9 Dorientje wil touwen

Het leven in de tuin ging zijn gangetje en de hitte was eindelijk te dragen. Een koele bries liet het hoge gras golven en Dorientje hield zich schuil achter een dichte struik.
‘Ik hou van je Dorientje, ik ben stapel op je,’ zei Roberto zachtjes.
Verlegen boog ze haar kopje en fluisterde.
‘Ik ook op jou Roberto. Ik ben zo blij dat je verkering met me wilt,’ en ze gaf hem en kopje langs zijn nekharen.
Boris hield zijn baasje dat aan het vissen was gezelschap. Hij lag dicht bij de sloot en volgde de bewegingen van Dorientje en Roberto.
Barend was druk bezig zijn verenpak in orde te brengen en merkte dat Boris naar een struik lag te gluren.
‘Wat is er toch zo bijzonder waar je naar ligt te gluren,’ vroeg hij.
‘Niet zo zeuren Barend, anders kan ik niet horen wat ze zeggen. Je moet weten Barend, Dorientje is verliefd.’
‘Stil Boris, anders jaag je de vissen weg. Ik wil niet dat je naar de vogels bromt,’ zei het baasje en gaf hem een aai over zijn kop.
‘Zo, daar heb je niet van terug hè. Je baas vindt ons veel liever,’ zei Barbet en ondertussen pikte ze al het vuil uit het nest.
Boris kreeg er genoeg van, stond morrend op en wandelde naar zijn hok.
‘Wat hebben die vogels een kapsones zeg,’ en liet zich op de grond neerploffen.
Dorientje kwam uit het bosje tevoorschijn en rende naar het kattenluikje.
‘Mam ik ben verliefd en wil trouwen,’ riep ze.
‘Dat is goed meid. Wanneer is het feest,’ vroeg haar moeder.
‘Dus ik mag met Roberto trouwen?’
Maar toen werd het doodstil. Ze sloop achterwaarts terug door het luik en keek voorzichtig om het hoekje.
‘Kom jij eens binnen, riep haar vader streng,’ en meteen begreep ze dat ze het verkeerd had aangepakt en zwierde op hem af.
‘Kom eens hier kleine meid. Ten eerste ben je te klein om te trouwen en ten tweede. Wie gaat er met zo’n schijter van een kat trouwen die zijn vrienden laat vallen als een baksteen.’
Even zag het ernaar uit dat Dorienje boos werd. Ze rende de tuin in en liet zich boven op Boris vallen.
‘Boris ik wil trouwen, maar mijn vader is ertegen, wat moet ik doen?’
‘Je bent daar toch veel te jong voor. En wie zou de gelukkige moeten zijn?’
‘Roberto natuurlijk. Wie dacht je anders?’
‘Oh die, gelukkig kan je er nog lang over nadenken, waar begin je aan. Het is een kat met kapsones en hij is zo bang als een wezel.’
‘Dat vind ik een rotstreek van je. Hij is erg lief voor me. Ik praat ook niet meer met jou. Rot hond,’ en verbolgen ging ze Roberto zoeken.
Die stond buiten het erf met een paar andere meiden te praten. Ze wilde op hem afstappen, maar hield zich plotseling in.
‘Je gaat toch niet met zo’n trutje als Dorientje om. Ze heeft je niets anders te bieden dan verwaandheid,’ neem ons. Wij zijn vriendinnen voor het leven. Met ons kun je lachen,’ en ze kroelde met hun zwerfkopjes tegen zijn lichaam.
‘Dat weet ik best, maar ik houd haar alleen te vriend zodat ik ongestoord en zonder kleerscheuren door hun tuin kan. Anders moet ik via de brug omlopen om hier te komen. Kom liefjes van me, we gaan iets lekker uit mijn vaders winkel halen.’
Het kleine hartje van Dorientje brak en de tranen liepen langs haar snorharen. Ook Bukkie had mee geluisterd en probeerde haar te troosten.
‘Kom lieve zus van me, hij is je niet waard. Laten we plezier maken. Trouwen is ook niet alles. Daarmee moet je wachten tot dat je de ware vindt. Niet zo’n asbak als een Roberto. Veel bombarie en niets in zijn mars. En trouwens hij heeft Italiaans kattenbloed, die hebben op elke hoek van de straat een ander liefje.’
Samen wandelde ze naar Boris, vertelde wat er gebeurd was en die werd razend.
‘Als hij nog één stap op mijn erf durft te zetten, Grrrr,’ en liet zijn kaken hard tegen elkaar slaan.
Ook Barend hoorde het nieuws, nam plaats op de kop van Boris en zei.
