2 Boris en de klapperband

Langzaam klom de zon boven de huizen uit en de wind wierp een koele bries over het groene gras.
Eén voor één kropen de kitten uit hun mand en zachtjes slopen ze naar het kattenluikje. Ook Toos die heerlijk had liggen smoezelen sloop achter ze aan. Bukkie die meestal als eerste buiten was, zag zijn zus Toos aankomen. Ze wilde hem passeren, maar hij was haar net even voor. Samenrolden ze door het pas gemaaide gras en piepten van blijdschap.
Opeens had Bukkie er genoeg van. Voor zijn ouders wakker werden wilde hij nog even een bezoekje aan Boris brengen.
Niet verroeren, ik moet me niet verroeren. Gewoon blijven liggen, dacht Boris. Hij probeerde zich zo min mogelijk te bewegen en deed net alsof hij sliep.
Snippie, zijn broertje duwde Bukkie opzij en rende als een dolle op Boris af. Omdat het gras nat en glad was door de ochtenddauw, gleed Snippie uit en viel boven op zijn neus. Verschrikt keken de anderen hem na. Toos riep nog dat hij voorzichtig moest doen, maar het mocht niet baten. Hij kukelde voorover, gleed over het gras en kwam tegen de snuit van Boris tot stilstand. Boris had hem niet aanzien komen en schrok. Hij wilde zijn kop optillen, maar besefte dat hij er weer eens was ingetikt.
Snippie kroop onder Boris oor en gniffelend fluisterde het.
‘Ik heb je in de maling genomen. Doe nu maar niet alsof je slaapt. Ik zie aan je neus dat je wakker bent.’
‘Hoe weet jij dat nou. Ik slaap wel en laat me met rust. Maak dat je weg komt’, en gromde naar hem. Snippie tilde de bovenlip van Boris op en wreef met één van de kussentje van zijn pootje langs de binnenkant.
‘Niet doen, ik ben al wakker. Snippie houdt ermee op!’
Ook Bukkie en Toos waren inmiddels bij het hok aangekomen.
Bukkie voelde zich gepasseerd en duwde Snippie opzij. Boris was blij dat Snippie hem verder met rust liet, maar zag aan Bukkie dat hij het op hem gemunt had.
‘Boris luister eens’, en trok aan één van zijn snorharen.
Wat willen ze nu weer. De rust is nu echt voorbij,’ dacht hij en geërgerd trok hij zijn lip op en begon zachtjes te grommen. ‘Gr…!’
Snippie raakte daar niet van onder de indruk, maar Bukkie deed wel een paar stapjes achterwaarts. Hij begreep niets van het gedrag van Boris.
‘Ben je boos Boris. Ja je bent boos, je gromt’, vroeg Bukkie.
Snippie hield een pootje voor zijn mond en begon te giechelen en zei.
‘Bukkie is bang voor Boris, die lafaard,’ pestte Snippie hem!’
Bukkie stoorde zich een beetje aan zijn broertje, en zei.
‘Ik begrijp niets van je. Zo heb ik jou nog niet meegemaakt. Wat is er toch met je?’
Boris schaamde zich opeens, draaide zijn kop om, legde het op één van zijn voorpoten en staarde recht voor zich uit.
Vlekkie en Toos waren achter Bukkie gaan staan en duwde hem voor zich uit.
‘Houdt daarmee op. Straks bijt hij me!’
Boris keek ze glazig aan, maar was vastberaden. Hij wilde kost wat kost met rust gelaten worden.
Bukkie bedwong zijn angst en liep op hem af.
‘Ik zal je wel even kietelen Boris’, zei hij.
Opnieuw trok Boris zijn bovenlip op en liet zijn enorme tanden zien. Bukkie dook weg, spande zijn spieren en keek hem met halfdicht geknepen ogen aan. Verbluft tuurde hij naar zijn tanden en besefte dat hij hem in één hap zou kunnen verpulveren.
‘Die tanden zijn mij te groot. Zou Boris me echt bijten’, vroeg hij aan Toos?
Die zette een poot tegen haar onderkaak en dacht na.
‘Ik denk het niet. Gewoon gaan!’
‘Ja maar weet je het zeker. Ga jij eerst, dan volg ik’, maar Toos deed net of ze hem niet hoorde. Snippie die niet begreep waarom ze zo bang waren zat al kwispelend met zijn staart in het gras. Een moment keek hij Boris aan. Dan eensklaps stond hij op zijn vier pootjes, stak zijn staart rechtovereind en zei.
‘Boris, we worden op deze manier bang van je. Wat heb je zo opeens. Zijn mijn broertjes en zusjes niet lief voor je. Kom zeg nou eens wat’, maar Boris verroerde geen vin.
