Boris is ziek deel 2

Het was middernacht.
Snippie was in slaap gevallen. Bukkie lag te geeuwen en hadden zich onder de staart van Boris verstopt. Opeens begon Snippie te snurken. Eén van de verzorgers was binnen gewandeld en controleerde hoe het met Boris was. Ze voelde aan één van zijn oren. Plots hoorde ze geluid. Ze keek om haar heen en deed een stapje terug.
‘Is daar iemand, kom tevoorschijn,’ klapte het hok dicht en maakte dat ze weg kwam.
Bukkie schudde Snippie wakker. Die mummelde maar wat en was niet van plan om wakker te worden. Bukkie wilde geen tijd verliezen en sleepte hem mee buiten het hok. Kort daarop kwam de vrouw samen met een man terug en zochten de omgeving af.
Bukkie gluurde vanachter een prullenmand en zag dat de man de staart van Boris optilde.
‘Zie je wel, je ziet spoken. Er is hier echt niemand. Kom laten we samen maar Boris onderzoeken,’ zei de man.
Ze onderzochten hem en wenste hem sterkte.
‘Je praat tegen die hond alsof het je kind is. Denk je soms dat hij je begrijpt. Naou daar geloof ik niets van,’ lachte de man.
‘Dat moet je niet zeggen. Ze voelen aan of je het goed met ze meent!’
Ja ja, het is al goed. Het is jouw dag.’
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Nou dat jij gelijk mag hebben,’ en liet haar alleen achter.
Een moment stond ze ontdaan om zich heen te kijken en liep toen snel achter hem aan.
‘Hij kan me wat, maar ik kom hier midden in de nacht niet nog eens alleen kijken. Ik hoorde en zag toch duidelijk iets bewegen. Als ik ergens bang voor ben dan is het voor ratten.’
Bukkie hield Snippie dicht tegen zich aan, maar die sliep gewoon door. Hij keerde terug naar Boris en ging vlak voor zijn droge neus zitten. Minuten had hij hem aangekeken, maar er was geen enkele vooruitgang aan hem te zien.
‘Ik hoop dat je het haalt Boris. We kunnen je niet missen. De hele buurt treurt om je,’ fluisterde hij. Als jij het opgeeft, wil ik ook dood,’ en hij wreef met een pootje zoals hij dat wel vaker deed over zijn neus. Een momentje wipte de neus van Boris omhoog, maar verder gebeurde er niets.
‘Alsjeblieft Boris laat me weten dat je me hoort. Beweeg je neus op mijn teken. Doe het alsjeblieft,’ maar Boris gaf geen krimp.
Uitgeput kroop hij tegen Boris aan en uiteindelijk viel ook hij inslaap.
Voetstappen deed Bukkie wakker worden. Opende zijn oogjes en zag tot zijn schrik een vrouw voor hem staan. Ze nam hem op en stopte hem in een mandje. Deze was zo klein dat hij zich er nauwelijks in kon bewegen. En verstijft gluurde hij door de priegelige spleetjes. Zwevend door de lucht, droeg ze het naar de buitenplaats en daar zag hij de anderen katten rondspringen.
Heb ik te lang liggen slapen. En waar is Snippie, dacht hij. Hij probeerde aandacht te trekken door hard te gaan miauwen, maar niemand had aandacht voor hem.
De vrouw schudde aan de mand en riep dat hij zich stil moest houden. Voor een vuilnisbak bleef ze staan, drukte haar gezicht tegen de mand en zei.
‘Zo joh, nu hoeven we geen geld aan jou te verspillen,’ ze tilde het deksel op en gooide hem met mand en al in de bak. Toen de deksel werd dichtgesmeten werd het pikkendonker rond hem.
‘Hè, Buk wakker worden, er komt iemand aanlopen,’ hij opende zijn ogen en zag Boris recht en fier naar hem zitten staren. Tot zijn geluk besefte hij dat die had gedroomd en moest hoe blij hij ook was, toch van de schrik bekomen. Maar daar was geen tijd voor, want Boris bromde alweer.
‘Wegwezen, zei ik toch,’ en Boris haalde uit met zijn poot. Bukkie vloog door de lucht en kwam naast de nog slapende Snippie terecht.