‘Ik heb een plan jongens. Boris je moet hem maar niet bijten. Ik ken een kitten twee tuinen verderop. Het is een leuk knulletje om te zien. Als we hem nou eens vragen om voor de lol met Dorientje te trouwen. We geven dan een groot feest en lokken Roberto naar hier. Wat vinden jullie van mijn plan?’
Boris schudde met zijn hoofd, Bukkie gaf een diepe zucht en Vlekkie vroeg.
‘Kan je het plan nog eens herhalen. Ik heb het niet echt begrepen,’ en begon te grinniken.
Barend wilde zijn plan opnieuw uitleggen, maar Boris onderbrak hem en zei.
‘Ik vind het een super idee. We kunnen hem daarna meteen voor altijd wegjagen.’
‘Hoe gaan we het aanpakken,’ vroeg Momfit die zijn kopje boven de grond uit stak.
Ook Barbet bemoeide zich ermee en had een pracht plan in haar hoofd.
‘Kom vertel op,’ riep Dorientje. ‘Ik wil die arrogante kwast weleens een lesje leren.’
Barbet legde uit wat de bedoeling was en ze vonden het een goed plan.
‘Dus morgen moet het gebeuren. Buk jij zorgt samen met Vlekkie dat Roberto hier morgen op tijd is. Barend zorgt dat Snoopie, ja zo heet hij ingelicht wordt. Toos jij zorgt voor de mooiste jurk uit de omtrek en Dorientje helpt je daarbij.’
Mientje de mol wilde ook graag haar steentje bijdragen, maar iedereen was het erover eens dat zij veel te klein was om te helpen. Alles gebeurde immers bovengronds.
‘Ik weet wat Momfit en Mientje kunnen doen. Ze moeten de grond onder de plek waar Roberto staat weggraven,’ zei Snippie.
‘Dat vind ik een goed plan,’ zei Dorientje ‘En laat hem maar flink zweten.’
‘We krijgen hem wel klein,’ vulde Snippie haar aan.
Momfit en Mientje waren blij dat ook zij aan het plan konden deelnemen. Ze kozen een goede plek uit waar ze Roberto moesten neerzetten en ze begonnen alvast aan hun opdracht.
Bukkie en Vlekkie slopen onder het raam zo langs de keukendeur en verlieten de tuin. Daar rende ze naar het winkeltje van Roberto’s vader en vroegen of hij wist waar zijn zoon was.
‘Hij is net met zijn vriendinnen de winkel uit. Je moet ze bijna tegengekomen zijn. Ik denk dat ze naar het plein gaan. Er zou daar een muizententoonstelling zijn,’ zei Roberto’s vader.
Ze wisten genoeg, rende naar het plein en ja hoor daar stond hij. Arrogant als altijd, vrat hij zich vol aan restjes kattenstengels.
‘Laat mij het woord maar doen Vlek. Leid jij die kattenmeiden maar af.’
Vlekkie toonde al zijn charmes aan de meiden en stond al snel versteld over het feit dat ze er als een blok voor vielen. Het kostte hem niet eens veel moeite en hij had er veel plezier in.
Bukkie liep op Roberto af en vertelde hem dat er morgen een feest voor Dorientje werd georganiseerd en dat hij van harte welkom was.
‘Dat doe ik zeker. Ik wil het feest graag samen met jullie vieren. Waarom is het feest en wat valt er te vieren?’
Op die vraag had Bukkie niet gerekend, maar zei.
Wist je dan niet dat ze morgen jarig is. Heeft ze je dat niet vertelt. Nee zoiets doet zo ook niet. Ze had het je vast zelf willen vertellen, maar ze is daar te bescheiden voor. In ieder geval ben je van harte welkom,’ hij draaide zich snel om voordat Roberto nog meer vragen kon stellen.
‘Kom Vlekkie, laat die dames met rust. Voor je het weet ben je getrouwd,’ en samen wandelde ze giechelend terug naar de tuin.
‘We hebben hem mooi te pakken. Als hij weet wat erboven zijn hoofd hangt, zei Bukkie en samen lachten ze erom.
‘Weg wezen rotkatten, ga ergens anders jammeren,’ en een bezemstok raakte net hun achterwerk. Het was de buurvrouw van verder op en die had het niet zo op katten. Ze was altijd sikkeneurig. Bukkie en Vlekkie maakten dat ze wegkwamen, voordat ze weer met de bezemstok achter hen aankwam.
In de tuin waren de meeste druk in de weer met voorbereidingen. Boris dacht dat hij het allemaal wel even in goede banen zou kunnen leiden, maar wist niet meer waar iedereen mee bezig was.
‘Ga jij maar voor je hok liggen Boris,’ zei Barbet die zag dat hij er niets van terecht zou brengen.