Toen Snippie een paar stapjes voorwaarts deed, riep Toos met een bevende stemmetje dat hij daarmee moest stoppen. Een moment twijfelde hij en wandelde hij doodleuk op Boris af.
Boris zal mij nietsdoen. Daar ben ik zeker van.
Boris haalde diep adem en riep.
‘Klapperband, laat me nou’, en hij blies Snippie zijn hok uit.
Die rolde over het gras en bleef languit voor de pootjes van zijn zus Toos liggen. Krabbelde weer snel op, rende naar het kattenluikje en sprong boven op de rug van zijn moeder.
Moederpoes kwam net uit een diepe slaap, geeuwde en drukte Snippie dicht tegen haar aan. Aaide hem over zijn bolletje en fluisterde. ‘SST, je vader ligt nog in dromenland. Volgens mij rent hij achter de muizen aan.’
Snippie maakte zich los van zijn moeders glanzende vacht en ging voor haar zitten. Hij ratelde maar door en riep.
‘Klapperband, Boris heeft een klapperband. Je moet meteen meekomen. Opschieten mam!’
Vaderpoes krabbelde overeind en vroeg waarom er zoveel lawaai gemaakt werd.
‘Kan een kat dan niet rustig slapen na al het zware werk. Het is zondag en dan heb ik toch recht op een beetje rust’, hij nam Snippie bij zijn nekvel en vroeg wie die Boris was?
‘Eh. Boris, zei ik Boris’, en hij keek zijn vader met onschuldige oogjes aan.
De anderen hadden zich verdekt opgesteld en wachten geduldig hoe hij zich daaruit ging redden.
Toos zette een hoge rug op en kon Snippie op dat moment wel iets aandoen.
‘Hij heeft het voor elkaar hoor’, fluisterde ze tegen de anderen. ‘Zo lang Boris leeft kunnen wij de tuin wel vergeten.
‘Wat een oen is die Snippie toch’, zei Dorientje.
De anderen keken haar verbluft aan en wisten niet wat ze hoorden. Daar stond Dorientje met haar opgedofte kapsel en kon praten. Haar kapsones was in de hele buurt bekend en nu stond ze opeens achter ze.
‘Zo, ben jij ook maar eens uit die stinkmand gekomen. Moest je soms je rug een keer krommen. Ga maar vlug aan mama en papa vertellen wat we hier uitspoken’, zei Bukkie.
Dorientje tilde haar poot op en sloeg met haar nagels boos naar Bukkie.
‘Ik krap je hoor’, maar boog haar kopje, nestelde zich dicht tegen hem aan en zei. ‘Ik zal niets verraden. Laat mij maar gaan en verdween achter een kattenluik.
Voorzichtig duwde Toos het luik naar voren en volgde Dorientjes beweging.
Heupwiegend stapte ze op Snippie af en zei.’
Zo, wat hoor ik, kan jij in je pootjes klappen en tegelijk over het gras glijden.’
Allen hielden ze de adem in en wachtten gespannen op Snippies antwoordt.
Zijn vader pakte hem bij zijn nekvel en zei dat hij met een gerust hart kon vertellen wat er aan de hand was. Snippie dacht diep na en wist heel goed dat hij niet mocht liegen en kwam daardoor in tweestrijd met zichzelf.
‘Uh…, ja, hoe was het ook al weer.
Zijn moeder die meteen begreep dat haar kleintje diep in de nesten zat, stapte op haar man af. Pakte Snippie op en zei tegen haar man dat hij maar moest gaan.
‘Ze zitten denk ik al op je te wachten schat. Nu ben je eindelijk eens niet te laat voor de jacht. Bertus de kat heb ik al voorbij zien lopen.’
‘Je hebt gelijk vrouw. Ik ga maar gauw, want anders kom ik alsnog te laat’, en hij verdween als een echte stoere kat uit het zicht.
‘Mam, laat me los, mijn nek doet pijn’, en al trappelend met zijn pootjes zette zijn moeder hem op de grond. Ze gaf hem een tik op zijn billen, maar hij begreep dat ze hem uit een beroerde toestand had gehaald. Een moment keek hij haar aan en zag dat ze kribbig was. Hij boog zijn kopje en wilde haar de waarheid vertellen. Ze wilde niet naar hem luisteren en zei dat hij zijn zusjes en broertjes moest gaan zoeken.
‘Ga maar schavuit. Ik wil het niet weten. Pas goed op jezelf en kijk uit voor die hond. Je weet maar nooit wat hij in zijn schild voert, begrepen?’
‘Ja mam. Ik zal goed uitkijken en op de anderen letten’, en weg was hij.