De verzorgster, waar hij over had gedroomd, opende het hok van Boris. Hij zag aan haar uitdrukking van het gezicht dat ze was blij dat Boris weer was opgeknapt. En van blijdschap, maakte ze een vreugdedansje rond zijn hok.
Opeens hield ze op, toen ze Bukkie en Snippie in de hoek achter het hok zag liggen. Toen Boris zag dat ze Bukkie en Snippie wilde oppakken, sprong hij op zijn vier poten. Stapte uit het hok en ging brommend voor haar staan.
‘Boris ik doet ze niets. Maar ze kunnen hier niet blijven. Laat me er even door,’ maar daar kreeg ze geen kans voor. Hij maakte zich zo groot mogelijk en ging met zijn zware lichaam tegen haar opstaan. Gooide zijn lap tong naar buiten en lebberde haar af.
‘Rustig maar, je bent een lieve hond. Nu even opzij dan kan ik erbij. Boris voelde dat hij nog niet helemaal de oude was en liet zich gewillig naar zijn hok brengen. Eenmaal in zijn hok zag hij tot zijn vreugde dat de twee kitten waren gevlucht.
‘Heb je nu je zin Boris, ze zijn weg. Wat moet ik met zo’n hond als jij,’ maar gaf hem een flinke aai over zijn kop.
Boris liet zich onderzoeken en begreep dat de vrouw tevreden over hem was.
‘Ik ben zo blij dat je weer bij ons bent Boris. Het had niet veel gescheeld.
Boris keek haar met een scheve kop aan en snapte er de ballen niet van.
Wat wil dat mens toch van me. Ik wil naar mijn hok in de tuin en lekker luieren, maar voor hij er erg in had, stond de baas en bazin voor hem. Nog nooit had hij ze zo blij gezien. Het leek of ze hem wilden doodknuffelen.
De verzorgster nam de baas en bazin mee zodat ze hem nog wat medicijnen en instructies kon geven, toen opeens Bukkie tevoorschijn kwam. Hij vroeg aan Boris of hij wist waar Snippie is gebleven.
‘Ik dacht dat jullie beiden al op weg naar huis waren. Het spijt me Buk, maar ik zit aan de riem en moet met onze baasjes mee.’
Bukkie sloop naar de deur en wipte naar buiten. Daar verstopte hij zich en zwaaide Boris uit.
En nu opzoek naar die bengel van een Snip. Waar zal die uithangen, dacht hij. Maar waar hij ook zocht, Snip was nergens te zien. Hij rende rond het gebouw en werd steeds ongeruster.
Een moeder met haar kittens sprong opzij, toen zij hem zag aankomen rennen. Hij remde af en voelde de hitte onder zijn voetzolen ervan branden. Keerde zich naar de poes met de kitten en vroeg of zij zijn broertje had gezien. Maar ze wilde niet luisteren en verstopte zich.
Bukkie snapte er niets van. Tot hij opeens geluiden achter hem hoorde en één van de bende leden zag aankomen. Toen begreep hij waarom de poes zo bang was.
Dan maar naar huis. Snippie zal me wel voor willen zijn om ze te vertellen dat Boris weer beter wordt, dacht Bukkie.
Onderweg bedacht hij zich dat Snippie eerst langs de bende moest.
Daar heb ik niet bij stilgestaan. Straks hebben ze hem te grazen genomen, dacht hij.
Hij kwam tot stilstand toen hij voelde dat er gevaar dreigde en verstopte zich achter een vuilniszak. Zijn bange vermoeden werd werkelijkheid. Voor hem zag hij twee bende leden met Snippie tussen hen in en verdwenen tussen huizen. Hij sloop achter ze aan en beloofde zichzelf dat hij niet zonder Snippie thuis zal komen. Voor hem betekende dat, samen uit samen thuis. ‘Dat is een belofte die staat als een huis,’ mompelde hij.
Lenig sprong hij over schuttingen en heggen en opeens zag hij de schuilplaats van de bende. Verdekt keek hij in het rond en zag nog net hoe Snippie in een hok geduwd werd.
Dat wordt een moeilijke en lange nacht. Op dit moment kan ik alleen maar toezien, dacht Bukkie. Kromp ineen, ging op zijn buik liggen en zocht de hemel af.
Het is jammer dat Barend er niet is, want die zou ze wel afleiden, dacht Bukkie. Opnieuw speurde hij de hemel af en een moment dacht hij de schim van Barend op te vangen.