De volgende dag toen ze hun baasjes zagen vertrekken, kon het feest beginnen. Bukkie zette zijn jeep onder een verlichte paddenstoel midden in de tuin. Toos had een oud gordijn uit het naaimandje van de bazin gegraaid en samen met Barbet hadden ze er wat moois van gemaakt. Pronkend met haar jurk en sleep, betrad Dorientje het met rozenbladeren geplaveide pad en wandelde fier naar de jeep. Het zorgde voor een verhoging en kon iedereen haar bewonderen.
Intussen was ook Roberto opkomen dagen en hij werd naar de plek geleid die de andere voor hem bedacht hadden en het spel kon beginnen.
Snoopie liet even op zich wachten en de zingende katten zetten opnieuw een vers in. Toen kwam Snoopie in zicht en werd er luid geklapt. Daar stond hij in een deftig pak met stropdas en een mooi boeket voor de zogenaamde bruid.
Hij en Bukkie liepen naast elkaar op de jeep af, toen Snoopie opeens met zijn bek open tot stilstand kwam. Nog nooit had hij Dorientje gezien, maar toen Bukkie met het verhaal kwam dat ze Roberto eens een lesje wilde leren, had hij maar wat graag toegestemd. Maar nu hij Dorientje zag, ze was zo mooi en een moment kon hij geen woord uitbrengen.
‘Als dit een grapje is, wil ik graag trouwen. Wat is ze mooi,’ fluisterde hij tegen Bukkie.
‘Dat gaat toch niet joh,’ zei Bukkie terwijl hij met zijn hoofd schudde. ‘Je gaat geen rare dingen in je hoofd halen hoor. Het moet echt lijken, maar niet zo dat je dadelijk denkt echt getrouwd te zijn. En hou je staande, dadelijk vallen je ogen eruit.’
Roberto begreep er niets van en draaide zenuwachtig van zijn ene naar zijn andere poot.
‘Wat is hier de bedoeling van Buk. Wat gaat Dorientje doen, vertel op. Je gaat toch niet zeggen dat het feest een trouwfeest is?’
‘Stil’ zei Bukkie. ‘Je ziet toch wel dat de bruidegom eraan komt.’
Roberto had het niet meer en wilde vertrekken, maar iedereen was op zijn post en hij kon geen kant op.
‘Kijk nou maar Roberto,’ glimlachte Bukkie. ‘Het is feest, geniet ervan.’
‘Ze zou met mij trouwen. Wat gebeurt er met haar?’
‘Met jou trouwen,’ zei Bukkie alsof zijn neus bloedde. ‘Hoe kom je daarbij, ze gaan al weken met elkaar om.’
Roberto kromde zijn rug, maar wist niet of hij boos of teleurgesteld was.
Hoe kan dit nou. Ik heb me nog nooit vergist als het om meiden gaat. Ze waren allemaal als was in mijn poten. Gisteren zei ze nog dat ze van me hield.

Momfit en Mientje groeven zich uit de naad. Iedere keer kregen ze weer anderen opdrachten toegespeeld van bovenaf.
‘Ik kan niet meer Mom. Het wordt me teveel,’ en ze nam in een hoekje plaats om uit te rusten. ‘Er zitten zelfs blaren op mijn mollen handje en mijn nagels zijn tot het bot afgesleten.’
‘Hou vol jullie daarbeneden, het gaat zo gebeuren Mom. Ga je gang maar,’ riep Barend die zijn snavel door het gat stak.
‘Is goed,’ en beide groeven het laatste restje aarde weg.

Snippie gebaarde dat ze wat moesten opschieten met de trouwceremonie. Snoopie vond het zo leuk dat hij helemaal in zijn rol op ging.
Toos was in de tijd dat zij ook verliefd was op Roberto, erachter gekomen dat hij voor iedere poes ging en heeft hem toen meteen de bons gegeven.
Vriendinnen hadden haar gewaarschuwd, maar ze wilde niet luisteren. Ze was zo verliefd dat ze de waarschuwingen van haar vrienden in de wind sloeg. En nu was Dorientje aan de beurt en moest ze het maar zelf ondervinden dat het een poesenjager is.
En omdat ze nu de kans kreeg hem een koekje van eigen deeg te kunnen geven, liet ze dit niet lopen.