Hoofdschuddend keek ze hem na en zei binnensmond. ‘Of ik ze niet door heb’, nam de deken uit de mand en sloeg al de haren eruit.
Dorientje was zichtbaar tevreden en hoopte dat ze haar nu zouden vertrouwen. Ze huppelde naar haar kaptafeltje, bekeek zichzelf in de spiegel en zei.
‘Zo, nu ben ik niet alleen de mooiste poes van de buurt, maar ook de dapperste’, en ze was er zeker van dat zij de hele kwestie met Snippie had gered.
Moederpoes keek over haar schouders naar Dorientje en schudde al lachend met haar hoofd. Wat een bijzonder kroost had ze toch. Ze hield van al haar jongen even veel, maar oh wat waren ze verschillend.
Buiten aangekomen, stonden de anderen Snippie op te wachten en keken hem vragend aan. ‘Niets aan de hand. Mama heeft niets door’, zei hij.
Alleen daar vergistte hij zich in. Moederpoes zat op het randje van de mand diep in gedachten.
Heb ik ze wel door? Wat vreet mijn kroost uit. Ze voelde ze nattigheid opkomen, gooide de deken terug en rende achter ze aan. De angst werd erger, toen ze de kinderen over de grens van haar reukspoor zag rennen.
‘Staan blijven’, kermde ze.
Snippie kwam tot stilstand, draaide zich om en zei.
‘Niet bang zijn mama, Boris beschermd me wel’, en rende verder.
Omdat het nog vroeg en fris in de ochtend was, pakte ze een blauwe sjaal van de krabpaal en rende hem achterna. Toen ze bij Boris aankwam, zag ze haar kinderen langs en over hem heen schieten.
‘Laat me met rust, anders krijg ik weer een klapperband, bromde hij.
‘Niet emmeren. Kom uit je hok’, zei Snippie die op zijn hoofd was geklommen.
Boris kon het niet meer aan, wilde vluchten, maar viel hard tegen de grond.
Moederpoes die dacht dat hij haar kinderen wilde opeten, schrok zo erg dat ze van schrik geen poot kon verzetten. De kitten vlogen door de lucht en kwamen op hun buikje terecht.
‘Boris is stout’, huilde Snippie en verstopte zich achter zijn moeder.
‘Boris stout’, zei hij opnieuw. En ik wilde hem nog wel helpen!’
Zijn moeder aaide hem over zijn bolletje. Nam een hap lucht en deed een paar stappen in de richting van Boris. Ze liet haar ogen langs zijn nek glijden en zag opeens wat er aan de hand was. Zijn halsband zat vast achter een stok die in de grond stak. Ze wreef haar snorharen glad en fier rechtte ze haar rug en keek Boris vriendelijk aan.
Boris die lodderig uit zijn ogen keek, begon zachtjes te janken. Een moment keek ze van haar kroost naar Boris en dacht diep na. Opeens zag ze de oplossing voor zijn probleem.
‘Daarom begreep ik Snippie niet toen hij het over een klapperband had. Die rot knul van hiernaast pest hem natuurlijk steeds. Toen Boris sliep heeft hij een stok door halsband diep in de grond gestoken. Als ik hem zie, krijgt hij het met mij aan de stok. Ik krab hem waar ik hem maar kan raken!’
De kinderen konden hun oren niet geloven. Hun moeder die opeens voor Boris opkwam.
Snippie duwde zijn moeder richting Boris en moedigde haar aan hem te helpen. Ze liep deftig op Boris af en vertelde hem aarzelend dat hij achteruit moest lopen.
Maar…, wilde hij haar tegen spreken. Deed toch wat ze vroeg, maar plofte opnieuw tegen de grond.
‘Ik heb zoveel pijn aan mijn nek’, smeekte hij. ‘Maak me los. Als ik die rot knul tegenkom, vreet ik hem op!’
De kitten sprongen juichend in het rond en in koor riepen ze.
‘Boris gaat mensenvlees eten. Zet hem op Boris’, maar moeder maande ze tot kalmte.
‘Help me liever. Boris moet bevrijd worden.’
De kinderen klommen op zijn rug en keken trots naar hun moeder.
Moederpoes was niet meer bang en pakte Boris bij zijn halsband. Tikte met haar ingetrokken nagels tegen zijn poot en zei.
‘Kom Boris, als ik het zeg dan moet je voorzichtig opstaan, dan komt het wel goed. Niet bang zijn. Ik haal je uit deze benarde toestand’, maar Boris begreep er niets van.
‘Eerst op je achterpoten gaan staan, ja goed zo, ga door; het moet lukken’, en ja hoor zijn halsband kwam los van zijn nek.