Kom Barend, ik kan Snippie niet alleen bevrijden, dacht hij. En de hoop sloeg al snel om in teleurstelling. En besefte dat hij het in zijn eentje moest opknappen. Hij haalde een paar keer diep adem en zei hardop. ‘Kom op joh, laat je niet door die stomme katten op de kop zitten.’
Iedere keer als één van de bendeleden die de wacht hield de schuilplaats binnen wipte, sloop hij dichterbij. Om de zoveel tijd zat er een andere kat en slepen hun nagels nog scherper dan ze al waren. Koude rillingen deed hem huiveren, maar besefte ook dat als hij niets doet, hij Snippie nooit meer terugzag.
De bende stond bekend om hun kwade bedoelingen en ze deinsde er niet voor terug om Snippie iets aan te doen.
Toen de duisternis in viel, moest hij zijn best doen om niet in slaap te vallen. Een kat die blijkbaar nog niet zo lang bij de bende zat, liep stoer heen en weer voor het hok.
Bukkie verloor hem geen moment uit het oog. Plots zag hij de kat ineengedoken op een stoel ging zitten. De maan die nu vol boven de huizen stond, gaf de omgeving een enge aanblik.
Bukkie waagde het erop, sprong van het schuurtje en sloop op de kat af.

‘Ik mag niet slapen,’ mummelde de kat en sloeg zijn nagels uit. ‘Ik moet me tegenover de leider bewijzen en wil zo graag bij de bende horen,’ en om niet in slaap te vallen, ging hij staan.
Bukkie schrok zich het apelazarus. Hij dacht dat de kat hem had ontdekt, en wilde wegvluchten. Hij beheerste en bleef doodstil zitten.
De kat keek in het rond en het leek erop dat hij zich in het maanlicht ook niet echt prettig voelde.
Bukkie werd steeds brutaler en kroop onder het dekzeil dat naast het schuurtje lag. Nam zijn zaklamp uit zijn rugzak, knipte het aan en zag verbaasd, maar ook grinnikend een motor staan.
Zou hij het nog doen, dacht hij en bekeek de motor van top tot teen. Schroefde voorzichtig de benzine dop los en rook meteen dat er benzine in zat. Zelfs het contactsleuteltje hadden ze erin laten zitten.
Ik moet risico’s nemen en hopen dat de motor meteen aanslaat. Maar nu eerst Snippie zien te bevrijden. Hij sloop onder het dekzeil vandaan en sprong via de schutting op het schuurtje. Toen hij over de rand keek, zag hij aan de houding van de kat dat die in slaap was gevallen. Het bolletje wol dat hij altijd in zijn rugzak meedroeg, haalde hij tevoorschijn. Rolde het af en nam een dubbele draad zodat hij sterker werd. Liet het zakken en na een paar missers, kreeg hij het om de nek van de kat. Bond het stevig aan een spijker die aan het dak vast zat en sprong van het schuurtje.
Doordat de maan opeens achter de wolken schuilging, werd het stikken donker.
Gelukkig ben ik een kat en kan alles goed zien, Ging over de rand van het dak hangen, rekte zich uit en kon maar net bij de grendel komen. Duwde eraan en al piepend schoof het opzij. De schrik zat er opeens goed in. Onbeweeglijk keek hij naar de kat die plotseling wakker werd. Snel trok hij zicht terug en vanaf de rand van het dak bespiedde hij de kat.
‘Ik dacht toch echt dat ik iets hoorde. Ik moet wakker blijven,’ hoorde hij de kat zeggen.
Bukkie had het niet meer, want als de kat zou merken dat er touw rondom zijn nek zat, kon hij het wel schudden. En alsof het niet mocht, kwam ook de maan nog eens vanachter de wolken vandaan. Hij trilde op zijn potjes en kon niets anders dan rustig afwachten. Het wachten duurde zolang dat de koude nacht zijn neus en het puntje van zijn staart stijf aanvoelde.
Als ik Snippie voor het daglicht wil bevrijden, moet ik echt iets gaan ondernemen. Hij rekte zich opnieuw uit, schoof de schuif opzij, sprong van het dak en trok aan de grendel van de deur. Langzaam opende deze zich en stilletjes sloop hij naar binnen.