‘Ik trouw Dorientje en Snoopie,’ zei Toos die voor ambtenaar speelde.
De bruidegom stak een poot door die van de bruid en hield deze vast alsof het echt was. Dorientje zag het niet meer zo zitten, trok zich langzaam van hem los en zei.
‘We doen maar alsof hoor. Ga je niet te veel in je rol op?’
‘Als ik toneel moet spelen, doe ik dat met heel mijn hart. Dus houdt me maar stevig vast, want je bent het meisje naar mijn hart,’ verlegen keek ze hem vluchtig aan en dacht.
Wat een rare kwast is die Snoopie, ‘Schiet een beetje op Toos, ik vind het niet leuk meer!’
Ineens hoorde ze achter haar dat iedereen het uitbulderden van het lachen en toen ze achterom keek zag ze Roberto nog net met zijn kop boven een kuil uit. Dorientje trok de jurk van haar lichaam en rende naar hem toe. Nam Roberto bij een poot en trok hem uit de door Momfit en Mientje gegraven kuil.
‘Heb je je pijn gedaan lieverd. Ik vind het zo erg voor je. Ze maken je maar wat wijs. Ze hebben me gezegd wat ik moest doen om jou jaloers te maken. Laten we naar onze lieveling plekje wandelen,’ en gaf hem een klapzoen op zijn kopje.’
Boris die nog altijd voor zijn hok lag, voelde dat er iets aan de knikker was, maar wist niet wat. Hij dacht dat Roberto weer eens mot maakte, dus nam hij een aanloop en liet zich pardoes op de geliefden vallen.
‘Zo rotkat en ik wil je nooit meer in mijn tuin zien. Weg wezen en weg blijven,’ bromde hij.
Dorientje ging voor hem staan, pakte hem bij zijn neus en zei dat hij zelf maar weg moest gaan.
‘Ga naar je hok en laat ons beiden met rust!’
Allemaal waren zeer verbaasd over de plotselinge omwenteling van Dorientje. Bukkie aaide met een poot langs Boris snorharen en zei.
‘Dat is nou Dorientje hé. Je zou haar zo een draai om de oren geven. Hoe kan ze nou nog gek op die rotkat zijn? Ik denk dat we nog niet van die Roberto af zijn. Kom Boris, laten we maar voor je hok gaan liggen luieren. Ik heb een been voor je kunnen bemachtigen en voor mezelf heb ik ook wat lekkers bij me,’ en samen wandelde ze zwijgend naar Boris hok.
Bukkie nestelde zich tussen zijn poten en samen hadden ze een druk gesprek over die flapdrol van een Roberto.

Toos verdween onder een struik. Barend en Barbet vlogen naar hun nest. Vlekkie kon het niet geloven en het ergste vond hij het voor Snoopie. Die stond er verslagen bij, trapte een kluit aarde weg, keek nog eenmaal in het rond en had het gevoel dat hij alles had gedroomd. Hij had één van de mooiste poesen op de hele wereld gevonden en het blijkt dat hij haar uitgerekend verliest aan die Roberto. Maar hij had geduld. Eens zou ze die Roberto wel door hebben en dan was hij er om haar op te vangen. Wacht maar eens af.

‘Heb jij het licht in de tuin laten branden,’ hoorde Bukkie de baas aan zijn vrouw vragen.
‘Dat kan niet waar zijn,’ riep de vrouw. ‘De speelgoedauto van onze Arie staat midden in de tuin. En moet je hier kijken, iemand heeft de vitrage uit mijn naaimandje gepikt,’ en hoofdschuddend pakte ze het van de grond.
‘Nou nee, moet je hier zien,’ lachte de man. ‘Ik dacht dat we van die mollen verlost waren, maar er zitten nu nog grotere gaten in de tuin dan ervoor. Voortaan laten we die mollen maar zitten. Ze doen toch niemand kwaad en het is weleens leuk om af en toe eens een echte mol te zien.’
Terwijl hij dat zei, hinkte een klein zwartbeestje onder de verlichte paddenstoel vandaan.
‘Mom kom terug. Er zijn mensen in de tuin. Straks raak ik je kwijt,’ weende Mientje.
‘Ik moet het erop wagen lieverd, anders red ik het niet. Ik heb een dokter nodig. Die rotkat heeft me goed te pakken gehad.’
Terwijl Roberto door de grond zakte, had hij zijn klauwen uitgeslagen en daarmee momfit aan een poot verwond.
De baas zag Momfit onder de paddenstoel vandaan hinken en pakte hem voorzichtig uit het gras. Daar zag hij ook Mientje zitten en zei.
Wees maar niet bang lieve mol. Ik ga meteen met je vriend of vriendinnetje naar de dierenarts. Het komt wel goed.’
Mientje trok zich terug en was blij dat de man haar Momfit goed wilde behandelen.
‘Ik wacht hier op je Momfit,’ piepte ze naar hem, maar hij was al te ver weg om haar te kunnen horen.

Einde.