Opgelucht wachtte hij op de bevelen. De halsband bewoog langzaam en schuurde langs zijn nek
‘Het gaat niet’, jankte hij. Maar voor hij er erg in had schoot de halsband van de stok.
De kitten waren zo blij dat ze dansten van geluk. Ze sprongen op zijn rug om hem overal waar ze maar bij konden te kietelen.
‘En nu wegwezen jullie. Laat Boris met rust’, zei hun moeder.
Zij trokken zich er niets van aan en kakelden maar raak.
‘Dat doet een hond goed’, hij rekte zich uit en bedankte haar voor de fijne hulp.
De verbazing was groot toen ze heel streng tegen hem werd.
‘Je moet voortaan beter opletten Boris. Mensen kunnen gemeen zijn. En vooral die buurjongen. Het is echt rotzak.’
Boris tilde één van zijn voorpoten op. Legde hem op die van moederpoes en zei.
‘Je hebt gelijk, ik zal voortaan beter oppassen. Je bent een lieve poes. Ik schaam me een beetje.’
‘Dat hoeft nu ook weer niet. Laten we vrienden blijven, maar niet doorzichtig. De mensen en anderen dieren mogen niet weten dat wij heel goed met elkaar om kunnen gaan.’
Boris knikte tevreden en krabde aan zijn nek.
‘Het doet wel pijn poes, maar het gaat wel over.’
‘We zullen proberen om die halsband van je nek te halen. Misschien ben je wel gewond’, sprak moederpoes bedeesd.
De kinderen kwamen meteen in actie en riepen.
‘Mam, dat doen wij wel’, trokken aan zijn halsband, maar hoe ze ook hun best deden, het lukte hen niet.
‘Moedeloos word ik ervan’, bromde Boris. ‘Stop maar, dat lukt nooit en het doet zo’n pijn.’
Moederpoes zette een poot onder haar kin en dacht diep na.
‘Ik weet misschien een oplossing. Kom Boris, loop maar achter me aan.’
‘Wat gaan we doen’, riepen de kitten.
Ze renden kriskras door elkaar en keken niet uit hun doppen. Moederpoes maande haar kinderen tot kalmte en gebaarde dat ze moesten gaan zitten. Voorzichtig pakte ze Boris bij één van zijn snorharen en vertelde hem wat hij moest doen. ‘Iets naar links. Nu wat naar voren. Nee nu naar achteren’, riepen de kitten bemoeizuchtig.
‘Wat moet ik nou. Links, rechts, omhoog, omlaag, straks krijg ik nog meer pijn in mijn nek’, smeekte hij.
‘Mond houden jullie’, riep moederpoes boos. Vertelde Boris dat ze een nieuw plan had en klom op zijn rug. Tilde zijn halsband zover mogelijk omhoog en vertelde dat de kitten aan zijn halsband moesten hangen. Toen dat goed ging, moest Boris langzaam achteruitlopen.
De anderen moedigden hem aan, terwijl moederpoes aan de halsband trok. Maar voor Boris werd het teveel en bleef staan.
‘Niet opgeven Boris, riepen ze. Het gaat lukken, echt wel’, en Bukkie begon aan zijn snorharen te trekken om hem in beweging te krijgen. Zijn daad was goed gekozen en Boris zette zich weer in beweging. Spreidde zijn bek wijdopen en liet een luid gejank over de tuin rollen.
De kitten raakte een beetje van slag door het gebrul. Zelfs de vogels hielden op met fluiten. Moederpoes liet zich er niet door uit het veld slaan en riep.
‘Nu Boris!’
Boris deed wat van hem verwacht werd en stapte naar achteren. Bleef hangen, maar opeens schoot de halsband over zijn kop. De blijdschap was enorm en ze dansten in het rond.
De buurjongen was op het miauw en het gejank van Boris afgekomen. Hij naderde ze voorzichtig en al wrijvend in zijn handen, knorde hij.
‘Zo die hebben niets door. Zeven vliegen in één klap. Ik zal die rot beesten mores leren. Nam een stok van een stapelhout en sloop op ze af.
Toos merkte hem als eerste op en sloeg meteen alarm. Ze rende achter hun moeder aan en maakte dat ze in veiligheid kwamen.
Boris had graag moederpoes willen bedanken, maar kreeg daar geen kans meer voor. Hij keek ze na en snapte er geen snars van.
‘Waarom rennen jullie weg. Ik doe echt niets hoor moederpoes’, maar plots zag hij in zijn ooghoek de knul aankomen. Trok meteen zijn bovenlip op en begon te grommen. Een moment bleef de knul staan, staarde naar Boris tanden en besloot meteen de tuin te verlaten.
‘Zo, die heb ik mooi afgeschrikt’, gromde hij tevreden en ging languit in het gras liggen.

Einde.