In een hoekje zat Snippie te beven van angst en met een trillend stemmetje hoorde hij hem zeggen.
‘Je doet me..,’ maar verder kwam hij niet.
‘Sssst, ik ben het Bukkie. Kom mee, we moeten ons haasten.’
Snippie pakte de staart van Bukkie en volgde hem. Buiten zat de kat die de wacht hield nog steeds in dezelfde houding. Samen trokken ze geruisloos het zeil van de motor, reed hem zover mogelijk van de schuilplaats vandaan, toen plotseling de stilte werd verbroken door gekrijs van katten.
Zij beseften dat ze waren ontdekt.
Bukkie probeerde de motor te starten, maar meer dan een dof geluid kwam er niet uit.
‘Opschieten Buk, ze komen eraan!’
Bukkie deed zijn best, maar er gebeurde niets.
‘Moet je niet eerst de benzinekraan openzetten. Dat zie ik je altijd bij je eigen motor doen,’ en inderdaad.
De zenuwen gierden door Bukkie’s keel. Draaide de benzine kraan open, probeerde het opnieuw en toen sloeg de motor in één keer aan. Een gebrul en een knal van de uitlaat donderde door de nacht. Bukkie draaide aan de gashendel en schreeuwde.
‘Spring Snip, ze zitten vlak achter ons!’
Eén van de katten sprong en pakte Snippie bij zijn staart. Toen Bukkie achteromkeek en dit zag, liet hij de koppeling los en de motor schoot vooruit. Hij bestuurde de motor alsof het zijn eigen voertuig was. Het gevaarte stuurde hij door stegen en ontweek velen bomen.
De kat die nog steeds aan de staart van Snippie hing, was niet van plan om deze los te laten. Snippie moest al zijn kracht gebruiken om niet van de motor afgetrokken te worden.
Opeens nam Bukkie een scherpe bocht. Deze was zo scherp dat het achterwiel begon te slippen en een moment leek het erop dat ze een muur niet meer konden ontwijken. De motor slipte verder en het zag ernaar uit dat het te laat was. De vonken vlogen in het rond toen de motor langs de muur schraapte. Bukkie zou gas moeten verminderde maar in plaats daarvan gaf hij juist nog meer gas en ging hij nog harder. De motor hief zich op en scheerde rakelings langs een paar bomen. Opeens hoorden ze gekrijs achter hen. Bukkie wilde stoppen, maar Snippie vond dat hij door moest rijden. Bukkie liet de motor langs de hoge stoeprand tot stilstand komen en zei dat Snippie achter hem moest kijken. En zagen de kat mank afdruipen.
‘Zo daar hebben we voorlopig geen last meer van, zei een opgeluchte Snip. Hij bedankte Bukkie, maar die haalde zijn schouders op.
‘We zijn toch broertjes, dus we helpen elkaar’.
Net toen hij weg wilde rijden, werden ze omringd door de bende.
‘Daar hebben we de slimmeriken,’ snauwde de leider naar ze. Hij nam wijdbeens plaats voor de motor en Bukkie zag dat hij wel heel erg groot was. En moest daardoor een paar keer slikken. Keek hem aan en zag dat hij er nog gemener uitzag. Eén van zijn tanden stond schreef en de andere waren zo rot als maar zijn kon. En toen hij zijn nagels uitsloeg en deze langs Bukkie’s neus scheerde, wist hij dat als hij niets deed, het niet zo goed met ze zou afgelopen.
Snippie stapte af en nam voor de leider plaats.
‘Niet doen Snip, spring achterop!’
Snippie kwam in actie en gaf de leider een harde schop tegen zijn knie. Pas toen hij hem in elkaar zag krimpen, sprong hij achter op de motor. Bukkie gaf volgas en scheerde rakelings langs één ander bendelid die net op tijd kon wegspringen.
‘Ik krijg jullie nog wel,’ schreeuwde de leider ze na.
Bukkie grinnikte, keek achterom en zag dat Snippie van de motor was gevallen. Hij zat niet ver van de bende op zijn gat. Hij twijfelde geen moment, draaide de motor, gaf volgas en reed op de bende in. Die rekende erop dat hij zou stoppen, maar toen ze hem te dichtbij zagen naderde, moesten ze opzij springen. Bukkie zette de motor naast zijn broertje en hielp hem met opstappen. Liet de motor brullen en voordat de bende hun alsnog konden pakken, gaf hij gas en steigerend en alleen op het achterwiel, sprong de motor vooruit.
