extra’s meegegeven. Maar of ik het echt verdien dat, weet ik niet.’
Ze stuurt Droes naar de woonkamer en neemt Bram’s handen in de haren. Wrijft ze warm en vraagt waarom hij het niet verdient. Hij vertelt haar het verhaal en moeder kijkt hem glimlachend aan.
‘Sluit je ogen, hou mijn hand vast. Niet kijken hoor. Ik zorg dat je nergens tegenaan loopt,’ en ze neemt hem mee naar de huiskamer. Daar mag hij zijn ogen openen en dan ziet Bram tot zijn grote verbazing zijn kerstboom. Versiert met lichtjes en slingers naar hem pronken. Sprakeloos staart hij naar de boom, maar dan fluistert hij. ‘Maar mam, dat is niet eerlijk. Die mensen waar ik de boom moest brengen, hebben nu geen leuke kerst. Misschien hebben ze wel kinderen. Ik voel me er zo rot onder. Zo kan ik toch geen kerst vieren. Ik moet dan steeds aan dat gezin denken. Het is niet eerlijk. Kunnen we deze boom niet brengen?’
‘Nee jongen, jij hebt deze boom met je hart en ziel verdient. Hij staat er nu en hij blijft staan,’ Bram kijkt zijn moeder aan en vraagt opeens. ‘Maar hoe komt hij dan hier?’
‘De verkoper had een vergissing gemaakt. Hij had per ongeluk jouw boom op de slee gelegd en toen hij je bij de slager zag staan, heeft hij hem van de slee gehaald en naar hier gebracht. Het moest een verrassing voor je zijn, maar ik weet zeker dat, als hij dit geweten had, hij het heel anders had aangepakt.’
‘Oh, daarom deed Droef niets. Hij kent de kerstbomenverkoper heel goed en zag er dus geen kwaad in toen hij onze boom meenam. Maar hoe zit het dan met die mensen waar ik een boom naar toe moest brengen?’
‘De verkoper had er nog een paar liggen en heeft de klant uitgelegd dat de boom die zij hadden uitgezocht eigenlijk al verkocht was. Als troost heeft hij de klant niet één, maar twee bomen gegeven. En…, ze hoefde er maar voor één te betalen.’
Bram sloeg zijn armen om haar nek en zei. ‘Mam, ik houd zoveel van je. Nu hebben we een kerstboom en lekker runderlapjes voor ons alle drie en kijk eens.,’ hij haalde zijn zakken leeg en samentelde ze het geld. Zijn mond viel open van verbazing.
‘Heb ik dit allemaal verdien. Nu hebben we voorlopig te eten mam en kunnen we wat extra hout voor de kachel kopen.’ Bram trok Droef naar zich toe, kuste haar bovenop haar snuit en zegt. ‘Dat hebben we toch maar samen goed gedaan hé Droef,’ maar Droef snapt er niets, die geniet alleen maar van het lekkere stukje vlees dat ze van haar baasje kreeg.

Plotseling wordt er hard aan de deur geklopt. Moeder en Bram kijken elkaar aan, niet begrijpend wie er op dit tijdstip nog langs zou kunnen komen. Moeder staat op en strijkt haar wollen jurk glad, loopt naar de deur en opent hem. Verbaast kijkt ze naar buiten. Er werd toch echt aan de deur werd geklopt, denkt ze. Net als ze de deur weer wil sluiten ziet ze een grote kist staan.
Ze roept Bram en samen tillen ze hem de huiskamer in. Daar maken ze de kist open en van verbijstering valt hun mond open. De inhoud van de kist straalt hem toe. Hij zit vol levensmiddelen en warme kleding voor Bram. Bovenop ligt een briefje en moeder leest het met sierlijke letters geschreven briefje voor.

Kerstfeest moet voor ieder van ons een blijde gebeurtenis zijn met warmte en liefde van onze naaste.
Sommige van ons voelen het gemis van hun dierbare en moeten dag in, dag uit de eindjes aan elkaar knopen om rond te komen. Met deze inhoud hopen wij (uw gulle gevers) een warme kerst toe.

Einde.