‘Zo Snip, daar hebben we voorlopig geen last van.’
Op hun gemak reden ze de wijk uit, zette de motor tegen een muur, liet de banden leeglopen en wandelde het laatste stuk naar de tuin.
‘Ik ben blij dat we er heelhuids vanaf zijn gekomen Bukkie. Het had geen haar gescheeld of we waren dood. Laten we het vergeten en snel naar huis gaan. Ik ben benieuwd hoe het met Boris is. Ze zitten natuurlijk al op ons te wachten.’
Toen ze bij het hok van Boris aankwamen, brak ook de ochtend alweer aan.
Snippie sloop naar binnen en zag Boris opgerold liggen slapen.
‘Laten we maar naar onze mand gaan, zei Bukkie. Ik denk dat Boris met rust gelaten wil worden,’ keek nog eenmaal om en volgde Snippie.
‘Bedankt jongens, hoorde ze achter zich. Ik ben nog niet de oude, maar morgen zal het wel beter met me gaan. Vertel me dan maar waar jullie de hele nacht zijn geweest. De anderen hebben hier bij mijn hok op jullie liggen wachten. Ik heb ze maar naar hun bedje gestuurd. Het is dus mijn schuld dat er niemand is om jullie te verwelkomen.’
‘Is al goed, zei Bukkie. Wij begrijpen het wel,’ en ze verdwenen door het kattenluikje.
In de keuken was het stil en leeg en iedereen lag in zijn eigen mand te ronken.
‘Stil Snip, laat ze maar lekker slapen,’ en samen doken ze in hun mandje.
‘Psst, hoorde ze vanuit een andere mand. ‘Ik ben blij dat jullie heelhuids terug zijn. Ik heb geen oog dicht gedaan.’
‘Dank je wel Dorientje, we zijn erg moe.’
‘Gaan jullie maar lekker slapen. Ik moet er toch uit om voor het ontbijt te zorgen. Het is vandaag wel jouw beurt Buk, maar ik neem het van je over.’
’Je bent een schat Dorien,’ en ze vielen in diepe slaap.
Bukkie had bijna de hele dag geslapen, maar werd plots wakker van veel lawaai dat van buiten kwam. Hij wreef zijn ogen uit, maakte Snippie wakker en samen sloften ze op het lawaai af.
Bukkie sprong op het aanrecht van waaruit hij het hok van Boris goed kon zien. Boris lag als vanouds voor zijn hok en genoot van het zonnetje. Het hok was versierd met vlaggetjes en daar begrepen ze samen niets van.
‘Gek toch. Boris is toch niet jarig’ zei Snippie. ‘Kom Buk, laten we erop afgaan. Nu wil ik weten waarom Boris hok is versierd.’
Barend en Barbet zaten op de nok van het hok toen ze de twee bij het kattenluikje zagen staan. ‘Snip, Boris heeft een feestje,’ en Barbet wuifde dat ze moesten komen.
‘Volgens mij zijn jullie baasjes blij dat hij beter is,’ zei Barend al klapperend mat zijn snavel.
Ze rende erop af en tot hun verbazing was er helemaal niemand te zien. Zelfs Boris was opeens verdwenen. Bukkie snapte er niets van. En Snippie die boos werd omdat hij dacht dat Barbet en Barend hem in het ootje hadden genomen, haalde hij naar ze uit en zei.
‘Dat vind ik een rotstreek,’ maar hield zijn mond toen er muziek door de tuin klonk. Dieren kwamen uit hoeken en gaten en zelfs uit de lucht vallen. De muziek waar ze zo van hielden, deed ze veel plezier en al dansend en springend draaide ze in een grote kring door de tuin.
Opeens werd de kring kleiner en dansten allen rond het hok van Boris.
Die zag het niet zitten en vluchtte de tuin uit. Nam plaats op straat bij de voordeur, legde zijn poten tegen zijn oren en zei.
‘Wat een gehoor zeg, waar ben ik aan begonnen,’ en dook diep weg. Maar diep in zijn hart was hij maar wat blij dat ze allemaal weer bij elkaar waren.

Einde.